Late middeleeuwen (1050/1500)

Late middeleeuwen

In de late middeleeuwen stonden er op de hogere gronden van het Houtens landschap verschillende grotere boerderijen. De namen die we kennen zijn o.a. de Loerikerhofstede en de Oostrommerhofstede. De boerderijen leverden voedsel voor de eigen medewerkers en de stad Utrecht.

In deze stad ontstond vanaf het jaar 1050 een rijk kloosterleven. Er waren uiteindelijk een stuk of vijf kapittels, waarbij die van St Marie voornamelijk de rechten over Houten bezat en waar een deel van de oogst naar toe ging.

Waterhuishouding

In de elfde en twaalfde eeuw wordt het gebied ten westen en noorden van Houten ontgonnen. Ook wordt de Rijn bij Wijk bij Duurstede afgedamd. Om Utrecht weer met het Rijnsysteem te verbinden wordt tussen 1122 en 1148 de Vaartsche Rijn gegraven. In die tijd volgen ook de Schalkwijkse ontginningen die het landschap behoorlijk veranderden. Het dorpje Westrum lijkt daarbij een tijdelijk dorp te zijn geweest om de vele arbeiders van de Schalkwijkse ontginningen van voedsel te voorzien.

Schalkwijk ontstaat in 1136 en verschillende kerken worden in de huidige gemeente Houten gebouwd. Als tijdens storm in 1170 het zeewater tot aan de stadspoort van Utrecht staat, lijkt onze regio er weinig last van te hebben.

Gewelddadige 14e eeuw

In de 14e eeuw verschijnen er steeds vaker stenen kastelen. Vanuit kasteel Schonauwen (1300) wordt de polder Vuylcop bestuurd. Ook verschijnen er versterkte boerderijen zoals Hennesprong (1247), Overdam (1357) en buitenplaatsen als Wickenburgh (1381). Steeds vaker is er sprake van de vorming van gerechten die de rol van de verdwenen grotere boerderijen overnemen.

De edelen in de kastelen worden steeds opstandiger en behoorlijk vaak komt het tot forse confrontaties. Kastelen worden door de bisschop belegerd en regelmatig afgebroken. De komst van buskruit en kanonnen zorgt voor een nieuwe fase in de oorlogsvoering.

Het geweld betekende de vernietiging van Marckenburg, Ten Goye, Wulven, WestensteinBlommesteyn en Schalkwijk I. Enkele kastelen werden herbouwd.

Plunderingen

In 1315 plunderde Ghisebrecht Utengoye tijdens een hongersnood delen van Het Sticht. Hij werd daarop in 1317 onthoofd. Roofridder Jan van Rhijnestein uit Cothen sloeg in 1396 toe. Hij plunderde het volledige dorp Oostrum en wat hij niet mee kon nemen stak hij in brand. In 1421 worden Houten en Loerik geplunderd door soldaten uit Gelre. Rond het jaar 1350 woedt de pest. Velen sterven.

Grensgebied

Het zuiden van de huidige gemeente Houten (Schalkwijk en Tull en ‘t Waal) valt in de Late Middeleeuwen onder de Heer van Culemborg en/of Heer van Vianen. Het zijn gebieden die afwisselend samenwerken met Holland, Gelre of een vrijstaat vormen. Houten valt onder Het Sticht en staat onder invloed van de Bisschop. Na de Arkelse oorlogen aan het begin van de 15e eeuw komt er rust in de regio.

Klimaat

Gedurende de Late Middeleeuwen was er sprake van het Middeleeuws Klimaat Optimum (1170 – 1430). Een periode waarbij de temperatuur hoger lag dan het duizendjarig gemiddelde van 9 graden. Deze periode met zachte winters en warme zomers beleefde een hoogtepunt rond het jaar 1230. Vanaf het jaar 1416 worden de winters plotseling kouder. In het jaar 1430 begint de Kleine IJstijd.

 

Jaartal

Gebeurtenis

±1050Ontginningen Wulven+Waijen
±1100Kapel Oostrum
1122Afdamming Rijn
1126Ontginningen Schalkwijk
1136Ontstaan Schalkwijk
1140Lek bedijkt
±1140Mottekasteel Schalkwijk
±1150Kerk Tull
1164Kerk Schalkwijk
1233Doorbraak Lekdijk
±1240Kasteel Schalkwijk I
1247Versterkte boerderijen
1261Kasteel Schonauwen
1296Kasteel Wulven
±1300Veerverbindingen Lek
±1300Vuylcop gebouwd
1304Slag met Vlamingen bij Lek
1317Belegering kasteel Ten Goye
1338Kerk ‘t Waal
1342Grote overstroming
1350Pest
1353Oorlog Jan van Arkel IV
1374Extreem grote overstroming
1381Wickenburgh gebouwd
1396Oostrum geplunderd
1400Kapel ‘t Gooi wordt kerk
1401Arkelse oorlogen (tot 1412)
1417Kerk Honswijk verwoest
1421Houten/Loerik geplunderd
1430Start Kleine IJstijd
1496Overstroming Lekdijk