17e eeuw

De 17e eeuw was een koude eeuw. Alleen tussen 1625 en 1650 waren de winters iets milder. Het is de eeuw waarop de rijke stedelingen de macht gaan uitoefenen op het platteland.

1600 – 1624

De Reformatie was rond de eeuwwisseling nog niet geheel doorgedrongen op het platteland. Er was ook een gebrek aan dominees dus, in de kleine dorpen werd dit getolereerd. Geleidelijk aan verdwijnen de katholieke gelovigen in schuilkerken. In 1624 vindt er een dijkdoorbraak plaats bij ’t Waal. Deze doorbraak zet delen van Holland onder water.

1625 – 1649

De rijkdom uit het westen van het land bereikt Houten. In het dorp wordt herberg de Roskam gebouwd, een indrukwekkend gebouw. De Brink die bij De Engel lag, verplaatst naar de Roskam. De weg van Utrecht naar Culemborg en de weg van Utrecht naar Beusichem worden een zandpad, zodat ze ook in de winter begaanbaar zijn. De adel koopt ook gerechten, waardoor ze hun aanzien kunnen vergroten. In 1645 wordt het jachtslot Heemstede gebouwd. Een dijkdoorbraak is er in 1638. Opnieuw is er veel schade.

1650 – 1674

De schuilkerk van Jhr Ram in kasteel Schalkwijk wordt in 1651 bestormd. De katholieken wijken uit naar een boerderij. Profeet Johan Rothe duikt op in Oud-Wulven. In 1658 is er een enorm hoogwater in De Lek. In 1672 breekt er oorlog uit en de Fransen bereiken Utrecht. In Houten worden 250 Franse soldaten ingekwartierd. In 1673 plunderen ze de regio. In 1674 moeten de kerken het weer ontgelden als een noodweer over de regio trekt. Vooral de kerken van Houten en Honswijk worden getroffen.

1675 – 1699

De eeuw eindigt met een rustige periode. De kerk van Houten wordt gerepareerd en Diederick van Veldhuyzen knapt kasteel Heemstede en de bijhorende tuinen op. Schalkwijk krijgt een eigen korenmolen bij De Heul.

< 16e eeuw – 17e eeuw  – 18e eeuw >