Het geslacht Ten Goye was een familie uit de periode van de 11e tot en met de 14e eeuw, die in het gouw en het latere graafschap Opgooi woonde. Er is geen familieband gevonden met de Friese graaf Gerulf. Dit komt ook omdat voor het jaar 1100 de edelmannen voornamelijk met hun voornaam werden genoemd1 en dat onderzoek lastig maakt.
De heren van Ten Goye waren een bisschoppelijke graaf. Ze hadden de bisschop boven zich. Hun namen komen pas voor, nadat de bisschop tussen de koning/keizer wordt ingeschoven en de rijksgraven verdwijnen. Alhoewel mogelijk de eerste graaf Rodbertus een uitzondering kan zijn.
Ten Goye zien we geen heervaart verrichten. Ze vielen dus niet onder het bisschoppelijke leger dat ten strijde trok tegen Holland, Gelre of welke vijand dan ook. Wel was Ten Goye soms politiek betrokken.
Strijd met de bisschop
Het geslacht Ten Goye was in de 11e eeuw erg machtig, maar had een haat-liefde verhouding met de bisschop van Utrecht. Regelmatig voerden ze strijd met de bisschop. Dat was een juridische strijd, maar ook werd door de bisschop van Utrecht een aantal keren het kasteel Ten Goye belegerd.
Soms werd het kasteel opgedragen aan Holland, hetgeen als verraad werd beschouwd. Het eindresultaat was telkens dat Ten Goye zeggenschap, rechten of gebied inleverde. Eén keer werd een lid van het geslacht Ten Goye onthoofd door de bisschop.
Uiteindelijk was Ten Goye dusdanig verzwakt dat ze over moesten gaan tot onderleen. Dat wil zeggen dat tussen de bisschop en Ten Goye een andere edelman in kwam. In de 14e eeuw vertroebelt het geslacht door huwelijken met de heren van Vianen en de invloed van de graaf van Culemborg. De bisschop van Utrecht rekent met iedereen af.
Namen van de Heren van Goye
| naam | periode | regeerperiode | opmerking |
|---|---|---|---|
| Willem Uten Goye | (1002-????) | Weinig van bekend | |
| Rodbertus Wilhelmus van Goye van Goor | (1027-1108) | (1081-1108) | Stadsgraaf en burggraaf |
| Willem de Upgoye | (1050- >1122) | (1108-1122) | Raakt in onmin met de keizer |
| Dirk de Upgoye | (1080-1156) | (1126-1131) | |
| Wilhelmus de Upgoye | (1080-1156) | (1132-1156) | Broer van Dirk |
| Willem de Upgoye (De Schele) | (1110-1184) | (1157-1184) | Graaf |
| Willem de Upgoye | (1140-1196) | (1184-1196) | Graaf |
| Walter van Upgoye | (1170-1242) | (1196-1242) | |
| Ghiselbertus heer van Goye | (1211-1271) | (1242-1268) | Ridder en maarschalk Gaat klooster in |
In de 11e eeuw komen we Rodbertus Wilhelmus van Goye van Goor (1027-1108) tegen2, die wordt vermeld als stadsgraaf van Utrecht. Hij wordt in 10633 genoemd en in 1081 opnieuw bij een onbekende ontginning. Hij trouwt in 1048 en krijgt minimaal één kind. In 1081 wordt hij vermeld als graaf. Mogelijk had hij ook een voorganger, want in 1025 wordt Nederkamp vanuit Houten ontgonnen. Maar informatie van voor 1100 is minder aanwezig. De Heer van Goye is in de 11e en 12e eeuw actief met de aanleg van kades langs de Lek in het gouw Lek en IJssel. Na de aanleg van de dam bij Wijk bij Duurstede wordt dit in een bredere samenwerking georganiseerd.
Willem de Upgoye (1050 – >1122) heerst tussen 1108 en 1122. Met Pinksteren 1122 heerst er in de stad Utrecht onrust tussen de kooplieden uit de stad en de bisschop. De bisschop wil bij Wijk bij Duurstede de Rijn afdammen en de kooplieden zien daardoor hun handel verdwijnen. Er was wel gedacht aan het graven van een nieuw kanaal, de ‘Nieuwe Rijn’, maar dat zou gepaard gaan met tol.
Willem de Upgoye kiest de kant van de bisschop. Maar Keizer Hendrik V die op bezoek is in Utrecht kiest de kant van de stad. Er vind een gewapend treffen plaats, waarbij de stad en het keizerlijke leger winnen.4 Zowel bisschop als Willem de Upgoye worden in de gevangenis gezet. De bisschop komt na betaling vrij en Willem de Upgoye wordt ontheven uit zijn grafelijke macht. Na de dood van Keizer Hendrik V wordt in 1126 Dirk de Upgoye de nieuw graaf van Lek-en-IJssel, Opgooi en Utrecht.
Dirk (Theodericus) de Upgoye wordt de nieuwe graaf van Goye. Het vertrouwen in Ten Goye is bij de Utrechtse bisschop wel gedaald. Dirk overlijdt vrij snel en laat een dochter achter die trouwt met een Can Cuyk.
Wilhelmus de Upgoye is een broer van Dirk en geboren rond 1080. Zijn zus is getrouwd met een Van Cuyk en die neemt het graafschap Utrecht mee. De graafschappen Lek en IJssel en Opgooi blijven achter voor Ten Goye. Opgooi is daarbij geslonken, want veel domeinen in Wijk bij Duurstede, Odijk en Werkhoven waren aan de Keulse kerk geschonken.5 Wilhelmus wordt nooit graaf genoemd en is een leenman.
Vanaf 1157 heerst Willem de Upgoye (De Schele) (1110–1184) over de twee graafschappen. Gezien zijn bijnaam beschikt hij kennelijk over een lichamelijk ongemak. Hij draagt wel weer de titel graaf, maar die titel is nooit duidelijk omschreven. Hij heeft een nauwe vriendschap met de keizer en daardoor staat hij sterk tegen de bisschop van Utrecht.
Willem de Upgoye (1140–1196) neemt daarna de leiding over. Dit duurt slechts 12 jaar en er is weinig over hem bekend.
Vanaf 1196 is Walter de Upgoye (1170–1242) de heer van Goye. Walter van Goye maakt mee dat de grafelijke titel in 1227 wordt afgeschaft, maar of Walter daar ook zo over denkt is maar de vraag. Hij gaat de strijd aan met de leiding in Utrecht. Zo is in 1227 er ook een geschil tussen het kapittel van St. Marie te Utrecht en Walter de Upgoye. Die had te weinig tienden afgedragen, omdat hij meende dat het kapittel er geen aanspraak op maakte. Hij verliest dit. Walter zien we verder niet meer terug in de regio en hij vecht mee met de Duitse Orde tegen de Pruisen.
De bekendste Van Goye is Ghiselbertus heer Uten Goye (1211–1271). Hij krijgt in 1242 na de dood van zijn vader de leiding over Opgooi en Lek en IJssel. Direct barst de strijd over de tienden weer los, maar in 1252 erkent hij dat het kapittel van St. Marie te Utrecht toch de rechtbehebbende is.
In 1248 treedt hij in de ministerialiteit.6 We hebben dan voortaan te maken met het gerecht ’t Goy en Houten. Ten Goye ziet in 1252 ook af van zijn tienden in Houten, Loerik, Westerhem, Oosterhem en nog wat locaties buiten het huidige Houten.7
In het jaar 1255 ontstaat er een strijd tussen Holland en Het Sticht. Ten Goye kiest samen met andere edelmannen zoals Van Amstel en Woerden de kant van Holland. De bisschop werd echter gesteund door de ministerialen van bijvoorbeeld Van Wulven, Schalkwijk en Jutphaas. Wanneer de strijd door Holland wordt verloren, moet Ghiselbertus Ten Goye boete doen bij de bisschop. Hiervoor gaat hij op blote voeten in boetekleed naar de Domkerk. Daarna loopt Ghiselbertus weer in het gareel van de bisschop.

In 1265 wordt Ghiselbertus de eerste maarschalk van Het Nedersticht. Lang blijft hij dit niet, want drie jaar later wordt hij broeder frater Ghiselbertus quondam Dominus de Goye. Hij is in 1270 en 1271 de vierde in de rij van landcommandeurs van de ridderlijke Duitse orde Balije van Utrecht.
Het schilderij van hem (hiernaast) hangt in het Duitse Huis in Utrecht en is later geschilderd.
Hij overlijdt op 16 maart 1271 en wordt begraven in de Sint Annakerk van het oude Duitse Huis buiten de stadsmuren. Hij is twee keer getrouwd geweest.
Splitsing Hagesteinse tak en Goyse tak
Ghiselbertus draagt in 1268 zijn goederen over aan zijn twee zoons. Walterus (1225-1282) wordt heer van Goye en van Hagestein en geeft de lagere rechten van ’t Goy en Houten aan zijn broer Giselbertus (1225–1300). De een woont in kasteel Ten Goye en de ander in slot Hagestein.
Er is dan een Hagesteinse tak en de Goyse tak ontstaan. De Hagesteinse tak heeft meer rechten en bezittingen dan de Goyse tak.
In 1277 wordt het voormalige graafschap Lek en IJssel verkocht en wordt alleen nog maar zeggeschap uitgeoefend over de gerechten Houten en ’t Goy en Hagestein.
Woonachtig in kasteel Hagestein
| naam | periode | regeerperiode | opmerking |
|---|---|---|---|
| Walter van Goye en Hagestein | (1225-1282) | (1268-1284) | Woont in kasteel Hagestein |
| Giselbertus van Goye | (1250-1300) | (1284-1300) | Woont in kasteel Hagestein |
| Jan Uten Goye | (1277-1313) | (1300-1313) | Woont in kasteel Hagestein |
| Margriet Uten Goye | (1300-1333) | (1313-1342) | Woont in kasteel Hagestein |
Na het overlijden van Walterus in 1282 neem zoon Giselbertus van Goye (1250 – 1300) kasteel Hagestein en de rechten over. Giselbertus geeft de lagere rechten van ’t Goy en Houten aan zijn oom Giselbertus.
Vanaf 1300 is Jan Uten Goye (1277–1313) de belangrijkste man in Hagestein. Na zijn dood erft zijn zus Margriet Uten Goye (1300–1333) de rechten, waarbij de lagere rechten van het gerecht ’t Goy en Houten in leen blijven bij de Goyse tak.
Woonachtig in kasteel Ten Goye
| naam | periode | regeerperiode | opmerking |
|---|---|---|---|
| Giselbertus de Goye | (1225-1300) | (1268-1300) | Krijgt lagere rechten van broer en zijn neef |
| Giselbertus Uten Goye | (1225-1315) | (1300-1315) | 1e burggraaf van Utrecht |
| Ghisebrecht Uten Goye | (1315-1315) | 2e burggraaf van Utrecht. Wordt onthoofd | |
| Ghijsbrecht Uten Goye | (1300-1334) | (1317-1334) | 3e burggraaf van Utrecht |
| Nn van Goye | (1325-1449) | (1334-1449) | |
| Katerine van Goye | (1300-1350) | (1349-1350) | Broer van Ghijsbrecht Uten Goye |
| Henric van Vianen | (1285-1352) | (1350-1352) | |
| Gijsbrecht van Vianen | 1352 | Noemde zich Gijsbrecht Uten Goye |
De Goyse tak heeft dan weliswaar lagere rechten dan de Hagesteinse tak, maar is nadrukkelijk aanwezig en heeft meerdere ernstige conflicten met de bisschop van Utrecht.
Wordt genoemd als maarschalk van de landen van Utrecht. Op 1 juli 1278 wordt opnieuw een uitspraak gedaan over de kwestie van de tienden en krijgt het kapittel van St. Marie te Utrecht opnieuw gelijk. De strijd over de tienden is definitief beslist. Hij zegelt in 1300 mee als Wijk bij Duurstede stadsrechten krijgt.
Giselbertus Uten Goye (1225–1315) is 1e burggraaf van Utrecht. Hij wordt dit omdat hij in 1307 ermee wordt beleend, nadat de graaf van Benthem er afstand van doet. De titel burggraaf gaat dan voornamelijk over bezit en niet meer over zeggenschap. Immers in 1305 heeft de bisschop van Utrecht alle hogere rechtsmacht naar zich toe getrokken. Dit wordt niet door iedereen erkend (Zo negeert de adel in Culemborg en Holland dit). Hierdoor zien we na 1305 nog steeds de hogere rechtsmacht verhuizen van eigenaar, terwijl de bisschop van Utrecht dit aan zichzelf heeft toegeëigend.
Overigens waren de Ten Goyes eeuwen eerste ook burggraaf, maar het is onduidelijk waarom hier 1e wordt gebruikt.
Ghisebrecht Uten Goye (1275–1315) is de 2e burggraaf van Utrecht. Bij zijn aantreden in 1315 heeft hij te maken met hongersnood en onderneemt hij strooptochten door de regio. Ook roept hij de onafhankelijkheid uit over Houten en ’t Goy, Tull en ’t Waal, Gasperden, Hagestein en nog enkele gebieden. Nadat de bisschop is teruggekeerd, mag Ghisebrecht een verklaring afleggen en wordt hij onthoofd.
De zoon van de onthoofde Ten Goye krijgt te maken met voogden, waaronder de Heer van Culemborg en Nicolaes Catz. Die zien kans om de macht uit te breiden. De bisschop besluit het Kasteel Ten Goye in te nemen en in 1317 vindt belegering plaats. Met de zwaarste wapens van die tijd wordt het kasteel overwonnen. Lang profiteert de bisschop er niet van. ’s Nachts na de overwinning sterft hij. De Culemborgers weten het kasteel terug te bemachtigen.
Ghijsbrecht krijgt de lagere rechten van Houten en ’t Goy en wordt de 3e burggraaf van Utrecht. In 1322 doet Margriet van Goye afstand van diverse gerechten en goederen en een deel komt bij Ghijsbrecht Uten Goye terecht. Ghijsbrecht verkoopt in 1331 alle gerechten, behalve het gerecht Houten en ’t Goy aan de heer van Vianen en de heer van Culemborg. Opnieuw zien we hier dat Ten Goye de hogere rechten van het gerecht ’t Goy en Houten claimt.
Opvolger als 4e burggraaf is ‘Kind van den Goye’ (1325–1349). De naam van deze persoon is niet bekend, maar vermoedelijk zal die ook wel iets als Ghisebrecht hebben geheten.
Tante Katerine van Goye (1300–1350) wordt vermeld als 5e burggravin van Utrecht, maar is dit hooguit één jaar geweest. Zij is getrouwd met de heer van Vianen, waarna het is afgelopen met het geslacht Van Goye.
Wel komt Gijsbrecht van Vianen en Utengoye nog voor in 1375 als bezegelaar van de Stichtse Landbrief.
De namen Giselbertus, Ghisebrecht, Ghijsbrecht en alle varianten daarop betekent “mooi kind van een edelman.” Tegenwoordig wordt deze naam voortgezet als Gijs.
Noten
- Adel en ridderschap in Utrecht (2023) – Renger E. de Bruin ↩︎
- Zijn achternaam Van Goor doet vermoeden dat dit een edelman is met roots in Twente. Mogelijk behoorde hij tot de elite die een eeuw eerder de bisschop vanuit Deventer had gevolgd. ↩︎
- Adel en ridderschap in Utrecht (2023) – Renger E. de Bruin ↩︎
- De Stichtse ministerialiteit en de ontginningen in de Utrechtse Vechtstreek, p 62 – A.L.P. Buitelaar (1993) ↩︎
- Het Kromme Rijngebied in de Middeleeuwen, p 385 – Dr. C. Dekker (1983) ↩︎
- Adel en ridderschap in Utrecht (2023) – Renger E. de Bruin ↩︎
- RAZU – toegang 61- inv 20, Regesten betreffende ’t Goy en Houten, 1200-1499 – M. Kemp ↩︎
Deze pagina is gewijzigd op 15 juni 2026
