IJstijd (Saalien en Weichselien)

(Begin – 9700 voor Chr)

De Utrechtse Heuvelrug is gevormd tijdens de Saalien.
Ten noorden van Leersum ligt de Utrechtse Heuvelrug. Hier lag de zuidelijke grens van de ijskap gedurende het Saalien.

De oudste sporen van bewoning in de regio gaan terug tot circa 250.000 jaar voor Christus. Deze zijn gevonden bij Veenendaal in de zandafgraving Kwintelooyen, 25 kilometer ten oosten van Houten. Ook is bij Leersum een hakwerktuig gevonden uit deze periode (bron). Het gaat om sporen van de heidelbergmens.

Saalien (-236.000 / -124.000)

In de periode van de één na laatste ijstijd (Saalien) kwam het landijs tot aan de huidige provincie Utrecht en werd de Utrechtse Heuvelrug gevormd (zie bovenstaande foto). Gedacht wordt dat dit rond 150.000 voor Chr. plaatsvond. Ten noordoosten van de Utrechtse Heuvelrug ligt dan een dikke laag ijs.

Opgemerkt moet worden dat het huidige gebied van Houten toen 250 kilometer zuidwestelijker lag op de wereldbol, maar door de drift van de continenten is alles ondertussen verplaatst naar de huidige positie.

Het ontstaan van de Utechts Heuvelrug

Eemien (-124.000 / -114.000)

Na het Saalien volgt een warmere periode (Eemien). De gemiddelde julitemperatuur is 18,5 graden en dat is 1,5 warmer dan tegenwoordig. De ijskap smelt en het water stroomt o.a. via de Darthuizerpoort naar lagere delen. De zeespiegel staat dan 4 tot 6 meter hoger dan tegenwoordig, maar omdat Nederland tijdens het Eemien vele meters hoger ligt, staat het gebied dat tegenwoordig Houten is, niet onder water. De Rijn stroomt in deze periode vanuit Duitsland naar Friesland. De Maas volgt de huidige route. In onze omgeving lopen bosolifanten rond en wolharige nijlpaarden. Botresten hiervan zijn gevonden in de Nedereindseplas in Nieuwegein (noot). Maar ook zijn stenen gebruiksvoorwerpen gevonden van voorlopers van de huidige mens.

Weichselien (-114.000 / -9.700)

Na zo’n 12.000 jaar volgt een nieuwe ijstijd, de Weichselien (114.000 tot 9.700 jaar voor Chr). Gedurende de Weichselien komt het landijs niet meer zo zuidelijk, maar is de ondergrond wel vaak bevroren. De Weichselien wordt in drie gedeeltes ingedeeld.

Periode 1 – Vroegglaciaal (-114.000 / -73.000)
In het Vroegglaciaal is het best nog wel te doen. Koudere periodes en mildere periodes wisselden elkaar af. De loofbossen verdwijnen en er komen open vlakten met sparren, dennen, berken. Soms zijn er eiken, elzen en andere loofbomen.

Periode 2 – Pleniglaciaal (-73.000 / -12.700)
De koudste periode van het Weichselien vindt plaats tussen 73.000 tot 12.700 voor Chr. Daarbij is de periode tussen 20.000 en 18.000 voor Chr. opvallend koud. Tijdens deze periode zijn er ook warmere periodes. Het opwarmen gebeurde in enkele tientallen jaren, het afkoelen duurde langer en ging geleidelijker. Rond 72.000 voor Chr is er in Sumatra sprake van de grootste vulkaanuitbarsting van de laatste 2 miljoen jaar met mogelijk invloed op het klimaat.

In Nederland heerst een poolklimaat, afgewisseld door een toendraklimaat. De zeespiegel staat 110 meter lager dan tegenwoordig en Nederland is verbonden met Engeland. De kustlijn is bij Ierland. De Rijn stroomt ten noorden van de huidige Veluwe langs naar Noord-Holland volgens Naturalis en ten zuiden van ons volgens Vestigia.

De gemiddelde jaartemperatuur is -7 graden (tegenwoordig +10,5 graden). In juli is het gemiddeld +5 graden. Rond 16.000 voor Chr. bereikt het landijs haar zuidelijkste grens: de Elbe. Daarna begint de opwarming. In Nederland is dit de periode waarin het meest wijdverbreid dekzand werd afgezet. Sporen van dit kale landschap bevinden zich op 7 meter diepte in de Houtense bodem, met topjes tot 4 meter diep.

IJsbedekking tijdens Weichselien Bron Wikipedia CC BY-SA 3.0
IJsbedekking tijdens Weichselien Bron Wikipedia CC BY-SA 3.0

Periode 3 – Laatglaciaal (-12.700 / -9.700)
Tijdens de laatste periode van de Weichselien wordt het geleidelijk warmer. Maar er zijn ook koudere periodes. Ongeveer in deze periode komt de huidige mens naar onze regio.

Bølling-interstadiaal (-12.700 / -12.050)
Deze periode van ruim zes eeuwen was redelijk warm en begon plotseling. De zeespiegel stijgt en er ontstaan toendra’s met struiken in het huidige Nederland.

Oude Dryas (-12.000 / 11.800)
Gedurende een korte periode van 200 jaar is het vooral de zomertemperatuur die achterblijft. Het is de vraag of deze koudere periode ook in het huidige Nederland is voorgekomen, of dat het zich beperkte tot de noordelijke streken in Scandinavië en Siberië.

Allerød-interstadiaal (-11.950 / -10.900)
Gedurende deze warme periode was het net zo warm als nu en groeiden er bomen in het huidige Nederland. De Rijn en de Maas stroomden door een groot aaneengesloten gebied tussen Utrecht en ’s Hertogenbosch. Ze vormden grote vlechtende riviervlaktes en lieten een dik pakket zand en grind achter. In het jaar 10.930 voor Christus is er een enorme uitbarsting van de Laacher See-vulkaan ten westen van Koblenz (VEI6). Sporen van deze uitbarsting zijn in de huidige ondergrond in grote delen van Europa terug te vinden.

Jonge Dryas (-10.900 / -9.700)
Terwijl de zeespiegel langzaam stijgt, koelt Europa in 10.900 voor Christus af. Oorzaak is een meteorietinslag in Groenland of een serie komeetinslagen*. Gedurende 1200 jaar is het wereldwijd zeven graden kouder, in onze regio vijf graden. De Rijn verandert van een riviermassa in een rivier.
* Over het ontstaan van de Jonge Dryas is in de wetenschap veel discussie

Holoceen (-9.700)
Rond 9.700 voor Christus stijgt de temperatuur in relatief korte tijd naar schatting 10 graden wereldwijd (bron). De zeespiegel stijgt 40 meter en de bodem bij ons gaat dalen als gevolg van een stijging in Scandinavië. De laatste ijstijd zit erop en het Holoceen begint.

Leestips

Deze pagina is gewijzigd op 11 september 2022