De roetkapaffaire

Op zaterdag 10 april 1965 overlijdt de 20e jarige student jhr David Louis Leonard Rutgers van Rozenburg tijdens een ontgroening van de Utrechtse studentenclub Tres Faciunt Collegium (Tres). Hij was gestikt in een kap over zijn hoofd, waarin roet werd ingebracht. Daarmee is de roetkapaffaire geboren. Het scheelde niet veel of de 19e-jarige André René baron van Heemstra was hetzelfde overkomen. De roetkapaffaire speelde zich in Houten af. De roetkapaffaire is een tragische gebeurtenis met alleen maar verliezers.

Tres Faciunt Collegium

Tres Faciunt Collegium was een geheim genootschap en onderdeel het Utrechtsch Studenten Corps. Om lid van Tres te worden moest je het liefst behoren tot de rijkere protestantse adellijke families. De Latijnse naam Tres Faciunt Collegium laat zich vertalen als ‘Drie maakt een gezelschap’ en zo werden elk nieuw studiejaar drie adellijke eerstejaars leden van het corps in het gezelschap opgenomen. Dat deed Tres al sinds haar oprichting in april 1853.

Na vijf jaar werd een lid gepromoveerd tot honorair lid. Op die manier was er een netwerkorganisatie ontstaan van ruim 100 actieve personen die in Nederland op prominente posities waren te vinden.

De inauguratie van de nieuwelingen gebeurde op zaterdag voor Palmpasen. De aterlingen zoals ze werden genoemd, hadden al een ontgroening voor het Utrechtsch Studenten Corps meegemaakt. Maar om bij Tres te behoren moest een nieuwe beproeving worden ondergaan. De nieuwelingen werden hiervoor al een jaar van te voren gevraagd. Vooral personen die van landsadel waren hadden de voorkeur. De nieuwelingen zijn traditioneel kinderen van honoraire leden.

Inwijding van de aterling

De inwijding duurde 10 uur. Na urenlange afzondering werden de aterlingen in een rijtuig gezet met een roetkap op. Ze werden naar een boerderij gereden waar ze door een mesthoop moesten kruipen en in de gier werden gegooid. De boerderijen waar dit afspeelde waren eigendom van een van de families.

Aan het eind van de inwijding zouden ze worden onderhouden door gemaskerde (oudere) mannen. Daar werden ze verder geestelijk onder handen genomen. Uiteindelijk zouden ze hun lidmaatschap tekenen en de maskers afgaan. Er werd dan zichtbaar dat onder deze mannen prominente Nederlanders zichtbaar waren. Met Palmpasen volgde een grote rijtoer van Utrecht naar De Bilt, waarbij honderden Utrechtse burgers langs de kant stonden. De studenten gooiden dan hete munten op straat, zodat de bevolking brandwonden kregen. De oudste foto in het Utrechts Archief van deze rijtoer dateert uit 1901.

De laatste Palmpaasrit van Tres Faciunt Collegium op 23 april 1964 door Utrecht
De laatste Palmpaasrit van Tres Faciunt Collegium op 23 april 1964 door Utrecht (HUA 100925, Kon, A.D., fotograaf)

Over de inwijdingen is bij deze geheime club niet veel bekend. Rond 1911 zouden nieuwe leden worden ondergedompeld in doodskisten in een watertje toebehorend aan een landbouwer onder Houten, schrijft de Wijksche Courant.

In de jaren 50 wordt de ontgroening gehouden in Jutphaas aan de Galecopperdijk bij de boerderij van Vendrich. De boer hoorde wel eens wat lawaai, maar heeft er weinig van gemerkt. Een andere boer zag hoe mensen uit de koets werden gegooid en de straat moesten kussen. Er werd daarbij vuil gelachen, dat al ver te horen was. Voor de plaatselijk bevolking van Jutphaas was dit ritueel een doorn in het oog. Uiteindelijk staat de rijkspolitie erbij te kijken, maar kan niet ingrijpen omdat het particulier terrein is. De rituelen in Jutphaas halen in 1965 de televisie waar Koos Postema de boeren interviewt.

Kijktip: Andere Tijden – omstreden ontgroening (2m10s)

Voor Tres is er teveel aandacht van de bevolking voor hun geheime genootschap en ze wijken in 1960 uit naar Houten. Boerderij de Steenen Poort wordt hun nieuwe startpunt.

De roetkapaffaire van 1965

Johan F. (21) heeft dit keer als jongste de organisatie in handen van de inwijding. En dat betekent dat er veel dingen moeten worden geregeld. Zo wordt bij garage- en stalhouder Schoonhoven-Buytendijk in Utrecht twee half open koetsen gehuurd, een zogenaamde Jan Plezier. Schoonhoven doet dit al sinds 1920 en levert er ook twee koetsiers bij. Voor het roet wordt een beroep gedaan op J. Kaspers chef technische dienst van Schuurman. Hij geeft een plastic zakje met roet uit een kachelstofzuiger mee. Omdat dit onvoldoende is gaan de studenten van Tres daarna naar kachelsmid G.H. van der Veen. Die heeft juist een oliestookinstallatie schoon gezogen en geeft een paar kopjes roet mee. De smid vraagt nog wat ze ermee gaan doen, maar die vraag wordt weggewoven. Tres was geheim en een smid hoeft dit niet te weten.

Boerderij De Steenen Poort in Houten

Het is zaterdag 10 april 1965 rond 15.00 uur als jhr David Rutgers van Rozenburg aanwezig is bij boerderij de Steenen Poort in Houten. Ook diplomatenzoon André Rene baron van Heemstra (19) en Diederik Jan de Brauw (19) zijn er. De drie jongens komen er voor hun inwijding. Na het ritueel zouden ze worden opgenomen binnen de club. Een gouden klaverblad dat om de nek wordt gehangen is het bewijs. Het is een klavertje drie, het symbool van TRES. In 1965 is deze blauw gekleurd.

Alle drie de nieuwelingen worden opgesloten in aparte ruimten. Rutgers van Rozenburg in de houtopslagplaats, de andere twee in schuur en opkamer. Boer G.J. van Rooyen wordt overal buiten gehouden. Wanneer hij kijkt wat er wordt uitgespookt op zijn erf, schijnen de studenten met een lamp in zijn gezicht. Van 15.30 uur tot 21.30 uur zitten ze opgesloten. Zonder eten of drinken en met één kaars. David zit op een fruitkist en moet zijn hoofd breken over 9 vragen. Het zijn vragen waar geen antwoord op bestaat. Bijvoorbeeld: “welk deel van de stad is het kanaal?” Het is de bedoeling geestelijke spanning op de roepen.

Leestip: ontgroenen met een roetkap.

De ruimte in boerderij de Steenen Poort waar de roetkapaffaire begon.
Ruimte bij de Steenen Poort waar een van de studenten was opgesloten. (Utrechts Archief)

Restaurant De Engel

De overige leden van Tres gaan vervolgens naar restaurant De Engel aan de Burgemeester Wallerweg in Houten. Eigenaar A.H. Derks zal later bij de rechter vertellen dat het diner in tegenstelling tot eerdere jaren zeer rustig is verlopen. De verklaring is dat hij van te voren had gewaarschuwd dat als het dit keer weer een rotzooi zou worden, hij geen prijs meer stelde op hun klandizie. Er wordt matig gedronken door de studenten.

De reis met de koetsen naar Nieuw-Amelisweerd

Teruggekeerd bij de boerderij worden de drie studenten geblinddoekt met een zak. Deze kap is voorzien van een punt waar roet is ingebracht. Met een koord wordt de kap dichtgeknoopt. De jongens moeten kruipen over het grind naar de twee klaarstaande koetsen. Er moet onderdanigheid worden getoond.

In de eerste koets worden David Rutgers van Rozenburg en André van Heemstra op de bodem neergelegd. De tweede koets is voor Diederik de Brauw bestemd. David krijgt begeleiding van jonkheer John von Mühlen (25), Marius baron de L. (29) en jonkheer Willem de Brauw (25). Er wordt aan de kap geschud, waardoor het roet in zijn gezicht komt. Onderweg worden vragen gesteld, maar geen antwoord is goed. David verzet zich en rukt de roetkap af. De roetkap wordt weer opgedaan en John pakt een veter uit de schoen van David die om de kap wordt gebonden. Ondanks het tegenstribbelen hobbelt de koets verder. Marius de L. houdt de polsen vast en af en toe wordt met een sigaar een brandwond aangebracht.

In dezelfde koets ligt André van Heemstra op de bodem. Ook hij voert een strijd en wordt door drie man in bedwang gehouden, te weten Mr. Willem B. van S. (25), Charles de L. M. (21) en Johan F.  Tot drie keer toe weet Heemstra zijn kap af te rukken. Hij zegt dat hij er genoeg van heeft en stoppen wil. Maar Willem B. van S. zegt: ,,Doe niet zo gek man, je bent een grote sterke kerel.” Johan maakt zijn stropdas los en zorgt ervoor dat daarmee de roetkap wordt vastgebonden. Hij drukt Heemstra tegen de grond als die wil opstaan. Hij zegt later bij de rechter nijdig te zijn omdat hij vond dat zijn vriend Heemstra zich aanstelde. Ook worden er met sigaren brandwonden aangebracht.

In de tweede koets ligt Diederik de Brauw. Hij wordt begeleid door een aantal Tres-leden, waarvan alleen Mr Lambertus R. (30) uiteindelijk bij de rechter moet voorkomen. De Brauw is slim. Hij ziet kans om het roet uit te kap te laten lopen en adem te halen door zijn tanden. Bij de rechter zegt hij later dat de sfeer vriendschappelijk was. Wel wordt er een brandende sigaar tegen hem aangedrukt. Opgemerkt moet worden dat de broer van De Brauw op dat moment een van de verdachten is, die in een andere koets aanwezig was. Mogelijk had hij voorkennis.

De route tijdens de roetkapaffaire

Voor de route uit rijdt in een auto de 22-jarige Baron van Lynden. Hij rijdt al snel zijn eigen route en is dan ook niet meer in de buurt van de koetsen, blijkt achteraf bij de rechter. Daar zegt hij later dat het de taak van de auto was de aterlingen mee te nemen, als er onderweg problemen waren. ,,Het gepeupel heeft in het verleden de weg geblokkeerd”, waarmee wordt bedoeld de jeugd van Houten.

De koetsen rijden van boerderij De Steenen Poort naar het landgoed Nieuw-Amelisweerd. Bij boer van Wiggen aan de Koningsweg moest dan het gedeelte met de gierput en het kruipen door mest plaatsvinden. Dit betreft boerderij De Kleine Kuil in Maarschalkerweerd. Tot 1954 viel deze boerderij onder de gemeente Houten. De reis duurt ongeveer 30 minuten. Maar welke route nemen ze? Hiervoor is de kaart van Houten uit 1965 nodig.

De vermoedelijke route van Tres

Linksboven ligt de stad Utrecht. Onderaan is boerderij De Steenen Poort. De zwarte lijn is de meest logische route, waarbij de studenten uit de buurt van pottenkijkers blijven. Het lijkt niet logisch om door het dorp te rijden. Er is een kleine kans dat via de Utrechtseweg was gereden, maar dan hadden de koetsen over een doorgaande autoweg gereden die gevaarlijk was. De zwarte route over de Wulfsedijk en dan langs boerderij ’t Groen is het meest aannemelijk.

De roetkap van de roetkapaffaire.
De gebruikte roetkap (Het Utrechts Archief, 126573 Hofland, L.H., fotograaf)

Stilstand bij Mereveld

Na 20 minuten rijden is het gezelschap gearriveerd op de Mereveldseweg. Het blijkt dat David wel erg stil is. Dat vond men niet raar, want als je je stil houdt dan had minder last van het ritueel. Toch vertrouwt John het niet en zegt: “Zeg eens wat. Leef je nog?”. Daarna wordt de kap verwijderd, maar David is niet meer bij kennis. Elders in de koets vindt men André ook stil. ,,Ik voelde dat ik mijn bewustzijn ging verliezen en verzette me er niet tegen. Het voelde aan als een bevrijding”, zegt André later bij de rechter. André en David worden uit de koets gehaald en aan de kant van de weg gelegd.

Jhr W.C.A. Beelaerts van Blokland is militair arts en ook arts van Tres. Hij komt snel over per auto uit Amelisweerd. Beelaerts van Blokland voert een mond-op-mond beademing uit en geeft het advies alle drie de personen naar het ziekenhuis te laten brengen.

Om 23.20 uur wordt David Rutgers van Rozenburg binnengebracht bij het Academisch Ziekenhuis in Utrecht. Daar wordt geconstateerd dat David is overleden. Met de ambulance komen ook drie jongens mee. De jongens zeggen dat in verband met de eed van geheimhouding ze geen mededelingen kunnen doen. De politie wordt ingeschakeld die vanaf 23.30 uur onderzoek start. Het tijdstip van overlijden wordt door de politie vastgesteld op 23.00 uur.

Zodra de andere Tres-leden horen van het overlijden van David, geven ze zichzelf aan bij de politie. Uit sectie blijkt later dat David gestikt is in de hoeveelheid roet die zijn luchtwegen blokkeren. De oliestookroet zou taaier zijn dan de minder gevaarlijke kolenroet.

De Telegraaf schrijft over de roetkapaffaire.
De roetkapaffaire haalt de krant

Rouwdienst David Rutgers van Rozenburg

Op 14 april wordt in de Sint Janskerk in Utrecht een rouwdienst gehouden voor David Rutgers van Rozenburg. Daarna wordt hij overgebracht naar de Nieuwe Algemene Begraafplaats in Zeist. Veel studenten en prominenten wonen dit bij. Onder hen zijn de commissaris van de koningin C.Th.E. graaf van Lynden van Sandenburg (Honorair Tres-lid), C.J.A. de Ranitz, burgemeester van Utrecht, mr. A.P. Korthals Altes burgemeester van Zeist. Bij het graf spreekt de vader van David, eveneens Honorair Tres-lid. Hij spreekt niet over de tragische gebeurtenis. Wel zegt hij dat drie weken eerder hij o.a. met zijn zoon David de plek voor het familiegraf had bepaald.

Het graf van jhr David Rutgers van Rozenburg
Het graf van David in Zeist in januari 2021

André Heemstra blijft twee dagen in het ziekenhuis. Na een week kan hij weer normaal eten, want hij had brandblaren in zijn mond. Hij trekt zich terug in kasteel Staverden op de Veluwe. Hij wordt in afzondering gehouden en is in een shock. De Brauw en Heemstra worden ondanks de afgebroken inwijding toegelaten tot Tres.

Direct na het gebeuren wordt door de politie onderzoek ingesteld. In de maatschappij wordt geschokt gereageerd en in de Tweede Kamer worden Kamervragen gesteld over ontgroeningen. In augustus 1965 is Justitie zover dat 12 personen in staat van beschuldiging worden gesteld. De verdachten maken daar bezwaar tegen en begin 1966 wordt bekend dat er nog zeven verdachten over blijven voor de rechtszaak.

Politieonderzoek tijdens de roetkapaffaire
Boerderij De Steenen Poort tijdens het politieonderzoek (Utrechts Archief 127308 Hofland, L.H., fotograaf)

Arrondissementsrechtbank Utrecht

Op 2 en 3 juni 1966 wordt de rechtszaak over de roetkapaffaire gevoerd bij de arrondissementsrechtbank in Utrecht. De officier van justitie zegt dat er ook onzichtbare verdachten zijn. Dat zijn de honoraire leden, mannen van 40, 50 en 60 jaar, die hoge functies in de maatschappij bekleden en medeverantwoordelijk zijn voor deze gebeurtenis. ,,De personen die nu voor de rechter staan moesten het vuile werk opknappen”, aldus de officier. Hij haalde aan dat de verdachten bij de politie pas gingen praten, nadat oudere (honoraire) leden de geheimhoudingsplicht hadden opgeheven.

Wanneer op 17 juni 1966 de rechter uitspraak doet worden drie personen veroordeeld tot een boete van 2000 gulden en drie tot 1000 gulden. Eén persoon krijgt vrijspraak. In de maatschappij spreekt men over klassenjustitie omdat Provo’s die waren opgepakt zwaardere straffen krijgen. Zowel het Openbaar Ministerie als de verdachten gaan in hoger beroep. Ook jonkheer Willem de Brauw die was vrijgesproken doet dit. Het Openbaar Ministerie zegt dat bij het besluit hiervoor meespeelde dat in de Tweede Kamer vragen waren gesteld.

Op 2 juni 1966 verlaten de zeven verdachten van Tres Faciunt Collegium en hun advocaat de rechtbank in Utrecht
Op 2 juni 1966 verlaten de zeven verdachten en hun advocaat de rechtbank in Utrecht (Nationaal Archief)

Tussen de rechtszaken door is er op 28 oktober 1966 een heugelijk moment te melden. Jkvr. Sonia Lucile Maximilienne Rutgers van Rozenburg, de oudste zus van de overleden David gaat trouwen. Haar echtgenoot is Willem Jacob Reinout baron van Lynden, die we nog kennen als de persoon die in de auto voor het gezelschap uitreed. Aanwezig is daarbij Prinses Margriet, die een vriendin is van Sonia. Hun tweede kind wordt vernoemd naar David.


Gerechtshof Amsterdam roetkapaffaire

Het hoger beroep van de roetkapaffaire dient op 20 februari 1967 in Amsterdam en duurt 5 uur. De eisen zijn dit keer hoger. De officier eist 5000 gulden en maximaal 12 weken voorwaardelijke gevangenisstraf. Heel Tres moet boeten vindt de officier. John von Mühlen zegt: ,,Meneer de president, namens mijn medeverdachten deel ik u mee dat wij al twee jaren onder een zware druk leven. Wij gaan gebukt onder zware morele schuldgevoelens door het verlies van een vriend. Zo voelen wij het allemaal.”

Op 6 maart 1967 volgt het arrest. De rechtbank deelt boetes uit van 1000 tot 2000 gulden en één week gevangenisstraf. Jonkheer Willem de Brauw wordt opnieuw vrijgesproken. De verdachten besluiten daarop in cassatie te gaan.

Hoge Raad

Wanneer op 3 oktober 1967 de zaak van de roetkapaffaire voorkomt bij de Hoge Raad is mr Lambertus R. nog de enige die in cassatie gaat. De andere vijf hebben zich teruggetrokken. Lambertus was de enige verdachte die niet op de wagen zat waar Rutgers van Rozenburg en Heemstra in werden mishandeld. De Hoge Raad verklaart op 14 november 1967 de zaak ongegrond, waardoor R. zijn straf alsnog moet uitzitten.

Wat is er over van Tres Faciunt Collegium?

Tres Faciunt Collegium bestaat sinds 1853. Wanneer er elk jaar drie nieuwe leden bijkwamen, zouden in 1965 er 300 personen zich ooit Treslid hebben mogen noemen. (Tussen 1882 en 1891 heeft de club een inzinking.) Ook de aterlingen Heemstra en De Brauw zijn toegetreden tot Tres Faciunt Collegium. Bij de rechter namen ze het op voor hun vrienden.

In 1967 wordt officieel bekend gemaakt dat Tres geen inwijdingen meer zou doen. Tres wordt niet opgeheven, maar de lust om activiteiten te ondernemen is er niet meer. Anno 2021 bestaan ze volgens de KvK echter niet meer.

De vriendenclub is nog wel altijd aanwezig in de maatschappij. In 1998 heeft de NPS een documentaire gemaakt over de Roetkapaffaire. In Trouw is te lezen hoe de onderzoekjournalisten 33 jaar later nog worden tegengewerkt door de elite van Tres.

Trouw over de roetkapaffaire

Er is verder niet veel bekend van dit geheime Utrechtse genootschap. In 1970 zijn er nog 97 Tres-leden in leven. In 1990 zijn dat er 80 (bron). Verder weten we dat Heemstra en De Brauw 19 jaar waren tijdens zijn inauguratie. Daardoor zijn zij tot op de dag van vandaag de jongste personen die zich Tres-lid kunnen noemen. Gezien dat een man in Nederland gemiddeld 81 jaar wordt, kunnen we verwachten dat er in 2021 nog gemiddeld (6*3) 18 Tres-leden in leven zijn.

De zes veroordeelden hadden de rest van hun leven goede posities. Van twee weten we dat ze ambassadeur van Nederland werden in cruciale landen en een aantal anderen werden jurist bij het ministerie of advocaat. Een werd kanselier en had een hoge functie op een ambassade. Voormalig ambassadeur John von Mühlen is in 2018 overleden.

Tijdlijn roetkapaffaire

  • 10 april 1965 – Overlijden jonkheer David Rutgers van Rozenburg
  • 13 april 1965 – De PvdA stelt vragen in de Tweede Kamer
  • 14 april 1965 – Begrafenis jonkheer David Rutgers van Rozenburg
  • 2 en 3 juni 1966 – Rechtszaak arrondissementsrechtbank Utrecht
  • 17 juni 1966 – Uitspraak arrondissementsrechtbank Utrecht
  • 20 februari 1967 – Hoger beroep gerechtshof Amsterdam
  • 6 maart 1967 – Arrest gerechtshof Amsterdam
  • 26 september 1967 – Tres meldt installatie af te schaffen
  • 3 oktober 1967 – Cassatie Hoge Raad
  • 14 november 1967 – Hoge Raad doet uitspraak

Klassenjustitie

Al in 1966 is er in de maatschappij ophef over de lage straffen en spreekt men over klassenjustitie. De opvatting is dat de veelal adellijke verdachten met lage straffen wegkomen, terwijl het gewone volk voor mindere vergrijpen zwaarder wordt gestraft. Tot in de jaren 80 wordt klassenjustitie nog gekoppeld aan de roetkapaffaire. In elk geval heeft de veroordeling van zes van de zeven verdachten geen gevolgen gehad op hun carrière. Twee worden ambassadeur, een werkt als jurist bij diverse ministeries en een heeft een eigen advocatenbureau. Van de anderen is niets bekend.

De informatie in dit artikel over de roetkapaffaire is gebaseerd op openbare krantenberichten die via de Koninklijke Bibliotheek en Het Utrechts Archief zijn te vinden. Aansluitend zijn er diverse websites actief die schrijven over de adel in Nederland, waardoor meer over de personen zelf is te achterhalen. Tevens is de documentaire De Affaire, De Roetkap (1998) bekeken. Van alle veroordeelden die in leven zijn, zijn de initialen bij de achternaam gebruikt.

Meindert Fennema deed kort na de Roetkapaffaire mee aan de ontgroentijd van het Utrechts Studenten Corps. In het boek ‘Goed fout: herinnering van een meeloper’ wordt deels ook de Roetkapaffaire besproken.
Bekijk bij bol.com



Deze pagina is gewijzigd op 27 februari 2021