De Vereeniging Hulp voor Onbehuisden

In 1904 wordt in Amsterdam door Tjitte Jonker en zijn vrouw Jannetta ‘De Vereeniging Hulp voor Onbehuisden’ (HVO) opgericht. Deze organisatie helpt daklozen uit de stad aan onderdak.

HVO ontplooit veel initiatieven. Een daarvan is de oprichting van een opvangtehuis voor meisjes van 14 tot en met 16 jaar. De vereniging wil 36 meisjes ver buiten de stad in de natuur een nieuwe kans te geven. Ze krijgen les in wassen, strijken, naaien knippen, koken en worden opgeleid als huisvrouw of als dienstmeid.

Jeannette-Oord

Het oog valt op de buitenplaats Oud Wulven, waar Charles Testas zijn kasteel, grond en bijhorende gebouwen te koop heeft gezet. De boerderij aan de Oud Wulfseweg 10 wordt het nieuwe meisjestehuis.

Op 23 juni 1910 opent Hulp voor Onbehuisden het opvangtehuis. De omgebouwde boerderij uit 1635 krijgt de naam Jeannette-Oord, genoemd naar Janetta Jonker. Daarnaast heeft het een flinke serre, waardoor er behoorlijk wat ruimte is voor de groep. Buiten is een flink stuk grondgebied met bomen.

De opening is een grote gebeurtenis. Amsterdamse journalisten en notabelen, waaronder een wethouder en jonkheer Van Rappard van het Rijks Tucht- en Opvoedingswezen reizen per spoor naar Utrecht en vandaar met open rijtuigen naar Houten. Het project Jeannette-Oord kost 40.000 gulden en vooral mevrouw Jonker is de drijvende kracht.

De officiële naam is Jeannette-Oord. Met een dubbele N en een dubbele T. Zo is te lezen op het gebouw en in de notulen van de bestuursvergadering op 14 juli 1910.

Jeannette-Oord in 1910
Jeannette-Oord in 1910 (Collectie RHC Utrecht Zuidoost)

Het huis heeft in 1910 ook de eerste telefoonaansluiting van Houten. Het telefoonnummer is 1.

In 1913 nemen de eerste vijf meisjes afscheid van Jeanette-Oord. Zij gaan elders in betrekking in de huishouding en hebben volgens HvO veel geleerd tijdens hun verblijf in Houten: ‘Naaien, verstellen, stoppen en mazen, koken en braden, wasschen en strijken, netjes ‘t huiswerk doen. Kortom, alles wat een flinke vrouw moet kennen.’

Eerste Wereldoorlog

Op 5 augustus 1914 wordt Jeannette-Oord op last van de militaire autoriteiten geëvacueerd. De meisjes gaan terug naar de oude locatie in het Oud Buitengasthuis te Amsterdam. Ze verhuizen op 27 juli 1915 naar de Voorstraat 38 in Utrecht. Pas in oktober 1918 keren de meisjes weer terug. De tuin is onherkenbaar: de militairen hebben het bos gekapt.

Locaties Folmina en Jeannette-Oord
Locaties Folmina en Jeannette-Oord

Folmina-Paviljoen Houten

In 1919 zijn er 26 meisjes in Jeannette-Oord. In datzelfde jaar wordt elders op het grondgebied het Folmina-Paviljoen (Oud Wulfseweg 4) gebouwd. Dit huis is genoemd naar Folmina Peters, de moeder van een bestuurslid die was overleden. overlijden. Het paviljoen wordt opgetrokken in Amsterdamse schoolstijl, een bouwstijl die populair was in de hoofdstad in die jaren. Ook wordt er een klein gebouwtje neergezet, dat dienst doet als ziekenhuis en plaats biedt aan zes zieke kinderen en een verpleegster. In het koetshuis bij Jeannette-Oord komt een wasruimte voor kleding. De opening is op 22 oktober 1920.

Op 15 december 1921 overlijdt op 49 jarige leeftijd mevrouw J.C. Jonker-Clauzer, oprichtster en hoofd-directrice van Hulp voor Onbehuisden. Op 6 juli 1922 overlijdt Tjitte Jonker op 55-jarige leeftijd aan de gevolgen van een blindedarmoperatie.

De nieuwe directeur is Gradus Honing. In januari 1923 gaat hij aan de slag. Hij moet het werk van echtpaar Jonker voortzetten, maar ook de financiën op orde brengen. Dat doet hij mede door Jeanette- Oord te verkopen.

Verkoop Jeannette-Oord

In 1924 verhuizen de meisjes van Jeannette-Oord naar het Folmina-Paviljoen. Het huis en het terrein worden in 1925 opgedeeld en geveild. In totaal levert het huis, de kapel, de toren en de 700 bomen ruim 70.000 gulden op. Ook de telefoonaansluiting verhuist mee.

Begin 1930 krijgt het huis aansluiting op het elektriciteitsnet. Wanneer later dat jaar in Houten een groot feest is, zijn de meisjes ook van de partij.

Meisje Folmina-Paviljoen Houten tijdens een feest in 1930
Meisjes Folmina-Paviljoen Houten

In 1931 zijn er bomen gerooid rond het huis en is er ruimte voor een moestuin. Rond het gebouw is ook Flip, de waakse loopeend, die de meisjes volgt en zich aanhalen en beetpakken.

Het Folmina-Paviljoen krijgt in 1938 centrale verwarming. In 1939 raakt een twintigjarige bewoonster van Folmina zwaargewond bij een ongeluk op een onbewaakte spooroverweg bij Mereveld. Het meisje had op de trein gewacht, maar zag de trein van de andere kant over het hoofd bij het oversteken.

Tweede Wereldoorlog

Wanneer Houten in de eerste dagen van de tweede Wereldoorlog wordt geëvacueerd, vertrekken ook de bewoners van het Folmina-tehuis. Via Vreeswijk wordt ze per kolenschip richting Rotterdam vervoerd. Halverwege keren ze terug en gaan ze naar Utrecht. Wanneer ze op de trein stappen naar Voorburg wordt deze beschoten. Wanneer ze naar een paar dagen thuis komen is het pand vies achtergelaten door het Nederlandse leger.

Vertrek

Al in 1945 wil HVO het meisjeshuis in Oud Wulven sluiten. Directeur Honing vertrekt in 1946 zelf en pas eind 1949 sluit het Folmina-Paviljoen. In 1950 verlaat Hulp voor Onbehuisden Houten.

Lees hier meer over de geschiedenis van HVO