Loerik

Loerik was een buurtschap ter hoogte van het huidige Loerikse Park. Het gebied was een hogere plek op de Houtense stroomrug en kent al 2600 jaar aaneengesloten bewoning. Dat is voor Houten een unieke situatie. Sinds 1997 is het verdwenen in de nieuwbouw van Houten-Zuid.

Vroege bewoning

In de Midden-IJzertijd was er bewoning in Loerik. De oudste sporen gaan terug tot de 6e eeuw voor Christus, nabij de huidige Heidetuin. Langs een hogere plek langs een restgeul van de Rijn waren de omstandigheden gunstig voor bewoning. Ook in de omgeving zijn er steeds vaker woonkernen. In het zuidelijke deel van Loerik neemt rond het jaar -200 de bevolking plotseling toe.1 Mogelijk waren dit gezien de archeologische vondsten de Kelten die onze regio bereikten.

De ijzertijdbewoning gaat naadloos over in de Romeinse bewoning, waarvan sporen in Houten en in ’t Goy op grote schaal zijn teruggevonden. Na de Romeinse tijd vindt er ontvolking plaats in Houten. Maar in dit gebied blijft bewoning. Zo hebben archeologen sporen gevonden ter hoogte van de Heidetuin uit de periode 250 tot 900 na Christus.

Bewoning in de Vroege Middeleeuwen is in Houten zeldzamer, dan in de Romeinse tijd. Maar in Loerik zien we bewoning. Bijvoorbeeld in de Bloesemtuin (500-700), bij de Beusichemseweg en bij de Vlondertuin. Bij de opgravingen bij de Bloesemtuin zijn munten gevonden uit de periode 620 tot 630. Een teken dat door de bewoners handel werd gedreven.

Archeologisch onderzoek Loerik
Archeologisch onderzoek in Loerik (2001)

Nadat de Franken aan het begin van de 8e eeuw definitief de macht grijpen in het Kromme Rijngebied, kan de lokale agrarische economie zich ontwikkelen. Uit schriftelijke bronnen uit de negende eeuw weten we dat er rond het jaar 863 minimaal drie herenboerderijen in Lorek stonden. Het bos verdwijnt en het land wordt verkaveld. De weg van Haltna naar Lorek (Loerikseweg) is een verkavelingsgrens. Lorek maakt dan onderdeel uit van de Landstreek Dorestad.

Loerickerhofstede in Lorek

Historici vermoeden dat er onder het aangelegde park de sporen van de Loerickerhofstede zijn te vinden. Rond zo’n hofstede stonden dan huisjes van onvrije of halfvrije boeren die bij deze hofstede werkten. Mogelijk heeft deze hofstede bestaan tussen de 10e en 13e eeuw, toen het gebied werd ingedeeld in domeinen. Archeologen vonden vooral sporen uit de periode 1100 tot 1350. Daarna stopte de intensieve bewoning van dit gebied.2 Aan de andere kant van de Leesloot werden sporen gevonden van een smid.

Het gebied dat onder de ontginning Loerik valt is bijna 500 hectare. Het liep van de Steenen Poort langs de Brink in Houten naar de ingang van het bos Nieuw Wulven bij de Rijsbruggerweg. De Ka-sloot en de Leebrug waren de andere grens.

Namen uit Lorek

Er blijkt in het jaar 1176 een Wilhelmus de Lureke te zijn, die bij een geschil aanwezig is en wordt genoemd als getuige. In 1218 wordt Frederik van Lorike als getuige genoemd en in 1219 bij de Utrechtse Balije. Hij is dan mee met de vijfde kruistocht tegen Egypte.3 De rechtsmacht van het gebied ligt bij de Heren Ten Goye, maar deze personen hebben een behoorlijke status bereikt. Aannemelijk is dat zij de leiding hadden over de Loerickerhofstad.

Leesloot en Loric

Ergens in de 11e of 12e eeuw wordt de Leesloot gegraven. Wanneer dit gebeurde weet men niet, maar het was voordat de ontginningen in de komgronden aanvingen. Deze sloot gaat deels door het zuiden van de nederzetting en volgt een oude restgeul. De Loerickerhofstede verdwijnt rond 1250.

Het buurtschap Loric zoals het dan wordt genoemd, blijft altijd ondergeschikt aan het naastgelegen Haltna. De inwoners kerkten in Haltna, dat op een afstand van 25 minuten lopen ligt. Namen komen ook voor. In 1379 zien we Johan van den Zande van Loric. In 1401 wordt Hubert van Loric genoemd en in 1411 Jan van Loric.

Het buurtschap Loerick

In de 15e eeuw verdwijnt de naam Loric. Er wordt dan een Herman van Oemeren (1419) te Loerick genoemd. In 1421 wordt Loerick geplunderd door Reinoud IV van Gelre. Het is waarschijnlijk dat alles is platgebrand, zoals ook in Houten op dat moment gebeurde.

Loerick wordt herbouwd als een lintbebouwing van boerderijen langs de Beusichemseweg (het huidige Staatsspoor en Smalspoor). De Loerickerbrugge is te vinden waar de weg de Leesloot overgaat.4 In het jaar 1434 komen de namen Alart van Loerick en Zweder van Loerick voor, als zijnde boeren die in Loerick wonen.5 Tussen 1501 en 1511 wordt Jan Corneliss die Loercik genoemd. Daarna lijkt niemand zich meer naar het gebied te vernoemen.

De naam Loerickerhofstad komt in 15e en 16e voor in een overzicht van tienden. Dat suggereert dat de herinnering aan deze hofstede en het bijbehorende grondcomplex eeuwenlang bleef voortleven in de administratieve bronnen. De naam leefde voort in landschappelijke aanduidingen zoals Loerickerweyde, Loerickervelt, Loerickerwech en Loerickerbrugge.

Verplaatsing dorp

Vanaf 1594 verschijnt de Loerikse korenmolen aan de Molendijk (tegenwoordige Molenland). Ook worden er rond de molen boerderijen gebouwd, waarvan een enkele tegenwoordig nog te zien is. Het zwaartepunt van het gehucht verplaatst zich daarmee zo’n 500 meter naar het noordwesten. De doorgaande route tussen Utrecht en Tiel wordt een zandpad en later een zandweg.

In 1840 wordt ten noorden van de zandweg een Macadamweg aangelegd. Het is een doorgaande weg van Utrecht naar Tiel. De twee scherpe bochten in de weg zorgen voor een gevaarlijke bocht die ‘De Kniphoek’ wordt genoemd. In het westen verschijnt in 1868 een spoorlijn. Dit is de verbinding van Utrecht naar ‘s-Hertogenbosch.

Loerik in 1855 met molen
Loerik in 1855 met molen, zandweg, Macadamweg en Leesloot.

De oudste bekende schrijfwijze is Lorek (863), later Loric (1263). In de 14e en 15e eeuw komen daarnaast varianten voor als Lorick, Loeric en Loerick. Een enkele keer spreekt men over Lorech, Loriacum, Lurich, Lureke en Lurk.

JaarGebeurtenis
-600Eerste bewoningsporen
-200Ontstaan bewoning (Keltisch)
620Bewoners drijven handel
863Drie herenboerderijen in Lorek
±1000Loerickerhofstede
1176+1218Heren de Lureke en van Lorike treden op als getuige
1225Leesloot gegraven
±1250Verdwijnen Loerickerhofstede, de naam Loric wordt gebruikt
±1421Plundering, de naam Loerick is dan in gebruik
1430Herbouw lintbebouwing boerderijen
1594Loerikse Korenmolen
±1600Boerderijen rond de molen
1997Nieuwbouw

Noten

  1. Archeobotanisch onderzoek BIAXiaal 178 – H. van Haaster (2004) ↩︎
  2. ADC rapport 118 – Onderzoek terrein 39A-22 (2002) ↩︎
  3. Adel en ridderschap in Utrecht (2023), p 95 – Renger E. de Bruin ↩︎
  4. Vermelding uit 1536, RAZU – toegang 61- inv 21, Regesten betreffende ’t Goy en Houten, 1500-1599 – M. Kemp ↩︎
  5. RAZU – toegang 61- inv 20, Regesten betreffende ’t Goy en Houten, 1200-1499 – M. Kemp ↩︎

Deze pagina is gewijzigd op 29 augustus 2026