Houtense stroomrug

De Houtense stroomrug maakt onderdeel uit van het Utrechtse rivierenstelsel en is de grootste en breedste stroomrug van de Kromme Rijnstreek. Deze stroomrug ontstond rond 2250 voor Christus en was rond het jaar 169 voor Christus definitief gevormd.

Ligging Houtense stroomrug

De Houtense stroomrug begint ten zuidoosten van Wijk bij Duurstede bij Ommeren en loopt via ’t Goy naar Houten. De Houtense stroomrug wordt aan de noordoostkant gekenmerkt door de Oosterlaak en aan de zuidwestkant door de Goyerwetering/Houtensewetering. Plaatselijk in ’t Goy is de stroomrug anderhalve kilometer breed en 4,8 meter boven NAP.1

Bocht
Bij Houten aangekomen buigt de rivier naar het noorden af. De wijken De Grassen, Meren, Tuinen, Sporen en Landen liggen op deze Houtense stroomrug. Hier vindt in de loop van de tijd verplaatsing van de hoofdgeul plaats. In 1800 voor Christus was deze bocht te vinden bij de wijk De Grassen, later rond 1000 voor Christus verplaatste deze bocht zich naar de Rietplas. De Kromme Sloot (zie bovenste foto) is een restant van een nevengeul. Door deze vele restgeulen is de stroomrug in Houten-Zuidoost erg breed.

Splitsing
Ter hoogte van de huidige Kruisboog (voetbalvelden Deltasports ’95) ontmoette de brede Rijn een andere oude rivierloop richting het westen. Deze oude rivierloop krijgt ook water te verwerken, waardoor de Jutphase stroomrug zich verder kon ontwikkelen. Vanaf de Kruisboog, delen van de wijken De Gilden, Akkers, Bermen en Sloten loopt de stroomrug naar Vechten.

In het noorden bij de Marsdijk wordt de stroomrug doorsneden door de jongere Oudwulverbroekstroomrug. Daarna zet de Houtense stroomrug zich door naar de Utrechtse wijk Hoograven.

Voorfase in de Nieuwe Steentijd

De Houtense stroomrug is ontstaan doordat de Rijn die door Werkhoven stroomde, zich verlegde naar een route via Houten.

Al in 2800 voor Christus is er een kleine zijtak die de route van de Houtense stroomrug volgde. Deze stroomgordel staat bekend onder de naam Dwarsdijkstroomgordel.2 In 2249 voor Christus wordt deze zijtak opnieuw watervoerend en vanaf 1800 voor Christus stroomt de Rijn volledig via Houten.

Overstromingen in de Bronstijd

Tussen het jaar -1800 en -1500 ontwikkelt de Rijn zich flink. Uit archeologische opgravingen blijkt dat bewoning is weggetrokken.3 Waarschijnlijk vanwege de aanhoudende overstromingen die met de nieuwe route van de Rijn gepaard gingen. In dezelfde periode valt de Rijn die via Werkhoven stroomde droog.

Na -1500 keerde de bevolking terug, maar er kwamen nog twee perioden met overstromingen voor. Pas in het jaar -1100 kwam de rivier tot rust. Tot het jaar -773 stroomde de rivier door Houten en wordt langzamerhand de (Kromme) Rijn de hoofdroute.4

Er wordt in een periode van 1000 jaar 11 keer een reactivatie van de rivier waargenomen.5 De zogenaamde ‘disconnection phase’ duurde tot 169 voor Christus. Er ontstaat in deze fase zelfs een stroomrug bovenop de stroomrug.6 De restgeulen blijven tot in de Romeinse tijd watervoerend.

Bewoning

Tijdens de Romeinse tijd en Late IJzertijd waren er veel nederzettingen te vinden op de Houtense stroomrug. In de Vroege Middeleeuwen zijn de middeleeuwse dorpjes Westrum, Loerik en Oostrum (Goysedorp) op de vruchtbare stroomrug ontstaan.

Eventuele nederzettingen uit de bronstijd zijn weggespoeld, omdat juist in de bronstijd de Houtense stroomrug werd gevormd. Alleen aan de rand van de Houtense stroomrug zijn sporen uit de bronstijd teruggevonden.

Restgeulen

In het noorden zien we twee brede restgeulen (de hoofdstroom van de Rijn) en in het zuiden een stelsel van kleinere restgeulen. Ten westen van de spoorlijn zijn geen restgeulen, omdat daar de komgrond begint. De verschillende fases van de rivier laten meerdere restgeulen achter.

Houtense stroomrug – Houten
Ter oriëntatie: (C) = Castellum, S = de stadsverwarming, D = Delta Sports en F = De Fontein.
-2800Eerste voorfase (Dwarsdijkstroomgordel)
-2249Ontstaan Houtense stroomrug
-1800Flinke overstromingen
-1100Overstromingen nemen af
-773Einde sedimentatie
-169Einde disconnectiefase
±100Laatste geulen watervoerend

Noten

  1. ARC-Rapporten 2006-81 – S.A. Mulder, H. Buitenhuis (2006) ↩︎
  2. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven Hofstad IV- BAAC rapport A-08.0333 (2016) ↩︎
  3. Houten, Vindplaats VleuGel 20 AAC49 – M. van der Heiden, E.A. Besselsen (2009) ↩︎
  4. Transect-rapport 2029 – J.G.E. Melman MSc (2019) ↩︎
  5. ZAR065, Houten-Castellum 2017 ↩︎
  6. Transect-rapport 2029 – J.G.E. Melman MSc (2019) ↩︎

Deze pagina is gewijzigd op 20 december 2025