Al rond 1520 keert het tij voor de kerk. Er is onvrede over de kerk, onvrede over het bestuur (de bisschop van Utrecht) en er is armoede door streng winterweer. Steeds vaker verschijnen er dopers. Dit zijn predikers die de gedachte van Maarten Luther onder het gewone volk weten over te brengen.
In 1530 wordt er streng tegen het prediken opgetreden en de doodstraf is niet ongebruikelijk voor deze predikers. De adel zelf komt niet openlijk voor dit gedachtegoed uit en zwijgt. Pas in 1566 vraagt de adel in een smeekschrift om een eind te maken aan de geloofsvervolging. Jan van Renesse van Wulven is een van de eersten die het ondertekend.
Hagepreken
In mei 1566 ontstaan hagenpreken in Culemborg. Deze preken duren 3 tot 4 uur. Predikers worden bewaakt en er worden boeken verkocht. Sprekers zijn voormalige monniken of priesters. De hagenpreken van Culemborg trekken mensen aan uit Utrecht. Die lopen dan door Houten en Schalkwijk naar de preek. Daar worden ze door de katholieken uitgejouwd. Twee eeuwen terug is dit al geromantiseerd beschreven door Hendrik Jan van Lummel, hoofdonderwijzer aan de openbare school in Houten.
Al vrij snel worden ook aan de poorten van Utrecht hagenpreken gehouden. Zo ook bij de Tolsteegpoort, die de uitvalsbasis naar het zuiden was. De schout van Utrecht treedt niet op. Die moest namelijk op het tijdstip van de preek zijn moeder bezoeken. De predikers hadden overigens zo’n 50 bodyguards.
In de luwte van de beeldenstorm
Na een onrustige zomer breekt in augustus 1566 de beeldenstorm los. In Houten en de omliggende dorpen zijn vijf kerken: In ’t Goy, Houten, Schalkwijk, Honswijk en ’t Waal. De beeldenstorm trekt langs en bereikt de meeste kerken niet. Alleen de kerk in Honswijk wordt bestormd. Deze wordt door Willem van Zuylen van Nyevelt, drossaard (soort schout) van de graaf van Culemborg vernield. Ook de kerken van Zijderveld en Everdingen worden vernield.
Een van de betrokken krachten achter de beeldenstorm in Utrecht, is de Gerrit van Wulven, slotvoogd in Woerden. In Utrecht speelde de beeldenstorm zich af op 24, 25 en 26 augustus 1566. De mensen die de beelden vernielden waren eigenlijk beeldenbrekers. Soms vrijwillig, soms betaald. Ze maakten vooral de neus van het beeld stuk, zodat ze konden laten zien dat het beeld niet ging bloeden en gewoon van hout of steen was.
Nieuwe beeldenstorm(en) in Utrecht
Nadat de beeldenstorm van 1566 is uitgeraasd, wordt op 11 en 12 februari 1567 in het dorp ’t Waal de kerk geplunderd door een roversbende. Deze groep had eerder door de regio gezworven en uitvoering gegeven aan de Beeldenstorm. In Schalkwijk, Houten en ’t Goy blijven de kerken gespaard.
Met de komst van de Spanjaarden worden personen die actief hebben deel genomen aan de beeldenstorm veroordeeld en soms ter dood gebracht. Wanneer in 1577 de Spanjaarden uit de stad Utrecht zijn vertrokken, proberen de protestanten meer grip te krijgen. Op 11 juni 1579 barst een nieuwe Beeldenstorm los, waarna de calvinisten meer kerken tot hun beschikking krijgen. Op 7 maart 1580 volgt de bestorming van de Domkerk. De vernielingen van die dag zijn tot op vandaag nog te zien.

Enkele maanden later op 18 juni 1580 wordt in de stad Utrecht een verbod ingesteld op de uitoefening van de katholieke godsdienst. Op 26 augustus 1581 wordt het verbod bij een plakkaat van het Hof van Utrecht nog eens herhaald en geldt dan voor de hele provincie Utrecht. Vanaf dan is het katholicisme gedwongen ‘ondergronds’ te opereren. Alle kerkgebouwen vallen van het een op het andere moment onder de Hervormde Gemeente.
Nog geen verandering
In eerste instantie verandert er niets op het platteland. Het overgrote deel van de bevolking in onze regio blijft de katholieke kerk trouw. De pastors mogen bij gebrek aan predikanten blijven. Ze beloofden de nieuwe leer te prediken, maar doen dit niet. Ook de schouten die de pastors moeten controleren zijn overwegend katholiek en grijpen niet in.
In 1592 overlijdt de Hertog van Parma. Het gevaar dat de Spanjaarden terugkeren wordt daarmee kleiner. Predikanten en kerkraden van de stad Utrecht willen vervolgens actie op het platteland. Daarop volgt in 1593 een visitatieronde en de pastors van de parochies komen daarbij niet allemaal door de keuring.
Eerste predikant
In Houten verschijnt op 24 januari 1596 de eerste predikant. In Honswijk is er in 1606 een dominee, maar deze wordt bij een ruzie vermoord. In Schalkwijk is er een dominee in 1609. Honswijk en ’t Waal krijgen vanaf 20 juli 1610 gezamenlijk een predikant. ’t Goy wordt vanaf 1620 voorzien door predikanten uit Houten en Werkhoven.
De oude pastor van Houten, Jan van Schayk, verhuist naar Utrecht en heeft enige tijd bij de Tolsteegpoort in Utrecht gestaan. Daar predikt hij aan passerende Houtenaren hel en verdoemenis wanneer ze naar de Hervormde kerkdienst zouden gaan. Ook roept hij inwoners van Houten op, om diegenen die toch naar de protestantse kerk gaan te beschimpen. Hij heeft succes, want in 1606 klaagt de Houtense predikant Floris Gerritse van Ens over het weinige aantal kerkgangers. Daarbij speelt ook een rol dat het gewest Utrecht in 1608 meerderheid katholiek is.1 Pas in 1618 zal Utrecht in het gareel lopen en krijgen de calvinisten veel zeggenschap.2
De katholieken van Houten komen in eerste instantie samen in een zijkapel van de Houtense kerk.3 Daarna wijken ze uit naar schuilkerken in Jutphaas (Landgoed Groenendael), Bunnik en Schalkwijk. Rondtrekkende priesters verzorgen de mis en krijgen bescherming. In een toren van kasteel Schalkwijk is dankzij jonkheer Ram een schuilkerk. Ook bij boeren in een schuur wordt gekerkt. Inwoners van ’t Waal en Vreeswijk gaan naar de schuilkerk in boerderij Geerestein aan de Waalseweg.
Tijdlijn
| 1566 | Beeldenstorm trekt langs |
| 1566 | Kerk Honswijk geplunderd |
| 1567 | ’t Waal geplunderd |
| 1580 | Verbod RK geloof |
| 1593 | Visitatieronde |
| 1596 | Eerste predikant Houten |
| 1606 | Eerste predikant Honswijk, maar wordt vermoord |
| 1609 | Eerste predikant Schalkwijk |
| 1610 | Predikant voor Tull en ’t Waal |
| 1620 | Sluiting katholieke kerk ’t Goy |
| 1664 | Oprichting statie Schalkwijk |
Noten
- Duizend jaar weer, wind en water in de lage landen 4, blz 250 – J. Buisman (2000) ↩︎
- Duizend jaar weer, wind en water in de lage landen 4, blz 322 – J. Buisman (2000) ↩︎
- Bedevaart en kerkeraad: de Amersfoortse vrouwevaart van 1444 tot 1720 – Ottie Thiers (1994) ↩︎
Deze pagina is gewijzigd op 22 december 2024
