Romeinse tijd (-12 / 450)

Romeins landschap

Vanaf ongeveer het jaar 15 voor Christus komen de Romeinen definitief Houten binnen. In korte tijd veranderde het eenvoudige bestaan in een bloeiende economie. De Romeinen bouwden op een steenworp afstand in het jaar 1 het Romeinse fort Fectio en organiseerden de voedselvoorziening. Houten kreeg daarbij een belangrijke rol en werd hét agrarisch gebied om de honderden militairen te voeden. De bestaande gesloten Elzenbossen verdwenen langzaam en het terrein werd open (bron).

De huidige gemeente Houten kende uiteindelijk ongeveer 60 Romeinse nederzettingen. De nederzettingen verschenen vooral op de hogere gebieden, zoals op de Houtense, Jutphase en Honswijkse stroomrug (bron).

Het gebied was doorsneden met oude geulen, die bij hoogwater van de Rijn volliepen. In Houten treffen we tegenwoordig op veel plaatsen in de grond Romeinse sporen aan. Soms vlak aan of op het oppervlak. Voorbeelden van vondsten zijn munten, aardewerk, wijnvaten, armbanden en spelden. Indrukwekkend is de vondst van een Romeinse grafsteen (Molenzoom, 42 na Christus) en een altaarsteen (Warinenpoort).

Noordgrens

In het jaar 47 na Christus roepen de Romeinen de Rijn uit tot noordgrens van het Romeinse Rijk, nadat er al tientallen jaren met wissend succes oorlog was gevoerd met de Germaanse stammen. Alleen tijdens de Bataafse opstand rond 69 na Christus verliezen de Romeinen kort hun macht. Daarna herstellen ze de orde en breekt er een bloeiende periode aan voor de Houtense inwoners.

Stenen gebouwen in Houten

De Romeinen bouwden vanaf het jaar 150 met steen. Op de huidige locatie van de Burgemeester Wallerweg wordt een stenen Romeins gebouw neergezet. Ook op de Tuurdijk en bij de Molenzoom verschijnen stenen gebouwen. Op drie andere locaties wordt stenen bouw vermoed.

Tijdens het begin van de Romeinse tijd is het klimaat goed. De oogsten lukken vaak en de economie floreert. Er komt in de tweede helft van de tweede eeuw zelfs ruimtegebrek in Houten. Archeologen vinden aanwijzingen dat ook de lagere komgronden in gebruik worden genomen. Uit archeologisch onderzoek blijkt dat in de tweede helft van de Romeinse periode rond de 4000 mensen in het Kromme Rijngebied woonden, waarvan 2000 op het platteland (bron).


Aanvallen

Tussen het jaar 172 en 174 zijn er aanvallen door Germaanse stammen (Chauken) van de andere kant van de Rijn. Maar pas vanaf het jaar 250 dringen deze Frankische stammen steeds vaker en dieper het Romeinse Rijk binnen. De Romeinen verliezen steeds meer macht. Hun prioriteit ligt ook niet echt meer bij de Noordgrens in onze regio. Fectio wordt zwakker en de nederzettingen in Houten krimpen. De bevolking lijkt deels weg te trekken.

In de winter van 274/275 is er een grote aanval en trekken de Romeinen zich terug. De Frankische stammen nemen de leiding over. Het aantal bewoners daalt tot 400. Het huidige Schalkwijk is veranderd in een moeras en bewoning hier verdwijnt.

Herstelpoging

In het jaar 297 keren de Romeinen terug, maar ze zijn minimaal aanwezig. Samen met de Franken proberen ze de Rijn als Noordgrens te handhaven. De Franken krijgen steeds meer invloed, de Romeinen verdwijnen langzaam uit beeld. In 411 is de Romeinse invloed in onze regio verdwenen. Ook de Franken vertrekken naar het zuiden en de regio raakt dunbevolkt.