In de 13e eeuw verdwijnen de domeinen (grote boerenbedrijven met onvrije of halfvrije boeren) en de graafschappen. Er ontstaat een nieuwe vorm van bestuur: de gerechten. Deze worden bestuurd door een lokale edelman die in een kasteel woont.
De eigenaar van het gerecht had de grond in het leen van een andere hogere edelman (onderleen) of rechtstreeks van de Bisschop van Utrecht. In het hele Kromme Rijngebied zijn in de middeleeuwen 58 gerechten te vinden. De macht in de oudere gebieden wordt daarmee hetzelfde als in de nieuwe ontginningsgebieden zoals Schalkwijk, Schonauwen en Wulven. In Houten gebeurt dit in 1248, toen de Heer van Goye ministraal werd.1
Rond 1300 bestaat het gebied rond Houten uit zo’n 15 gerechten. Het gerecht Houten en ’t Goy en het gerecht Schalkwijk zijn de grootsten in de huidige gemeente Houten. Er zijn ook enkele minigerechten ter grootte van één boerderij. Vaak was dit een schenking van de bisschop aan een persoon die werd beloond voor zijn diensten. De minigerechten zien we vooral in de buurt van de stad Utrecht terug.
Vanaf de Reformatie (1580) komen de gerechten steeds vaker in handen van rijke stedelingen. Een gerecht is dan een verzameling rechten over een bepaald gebied, waar de eigenaar inkomsten en status uit haalden. De term ambachtsheer die gebruikelijk was in Holland en Zeeland voor de gerechtseigenaar, wordt ook in Het Sticht ingevoerd. Een gerecht noemt men dan ook een ambachtsheerlijkheid.
De rechtspraak
De grotere gerechten hebben een schout in dienst, die is belast met de organisatie van de lagere rechtspraak en het innen van geld bij de boeren. De rechtspraak wordt in de middeleeuwen door de buren gedaan, het zogenaamde burenrecht. Dit gaat over civiele zaken, zoals het verleggen van een weg, het uitbaggeren van een sloot, onenigheid over de waterhuishouding en andere zaken die niet direct om een antwoord vroegen. Ook waren er speciale rechters die bij de rechtsdagen aanwezig waren. De criminele zaken, waarbij lijfstraffen, marteling, schandpaal en halsrecht (onthoofding) werden uitgedeeld, vielen onder de hogere rechtspraak en werden in Utrecht afgehandeld.
De schout was door de gerechtsheer aangesteld om een en ander te regelen. Een keer per jaar en in Schalkwijk drie keer per jaar werden er zogenaamde rechtsdagen gehouden. Het ging daarbij over onderwerpen die we tegenwoordig zouden toebedelen aan een Hoogheemraadschap, een taxateur, notaris of aan de gemeente.
De schout leidde de bijeenkomst van zo’n rechtsdag. Van de uitspraken werden aktes gemaakt. C. Dekker vermeldt in zijn standaardwerk ‘Het Kromme Rijngebied in de Middeleeuwen‘ een en ander over de lagere rechtspraak. Zo werd in de herberg van Jan van Beesd in Schonauwen (1356) de lagere rechtspraak uitgeoefend. In Houten vond de rechtspraak plaats in de open lucht op het kerkhof (1392) en in Schalkwijk (1414) eveneens.
Naast de buren waren ook ‘lantgenoten’ aanwezig. Deze laatsten waren landeigenaren, een soort herenboeren die een hogere klasse bezaten, dan de gewone boeren (buren). Soms was de gerechtseigenaar aanwezig en het zal duidelijk zijn dat de schout zijn eigen broodheer het niet al te moeilijk maakte.
De schout had soms enige moeite met orde houden. Historicus O. Wttewaall meldt in de uitgave ‘Het ontstaan van Houten‘ dat soms de bijeenkomsten overgingen in drinkgelagen zonder dat er een besluit volgde. De schout klaagde daarnaast wel eens over gebrek aan invloed en corruptie was niet ongewoon.
- De schout van ’t Goy en Houten
- De schout van Schonauwen
- De schout van Schalkwijk
- De schout van Tull en ’t Waal
Schepenbank
In de 15e eeuw wordt geleidelijk aan de schepenbank ingesteld. Nadat in 1528 Het Sticht verdwijnt, wordt dit proces versneld. In 1662 hebben alle gerechten schepenrecht. Een schepenbank bestaat uit de schout en een aantal personen die door de Staten van Utrecht zijn aangewezen. De hogere rechtsmacht valt onder de Staten van Utrecht en wordt uitgevoerd door het Hof van Utrecht.
Deze schepenen deden meer dan alleen rechtspreken, ze houden zich steeds meer bezig met belastinggeld innen en met het onderhoud van de wegen. Schout en schepenen zijn uitvoerend. Ze maken geen beleid en geen visie en zijn niet betrokken bij burgerlijke kwesties zoals salarissen van bijvoorbeeld onderwijzers en kosters. Dat laatste was meer een taak van de landeigenaren. Zeker in de 18e eeuw hebben de grote boeren veel invloed.
De gerechten in de huidige gemeente Houten waren:
- Het gerecht Houten en ’t Goy
- Het gerecht Schalkwijk
- Het gerecht Vuijlkop / Schonauwen
- Het gerecht Honswijk
- Het gerecht Pothuizen
- Het gerecht Tull en ’t Waal
- Het gerecht Oud Wulven (gefuseerd met Waijen)
- Het gerecht Waijen (gefuseerd met Oud Wulven)
- Het gerecht Oud Wulven en Waijen
- Het minigerecht Geer of Ruemsthofstede (Hubertsgerecht)
- Het gerecht Wulven
- Het minigerecht Heemstede
- Het minigerecht De Vrije Hoeve
- De gerechten Kleine Koppel, Grote Koppel en Maarschalkerweerd
- Het gerecht Slagmaat
Caenbroeck: Mogelijk was de ontginning Kanenbroek in Schalkwijk ook een gerecht tot halverwege de 14e eeuw.2
Splitsing gerechten en kasteel
De meeste grotere gerechten hebben vanaf de 12e of 13e eeuw als basis een kasteel of vooraanstaand huis. In sommige gevallen wordt het kasteel gesplitst van de ambachtsheerlijkheid. Dit gebeurt in 1727 in Schonauwen en in 1651 in Schalkwijk. Zodoende treffen we in de bronnen meerdere heren van Schalkwijk of Schonauwen aan. De een woonde in het kasteel, de ander was eigenaar van het gerecht.
Afschaffing heerlijk recht
In 1798 wordt door de Fransen het heerlijk recht afgeschaft. De ambachtsheerlijkheid komt daarmee te vervallen. De schepenbanken worden in 1811 afgeschaft. Rechtbanken en gemeenteraden komen ervoor in de plaats. De schout wordt voorzitter van de gemeenteraad. Vanaf 1825 wordt in onze omgeving niet meer over schout gesproken, maar over burgemeester.
De titel ambachtsheer wordt tot halverwege de 19e eeuw doorverkocht. Het was vooral een statussymbool en gaf kans om in de adelstand te worden verheven. Ambachtsheren wilden vaak niets meer met het bestuur van een gemeente te maken hebben. Incidenteel bemoeiden ze zich op verzoek met benoemingen. Tot in de huidige 21e eeuw was het mogelijk een ambachtsheerlijkheid te kopen.
| 1451 | Eerste schepenen (burenrecht) in Honswijk |
| 1662 | Laatste burenrecht verdwijnt |
| 1797 | afschaffing heerlijk recht |
| 1798 | Ontstaan gemeentes |
| 1802 | Opheffing gemeentes |
| 1811 | Afschaffing schepenbank |
| 1812 | Ontstaan gemeentes |
| 1825 | Schout wordt burgemeester |
Noten
Deze pagina is gewijzigd op 9 augustus 2025
