Franken en Friezen

Franken en Friezen

Tijdens de Laat-Romeinse tijd hadden de Franken als bondgenoten van de Romeinen de dagelijkse leiding overgenomen.

In het jaar 486 worden de Franken definitief onafhankelijk van de Romeinen. Houten is dan al een soort niemandsland tussen de Franken en Friezen, waarbij de Frankische invloed het sterkst was. Onze regio is moerassig (Schalkwijk) en bosachtig (Houten) en er is incidentele bewoning. In het jaar 525 vechten Franken en Friezen samen aan de monding van de Rijn tegen plunderende Denen, een soort voorlopers van de Noormannen.

Invloed Franken groter


Aan het eind van de 6e eeuw wordt de Friese invloed groter dan de Frankische invloed. Er is dan bij Katwijk een flink Fries Koninkrijk ontstaan. De Friese koning Audulf doet daarbij rond het jaar 600 aan gebiedsuitbreiding in het rivierengebied en dus ook onze regio. De bevolking neemt toe en ten zuidoosten van onze regio ontstaat aan het begin van de zevende eeuw Dorestad. Dorestad is de opvolger van een handelscentrum aan de Rijnmonding bij Katwijk (Bron). Hier zijn veel Friese handelaren te vinden. Ze voeren intensieve handel met o.a. Engeland en Scandinaviƫ. Via Dorestad kan de handelswaar richting het binnenland.

De Merovingen (Franken) beleven in die tijd een tweede bloeitijd en rond het jaar 630 komt koning Dagobert I naar onze streek. Hij brengt Utrecht, Dorestad en het Kromme Rijngebied onder Frankisch gezag. Rond 650 trekken de Friezen opnieuw de streek binnen. Het slaan van Frankische munten in Dorestad stopt (bron). Een Friese periode breekt aan.

Sporen in Houten


In Houten zijn sporen gevonden uit dit tijdperk. Bewoning kwam voor in Loerik (het gebied tussen de Heidetuin en de Bloesemtuin) en in Tiellandt (De Slagen). Bij de Bloesemtuin is bijvoorbeeld Merovisch aardewerk gevonden. Toch blijkt in deze periode de meeste bevolking zich te concentreren in een lintvormige agglomeratie langs de Rijn (Utrecht, Bunnik, Werkhoven, Cothen). De nederzettingen in Houten waren achterland.

Slag bij Dorestad


In de loop van de 7e eeuw worden de Friese koninkrijkjes langs de kust een groot koninkrijk met het centrum aan de Rijnmond in Katwijk (Bron).

De invloed van de Friezen die handel bedrijven in Dorestad wordt ook groter. In de periode 688 tot 695 komt het tot een oorlog met de Franken. Zo vindt in 689 de slag bij Dorestad plaats en komt Dorestad onder Frankisch bestuur.

Na het overlijden van Pepijn II van Herstal op 16 december 714 ontstaat er onrust in het Frankische Rijk. De Friezen zien daarop mogelijkheden om de regio opnieuw te bezetten. Bij de Bloesemtuin is bijvoorbeeld een Friese munt van na 710 gevonden. De Franken (Karel Martel) keren in 719 na de dood van de Friese koning Radbod terug en veroveren definitief Utrecht en de omgeving.