Merovingsche tijd

Franken en Friezen – Houten

525 – 725 na Chr.

De regio van het huidige Houten kent op enkele locaties na vrijwel geen bevolking. De bewoners die er zijn wonen in een bos en zijn zelfvoorzienend. Politiek gezien ligt de regio tussen de Franken (Duitsland, België) en de Friezen (westkust Holland) in.

Vulkanische activiteit
Europa is 18 maanden in duisternis gehuld. Aanleiding is vulkanische activiteit in IJsland. Tussen het jaar 536 en 539 is er geen oogst. (Bron). In het jaar 539 of 540 volgt opnieuw een enorme vulkaanuitbarsting. Dit keer in El Salvador. Opnieuw is er wereldwijd een vulkanische wolk met mislukte oogst (Bron). Delen van de wereld worden getroffen door ziekten.

Friese invloed in de regio

Aan het eind van de 6e eeuw wordt de Friese invloed groter. Er is bij Katwijk een aantal Friese Koninkrijkjes ontstaan. De Friese koning Audulf doet daarbij rond het jaar 600 aan gebiedsuitbreiding in het rivierengebied en komt dus naar onze regio.

De bevolking neemt toe en ten zuidoosten van onze regio ontstaat aan het begin van de zevende eeuw Dorestad. Dorestad is de opvolger van een handelscentrum aan de Rijnmonding bij Katwijk.1 Hier zijn veel Friese handelaren te vinden. Ze voeren intensieve handel met o.a. Engeland en Scandinavië. Via Dorestad kan de handelswaar richting het binnenland van het huidige Europa.

De Merovingen (Franken) beleven in die tijd een tweede bloeitijd en rond het jaar 630 komt koning Dagobert I naar onze streek. Hij brengt Utrecht, Dorestad en het huidige Kromme Rijngebied onder Frankisch gezag. Er wordt een kerkje gesticht bij het huidige Domplein in Utrecht en bisschop Kunibert moet de regio bekeren. Daar komt niets van terecht.2

Rond 650 trekken de Friezen opnieuw de streek binnen. Het slaan van Frankische munten in Dorestad stopt.3 Een Friese periode breekt aan.

In Houten wordt vanaf 600 zowel Oudfries als Oudnederlands gesproken.4 In bepaalde namen zoals Oosterlaak en de Lek (Laca) zien we nog het Oudfries terug.

Sporen in Houten

In Houten zijn sporen gevonden uit dit tijdperk. Bewoning kwam voor in Loerik (het gebied tussen de Heidetuin en de Bloesemtuin) en in Tiellandt (De Slagen). Bij de Bloesemtuin is bijvoorbeeld Merovisch aardewerk gevonden en bij het Groenedijkje in ’t Goy is ook bewoning. Toch blijkt in deze periode de meeste bevolking zich te concentreren in een lintvormige agglomeratie langs de Rijn (Utrecht, Bunnik, Werkhoven, Cothen). De nederzettingen in Houten waren achterland.

Slag bij Dorestad

In de loop van de 7e eeuw worden de Friese koninkrijkjes langs de kust één sterk koninkrijk met het centrum aan de Rijnmond in Katwijk.5

De invloed van de Friezen die handel bedrijven in Dorestad wordt ook groter. In de periode 688 tot 695 komt het tot een oorlog met de Franken. Zo vindt in 689 de slag bij Dorestad plaats en komt Dorestad onder Frankisch bestuur. Niet lang erna komt Willibrordus aan en begint de bekering.

Na het overlijden van Pepijn II van Herstal op 16 december 714 ontstaat er onrust in het Frankische Rijk. De Friezen zien daarop mogelijkheden om de regio opnieuw te bezetten. Bij de Bloesemtuin is bijvoorbeeld een Friese munt van na 710 gevonden. De Franken (Karel Martel) keren in 719 na de dood van de Friese koning Radbod terug en veroveren definitief Utrecht en de omgeving.

Wiltenburg

Het Castellum Fectio fungeert vanaf het jaar 723 als steengroeve en de materialen worden hergebruikt voor de bouw van kerken in Utrecht, onder leiding van Willibrordus. Het latere gerecht Wiltenburg lijkt het grondgebied van deze schenking. Algemeen wordt aangenomen dat de veel voorkomende streeknaam Miltenburg zijn oorsprong heeft in Wiltenburg.


Noten

  1. Middeleeuwse scheepsresten in Nederland – Archeobrief 2015-3 ↩︎
  2. Dertienhonderd jaar Bisdom Utrecht – Molenaar / Abbink (1995) ↩︎
  3. Het Kromme Rijngebied in de Middeleeuwen – Dr. C. Dekker (1983) ↩︎
  4. Analyse door Alex Kerkhof. Zie ook zijn website (2020) ↩︎
  5. Middeleeuwse scheepsresten in Nederland – Archeobrief 2015-3 ↩︎

Deze pagina is gewijzigd op 12 juni 2025