Cursus: De geschiedenis van Houten: een introductie. 4x vanaf 7 oktober 2026 van 19:30 tot 21:30 uur: € 52,50. Inschrijven bij Houten&Co

De schout van ’t Goy en Houten

– Houten

De meeste gerechten hadden vanaf de 13e of 14e eeuw een schout. In de middeleeuwen vervangen ze soms de heer van het gerecht. Daarnaast hebben ze samen met een rechter de leiding als er uitspraken werden gedaan in het kader van burenrecht. De schout organiseert de bijeenkomst, waarbij diverse buren over de kwestie een uitspraak doen. Dit kon gaan over een civiel geschil zoals een sloot of een stuk grond, maar ook over lichte vergrijpen. De schout is vaak een grotere boer met aanzien en de rechter (richter) was van adel.

Na de middeleeuwen wordt de schepenbank ingevoerd. De schepenen worden regelmatig opnieuw gekozen. Het gaat dan vooral om rijke boeren.

Tot de 16e eeuw zijn er veel wisselingen in het schoutambt. Een enkele keer zijn er meerdere tegelijk, soms wordt het ambt weggegeven aan een schuldeiser en is er op de achtergrond toch een schout actief. Pas vanaf de 17e eeuw zien we de schout langer functioneren. Ze worden dan ook voor een vaste periode van bijvoorbeeld 6 jaar benoemd. De functie krijgt meer aanzien en er worden vervangers aangewezen. Vanaf 1750 is de schout steeds vaker een notaris uit de stad Utrecht.

Naast de rechtspraak zorgt een schout voor toezicht op wegen en watergangen. Ook worden ekster- en kraaiennesten verwijderd om schade aan de oogst te voorkomen. Samen met weerbare mannen uit het dorp is de schout ook verantwoordelijk voor de veiligheid. Tevens functioneerde de schout als belastinginner.

Schouten in de middeleeuwen

In het jaar 1268 is er voor het eerst sprake van een schout in ’t Goy en Houten. Deze werkt onder de Heer van Ten Goye. Soms zijn er twee schouten. Dat kan gaan om een vervanger, maar ook is er sprake van een richter. De zittingen van de schout en richter worden in 1412 gehouden bij het kerkhof in Houten naast de kerk.

  • 1268 eerste schout onder Ten Goye
  • 1331 Johan van Lewenberch
  • 1340 Johan van den Sande (richter)
  • 1344 – 1366 Abryon uten Goye (bastaardzoon, richter en schout)
  • 1376 1382 Gerrit van Oostrum (richter)
  • 1396 – 1397 Ghijsbrecht Gerritsz
  • 1398 1401 Evert van Schonevelt
  • 1401 Wouter van Hardenbroeck
  • 1403 Wouter de Ridder
  • 1404 Ghijsbrecht Gerritsz
  • 1406 1407 Willam van Oestrum (richter)
  • 1407 Johan van Merten (richter)
  • 1410 Ghijsbrecht Gerritsz (richter en schout)
  • 1410 1412 Geryt Doys Spronc (richter en schout)
  • 1413 Jan van der Poel
  • 1415 – 1418 Johan van Meerten (richter en schout)
  • 1419 Willam Stael
  • 1423 Evert van Catwijck
  • 1430 Sweder van Oestrum
  • 1431 Willam Stael
  • 1432 1466 Gerrit Jansz van de Velde
  • 1460 1466 Johan van Driebergen (Extra schout i.v.m. overdracht gerecht naar bisschop)
  • 1466 1471 Ernst Taets van Amerongen
  • 1470 1473 Dirck Aerentss
  • 1477 1481 Claes Florenss (extra schout)
  • 1474 1494 Willem Taets van Amerongen (richter en schout)
  • 1501 Johan Henrickx (Jan de Jong)
  • 1502 Johan van Oestrum
  • 1505 – >1514 Wouter Luytgenss van der Mathe
  • 1510 – 1525 Frederick van Seldenneck (richter ???)
  • 1515 Egbert Heynrickx van Ham. Ook schout van Schonauwen.
  • 1516 Wouter Ludolfss
  • 1520 Wouter Luytgenss
  • 1521 Gerrit van Oestrom
  • 1525 1529 Wouter Luytgenss

Schepenrechtspraak in ’t Goy en Houten

Op 3 april 1530 krijgt het gerecht ’t Goy en Houten schepenrechtspraak. Naast de schout zijn er vier schepenen. Herberg de Roskam wordt rond 1735 als gerechtshuis in gebruik genomen. Tot in de 19e eeuw vinden hier de vergaderingen van het lokale bestuur plaats. Alleen in de periode 1795 – 1798 wordt uitgeweken naar herberg De Zwaan.

Het gebied van het gerecht ’t Goy en Houten is vrij groot en in Den Oord zien ze de schout zelden. Ook de watergangen worden niet onderhouden. De boeren richten daar in 1663 een eigen waterschap op.

  • 1531 Joost Jacobss Backer
  • 1534 Laurens Goeyertss
  • 1535 1537 Jan Jansz
  • 1538 – 1557 Egbert Heynrickx van Ham
  • 1558 Jan van Oestrom
  • 1558 – 1569 Willem Willemsz van Rossum
  • 1570 – 1580 Willem Willemsz van Rossum de Jonghe
  • 1580 – 1581 Jacob Gerritsz
  • 1581 1583 Jacob Jacobsz
  • 1583 – 1589 Willem Willemsz van Rossum de Jonghe
  • 1589 1594 Jacob Jacobsz
  • 1595 1600 Jan (Johan) van Galen
  • 1599 Willem van Rossum de Jonghe
  • 1601 Gerrit Tymansz
  • 1602 – 1608 Gerardt de Roij
  • 1609 – 1631 Adriaan Claesz van Blanckendael
  • 1631 – 1636 Johan Foeyt
  • 1636 – 1652 Anthonis (Anton) van Berck
  • 1653 – 1678 Frans van Linden
  • 1678 – 1690 Jaspar van Lynden
  • 1690 – 1701 (???) Matheus van Homrick / Matthys van Hemmerick
  • 1699 Peter Joosten
  • 1702 – 1711 Cornelis van Ackersdijck
  • 1712– (1732 ??) Jasper Scheurwater
  • 1732 – 1763 Johan van Linden
  • 1764 – 1780 Cornelis de Wijs
  • 1780 – 1787 IJsbrand de Kock Jansz1
  • 1787 – 1792  Cornelis de Wijs jr  
  • 1792 – 1795  Wernard van der Well
  • 1796 – 1798  Pieter van Engelen
  • 1798 1802 Geen schout
  • 1802 – 1808  Wernard van der Well
  • 1808 – (1811 ??) Wijnand van der Well

Deze lijst is mede tot stand gekomen dankzij de aantekeningen van Leen de Keijzer.

  1. Neemt diverse functies waar voor Cornelis de Wijs jr die zijn studiejaren moet voltooien. ↩︎

Deze pagina is gewijzigd op 12 april 2025