Karolingische tijd

725 – 900 na Chr.

Nadat de Franken in de 8e eeuw definitief de macht hebben gegrepen, ontwikkelt zich ten zuidoosten van Houten Dorestad. Deze belangrijke handelplaats heeft een grote aantrekkingskracht op internationale handelaren. Op de hogere delen van de Houtense- en Jutphase stroomrug ontstaan kleine dorpjes, zoals Haltna. Deze vallen onder het gouw Dorestad.

Vanaf 834 krijgt Dorestad te maken met aanvallen van de Noormannen. Deze Vikingen komen uit Denemarken en houden regelmatig plunderingen in de kuststreek en in Dorestad. Deze aanvallen hebben te maken met strijd aan het Karolingische hof. Zoon Lotharius I en vader Lodewijk de Vrome voerden een machtsstrijd uit. Lotharius I heeft daarbij de Noormannen gestimuleerd aanvallen uit te voeren.

Nieuwe noormannenperiode

Tussen 839 en 843 krijgen de Noormannenleiders Rorik en Harald, twee neven van de Deense koning, Dorestad als leengoed (bron). Nadat dit achter de rug is, komt Rorik vanaf 845 plunderend terug.

In het jaar 850 neemt een omvangrijk Deens Noormannenleger Dorestad in. Ook onze omgeving valt onder Deens bestuur. Waarschijnlijk is in deze tijd de Houtense kerk, een eenvoudig houten gebouwtje, verwoest.

Bisschop vlucht

In het jaar 857 verslechtert de verhouding tussen de Utrechtse bisschop Hunger en de Denen. De bisschop vlucht met andere geestelijken naar Sint Odiliënberg. Maar ook de Deense Noormannen verliezen de grip op de regio. Veel soldaten verveelden zich en lopen over naar rondtrekkende plunderende Deense manschappen in het westen van het huidige Nederland. In 863 wordt Dorestad door deze rondtrekkende groepen geplunderd. Dorestad zal nooit meer hetzelfde zijn.

Tijdens het Verdrag van Meerssen in 870 wordt onze regio toebedeeld aan het Oost-Frankische Rijk. Maar omdat de Denen in Dorestad nog steeds goede banden hebben met het West-Frankische Rijk, ligt het dagelijks bestuur bij de Denen.

Noormannen verdreven

Gerulf van Kennemerland speelt uiteindelijk een rol bij de moord op Godfried de Noorman in het jaar 885. Door deze moord wordt het gevaar van de Vikingen beduidend minder. Op 4 augustus 889 krijgt Gerulf van Kennemerland als beloning enkele gebieden toegewezen.

In het jaar 885 is bisschop Adelbold I, in ballingschap in Deventer. Hij stelt tussen de jaren 885 en 896 een goederenlijst op van de bisschoppelijke bezittingen van voor de Noormannenheerschappij in 857. In deze lijst worden Loerik, Tuur en Haltna genoemd. Over Haltna wordt gezegd: In uilla Haltna quicquid Herlulfus ibi habuit, et ęcclesia cum quinque mansis, oftewel: In het dorp Haltna alles dat Herlulfus daar bezat, en de kerk met 5 hoeven.

Gerulf van Kennemerland

Haltna is dus een dorp met een kerk waar ene Herlulfus eigenaar van is. Deze Herlulfus is vrijwel zeker Gerulf van Kennemerland. Een Friese graaf die ook de dienst uitmaakte in grote delen van Holland, Utrecht en het rivierengebied.

Tijdlijn

834Machtstrijd Karolingische hof
843Koninkrijk Lotharingen
850Denen bezetten de regio
857Bisschop Utrecht vlucht
870Oost-Frankisch
885Begin opstellen goederenlijst
896Goederenlijst gereed

Tip: Noormannen in Rivierenland
Dorestad was de ontmoetingsplaats in het grensgebied van de Franken en de Friezen. In de tweede helft van de 9e eeuw raakte Dorestad in verval. Tiel nam de leidende positie als handelsplaats over. Beide handelscentra kregen met het gewelddadige optreden van de Noormannen te maken. Luit van der Tuuk reconstrueert aan de hand van schriftelijke bronnen en archeologische gegevens de situatie in Dorestad en Tiel toen de Noormannen de boel in vuur en vlam kwamen zetten.
Bekijk op bol.com