Ottoonse periode

900 – 1050 na Chr.

In het jaar 900 is Haltna een klein dorpje met een paar boerderijen en een houten kerk. Ook kennen we Tuur (aan de Tuurdijk) en Loerik. Het gebied valt onder Gerulf II van Kennemerland, een Friese graaf die na het vertrek van de Noormannen de macht heeft gegrepen. Gerulf overlijdt ergens tussen het jaar 898 en 914.*

* Er is een discussie of Herlulfus die in een goederenlijst wordt genoemd dezelfde persoon is als Gerulf II.

Waldger van Teisterbant

Gerulf krijgt twee zonen. Dirk wordt stamvader van het Hollandse gravenhuis en Waldger komt in het riviergebied (Averzaath) te wonen. Deze Waldger van Teisterbant bezit dan de gouwen Niftarlake (Utrecht/Breukelen/Muiden), Lek-en-IJssel (IJsselstein) en mogelijk Teisterbant (Betuwe). Hij is een zogenaamde rijksgraaf die onder gezag van de Duitse koning werkt.

Mede door Waldger verplaatst de handel van Dorestad zich naar Tiel. Hij bouwt hier een klooster en een burcht. Waldger is een zeer invloedrijke man die met diverse koningen in goed contact staat.

Ook het oude gebied van Dorestad valt ook onder Waldger. Dorestad en het land erom heen heet nu het gouw Upgoa. Deze naam zou verklaard kunnen worden als ‘hoger gelegen gouw’. Houten en ’t Goy liggen in dit gouw. Het huidige gebied van Tull en ’t Waal ligt in het gouw Lek en IJssel en Schalkwijk is moeras.

Radboud van Teisterbant

In ongeveer het jaar 929 keert de bisschop van Utrecht terug uit zijn ballingschap. Waldger wordt rond het jaar 935 opgevolgd door zijn zoon Radboud.

In het jaar 939 breekt er opstand uit tegen koning Otto. Radboud kiest voor de kant van de opstandelingen. Nadat de opstand is neergeslagen, grijpt de bisschop zijn kans en krijgt in het jaar 944 de Utrechtse kerk diverse bezittingen van Radboud (bron)

Daarmee is de macht van de Friese rijksgraven gebroken. Aangenomen wordt dat de nazaten van Radboud, Ten Goye zijn gaan heten. Dit worden dan bisschoppelijke graven, die onder de bisschop werken.

Ook verliest Tiel zijn handelsfunctie en wordt Utrecht geleidelijk aan de nieuwe centrale stad.

Haltna

In Haltna wordt aan het eind van de 10e eeuw (ergens tussen 950 en 1050) een stenen Romaanse kerk gebouwd. Het is de vervanging van de houten kerk die in de bisschoppelijke goederenlijst is genoemd.