Elektriciteit

Elektriciteit

Aan het voegwerk te zien is het elektriciteitshuisje op de hoek Schoolstraat/Julianaweg uit de jaren ’20.

Utrecht krijgt in november 1905 elektriciteit van de elektriciteitscentrale op de Nicolaas Beetsstraat. De locatie naast de spoorlijn was gekozen vanwege de aanvoer van kolen. Een half jaar later waren de eerste straten voorzien van elektrische straatverlichting en reed er een elektrische tram door Utrecht (bron). Het zou nog 16 jaar duren voordat Houten en Schalkwijk een elektriciteitsnet kregen.

Gemeentelijk netwerk

Op 16 november 1921 worden de  eerste woningen in Schalkwijk aangesloten op het gemeentelijk elektriciteitsnet (bron). Houten krijgt in dezelfde periode ook elektriciteit.

Het ‘geleidingsnetwerk’ mag dan van de gemeente zijn, de aanleg en stroomlevering gebeurt door de Provinciale Utrechtsche Electriciteits Maatschappij (PUEM), die het weer betrekt van de centrale aan de Nicolaas Beetsstraat.

Alle huizen die een aansluiting kregen, werden voorzien van een muntmeter. Pas na inwerpen van een elektriciteitspenning werd de stroom doorgelaten.

Overname PUEM

Enkele jaren later wordt het Schalkwijkse (1923) en Houtense (1924) gemeentelijke elektriciteitsnetwerk verkocht aan de PUEM. Daarna volgt langzaam uitbreiding van het netwerk naar de buitengebieden. De elektriciteit werd bovengronds aangelegd en getransporteerd via palen. Op foto’s uit 1925 zijn de elektriciteitspalen goed te zien.

Het duurt tot 29 maart 1954 voordat de laatste woning in Honswijk elektriciteit krijgt.

Openbare verlichting

Tot de komst van elektriciteit, werden lantaarns met petroleum of raapolie gevuld. Elke avond kwam er een lantaarnopsteker langs, die de verlichting aandeed.

Herberg De Zwaan in Houten had aan de gevel al in 1852 lantaarns hangen (één van de weinige plekken) die door de lantaarnopstekers werd ontstoken (bron). In Schalkwijk was de eerste openbare verlichting te vinden bij het station vanaf 1869 (bron).