Ottoonse periode

900 – 1024 na Chr.

In het jaar 900 is Haltna een klein dorpje met een paar boerderijen en een houten kerk. Ook kennen we Tuur (aan de Tuurdijk) en Loerik. Het gebied valt onder Gerulf II van Kennemerland, een Friese graaf die na het vertrek van de Noormannen de macht heeft gegrepen. Gerulf overlijdt ergens tussen het jaar 898 en 914.

Waldger van Teisterbant

Gerulf krijgt twee zonen. Dirk wordt stamvader van het Hollandse gravenhuis en Waldger komt in het riviergebied (Averzaath) te wonen. Deze Waldger van Teisterbant bezit dan de gouwen Niftarlake (Utrecht/Breukelen/Muiden), Lek-en-IJssel (IJsselstein) en Teisterbant (Betuwe). Hij is een zogenaamde rijksgraaf die onder gezag van de Duitse koning werkt.

Mede door Waldger verplaatst de handel van Dorestad zich naar Tiel. Hij bouwt hier een klooster en een burcht. Waldger is een zeer invloedrijke man die met diverse koningen in goed contact staat.

Ook het oude gebied van Dorestad valt ook onder Waldger. Dorestad en het land erom heen heet nu het gouw Upgoa. Deze naam zou verklaard kunnen worden als ‘hoger gelegen gouw’. Houten en ’t Goy liggen in dit gouw. Het huidige gebied van Tull en ’t Waal ligt in het gouw Lek en IJssel en Schalkwijk is moeras.

Radboud van Teisterbant

Tussen het jaar 925 en 929 keert de bisschop van Utrecht terug uit zijn ballingschap.1 Waldger wordt rond het jaar 928 opgevolgd door zijn zoon Radboud.

In het jaar 939 breekt er opstand uit tegen koning Otto. Radboud kiest voor de kant van de opstandelingen. Radboud overlijdt rond 940. De bezittingen van Radboud komen aan de bisschop toe.2 Zoon Hatto zien we dan alleen nog maar terug in Teisterbant en hij overlijdt in 949 kinderloos.

Wederopbouw

Tiel zijn handelsfunctie en Utrecht wordt geleidelijk aan de nieuwe centrale handelsstad. In deze periode is er sprake van wederopbouw. Er vinden de ontginningen plaats van de hogere delen van het landschap. Dit gebeurt volgens blokverkaveling. De gemeenschappelijk weides (de meent) worden als eerst ontgonnen,3 later komen er stukken grond voor eigenaren.

In Haltna wordt aan het eind van de 10e eeuw (ergens tussen 950 en 1050) een stenen Romaanse kerk gebouwd. Het is de vervanging van de houten kerk die in de bisschoppelijke goederenlijst is genoemd.


Noten

  1. Adel en ridderschap in Utrecht (2023) – Renger E. de Bruin ↩︎
  2. In kringen van Kanunniken. Munsters en kapittels in het bisdom Utrecht 695-1227 (2002) – K. van Vliet ↩︎
  3. Adel en ridderschap in Utrecht (2023) – Renger E. de Bruin ↩︎

Deze pagina is gewijzigd op 26 juni 2025