De schout van ’t Goy en Houten

De meeste gerechten hadden een schout. In de middeleeuwen vervingen ze de Heer van het gerecht. Daarnaast hadden ze de leiding als er uitspraken werden gedaan in het kader van burenrecht. De schout organiseerde de bijeenkomst, waarbij diverse buren over de kwestie een uitspraak deden.
Dit kon gaan over een civiel geschil zoals een sloot of een stuk grond, maar ook over lichte vergrijpen.

Na de middeleeuwen werd de schepenbank ingevoerd. De schepenen werden regelmatig opnieuw gekozen. De schepenbank functioneerde steeds vaker als gemeente en waterschap. Uiteindelijk werd de schout in 1825 burgemeester en de eerste burger van de gemeenschap.

Tot de 16e eeuw zijn er veel wisselingen in het schoutambt. Een enkele keer zijn er meerdere tegelijk, soms wordt het ambt weggegeven aan een schuldeiser en is er op de achtergrond toch een schout actief. Pas vanaf de 17e eeuw zien we de schout langer functioneren. Ze worden dan ook soms voor bv 6 jaar benoemd. De functie krijgt meer aanzien en er worden vervangers aangewezen.

Naast de rechtspraak en bestuur, zorgde een schout voor toezicht op wegen en watergangen. Ook werden ekster- en kraaiennesten verwijderd om schade aan de oogst te voorkomen. Samen met weerbare mannen uit het dorp is de schout ook verantwoordelijk voor de veiligheid. Tevens functioneerde de schout als belastinginner.

Schouten in de middeleeuwen

In het jaar 1268 is er voor het eerst sprake van een schout in ’t Goy en Houten. Deze werkt onder de Heer van Ten Goye. In 1460 worden er twee schouten tegelijk aangesteld. De zittingen van de schout worden in 1412 gehouden bij het kerkhof in Houten (Oude Dorp).

1268 eerste schout onder Ten Goye
1331 Johan van Lewenberch
1340 Johan van den Sande
<1344 >1366 Abryon uten Goye (bastaardzoon)
1370 Philips van Oestrum Henrickx
1376 Gerrit van Oostrum
<1396 – 1397 Ghijsbrecht Gerritsz
1398 1401 Evert van Schonevelt
1401 Wouter/Gijsbert van Hardenbroeck
1403 Wouter de Ridder
1406 Willam van Oestrum
1410 Gysbert Gerytss
1411 Geryt Doys Spronc
1413 Jan van der Poel
1415 – 1418 Jan / Johan van Meerten
1419 ???? Willam Stael
1423 Evert van Catwijck
1430 Sweder van Oestrum
1432 1466 Gerrit Jansz van de Velde (2 schouts tegelijk)
1460 1466 Jan van Driebergen  (Extra schout i.v.m. overdracht gerecht naar bisschop)
1466 1471 Ernst Taets van Amerongen (overleden 1473)
1470 1473 Dirck Aerntss
1477 1481 Claes Florenss
1474 >1494 Willem Taets van Amerongen (overleden 1503 in Hattem)
1502 Johan van Oestrum
<1505 – 1510 Wouter Luytgenss van der Mathe
1510 – ????  Frederick van Seldenneck
+/- 1525 1529 Wouter Luytgenss

Schepenrechtspraak in ’t Goy en Houten

Op 3 april 1530 krijgt het gerecht ’t Goy en Houten schepenrechtspraak. Naast de schout zijn er vier schepenen. Herberg de Roskam wordt rond 1735 als gerechtshuis in gebruik genomen. Tot in de 19e eeuw vinden hier de vergaderingen van het lokale bestuur plaats. Alleen in de periode 1795 – 1798 wordt uitgeweken naar herberg De Engel.

Het gebied van het gerecht is vrij groot en in Den Oord zien ze de schout zelden. Ook de watergangen worden niet onderhouden. De boeren richten daar in 1663 een eigen waterschap op.

1531 Joost Jacobss Backer
1534 Laurens Goyertsz
1537 Jan Jansz
1538 – 1557 Egbert Heynrickx van Ham
1558 – 1573 Willem Willemsz van Rossum
1573 – 1580 Willem van Rossum de Jonghe
1580 – 1581 Jacob Gerritsz
1581 1583 Jacob Jacobsz
1583 – 1589 Willem van Rossum de Jonghe
1589 1594 Jacob Jacobsz
1595 1600 Jan van Galen
1601 Gerrit Tymansz
1602 – 1608 Gerardt de Roij
1609 – 1631 Adriaan Claesz van Blanckendael
1631 – 1636  Johan Foeyt
1636 – 1652  Anthonis van Berck
1653 – 1678  Frans van Linden
1678 – 1690 Jaspar van Lynden
1690 – 1701 Matheus van Honrick
1702 – 1711 Cornelis van Ackersdijck
1712– (1732 ??) Jasper Scheurwater
1732 – 1763 Johan van Linden
1764 – 1780 Cornelis de Wijs
1780 – 1787 Ysbrand de Kock Jansz
1787 – 1792  Cornelis de Wijs jr  
1792 – 1795  Wernard van der Well
1796 – 1798  Pieter van Engelen
1802 – 1808  Wernard van der Well
1808 – (1811 ??) Wijnand van der Well