Waterschap Houten

De schouwbrief van Waterschap Houten is uit het jaar 1550. De schouw werd uitgevoerd door het gerecht ’t Goy en Houten en betrof voornamelijk enkele belangrijke hoofdwatergangen. Het gerecht was hoog gelegen en had daardoor minder lokale watergangen.

De hoofdwatergangen waren: Houtensewetering, Oosterlaak, Kromme Sloot en de Geersloot. Aangrenzende eigenaren moesten deze watergang onderhouden, terwijl de controle bij het gerecht lag.

Dat deze controle niet altijd lukte, blijkt uit de oprichting van het Waterschap Eersbil in 1623. De ingelanden hier klaagden dat de schouw onvoldoende werd uitgevoerd en er werd een eigen waterschap opgericht. Binnen het gerecht ’t Goy en Houten waren ook andere waterschappen te vinden. Het waterschap Lee- en Rietsloot is een voorbeeld dat deels onder Houten viel. In 1858 kwam daar Waterschap Groot- en Klein Vuylcop en het waterschap Vechter- en Oudwulverbroek na gemeentelijke herindeling bij.

Waterschap Houten

Op 29 juli 1863 is het waterschap Houten opgericht. Het waterschap Houten omvatte het gebied van de gemeente Houten in 1858. Het waterschap nam het toezicht over op de hoofdwatergangen dat eerder bij de gerechten en bij de gemeente zelf had gelegen. Daarnaast kreeg het waterschap het toezicht op de gemeentelijke wegen. Het werd daarmee een soort afdeling Openbare Werken. De al bestaande waterschappen binnen dit gebied, behielden waterkundige taken op zeer lokaal niveau.

Het waterschap heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het verbeteren van het wegennet. Zo werd 9 mei 1887 het onderhoud van 31 grindwegen en drie kleiwegen in de gemeente Houten overgedragen van particulier naar het waterschap. De eigenaren van de grond moesten wel de kosten betalen. Op 24 oktober 1899 nam het waterschap Houten ook het onderhoud van alle zeven hoofdwatergangen tot zich, waaronder de Leesloot.

Bestuur

Het bestuur van het waterschap bestond telkens uit de burgemeester of een hoge ambtenaar. Er was dan ook een goede verbinding met de gemeente. Voorzitter waren:

Amsterdam-Rijnkanaal

Het waterschap Houten kreeg halverwege de 20e eeuw te maken met een doorsnijding van het Amsterdam-Rijnkanaal door haar gebied. Daarnaast kreeg de kern van Houten te maken met een bevolkingsgroei en nam de druk op de wegen toe.

In 1950 werden de belangrijkste wegen overgedragen aan de gemeente Houten. Op 1 januari 1964 volgde het laatste deel van het wegennet. In 1966 raakte het waterschap 200 hectare kwijt aan de gemeente Utrecht, ten behoeve van de bouw van de wijk Lunetten.

Op 1 januari 1970 ging het waterschap Houten op in het waterschap Schonauwen. Een klein deel viel onder het waterschap Honswijk. Een jaar later gingen deze waterschappen over in het Waterschap Kromme Rijn.

Bijzonderheden

  • Tussen 1886 en 1889 was er een conflict met het Waterschap Schalkwijk over het op diepte houden van de Schalkwijkse wetering in het uiterste zuidwesten van het waterschap.
  • Tussen 1875 en 1929 (54 jaar) betaalde de gemeente Jutphaas abusievelijk een bijdrage aan het onderhoud van de Lange Zandweg in Oudwulven onder het waterschap Houten.

Bron:  Inventaris Waterschap Houten – W.R.C. Alkemade (2013)