Het gouw Niftarlake

gouw niftarlake – Houten

Niftarlake wordt in 723 genoemd wanneer de restanten van het Castellum Fectio worden geschonken aan bisschop Willibrord voor de bouw van Utrechtse kerken. Hierbij wordt Fectio in het gouw Niftarlake gepositioneerd.

Ligging Niftarlake

Het gouw Niftarlake strekte zich uit van het noordwesten van Houten tot aan Muiden. Het omvatte de beide oevers van de Vecht en het gebied rond de stad Utrecht. Het gouw was een grensbied voor de Friezen.

De natuurlijke zuidgrens van Niftarlake met de Landstreek Dorestad is het moeras van Wulven, dat in de 11e, 12e en 13e eeuw wordt ontgonnen.

Maarschalkerweerd en Grote Koppel zijn de gebieden die in de vorige eeuw onder de gemeente Houten vielen en duizend jaar eerder onder het gouw Niftarlake. Via Vechten was Niftarlake met de Landstreek Dorestad verbonden.

Machthebbers gouw Niftarlake

Aan het begin van de 8e eeuw wordt ene Wurssing (uit de familie Ado) genoemd als gouwgraaf. Hij staat als Friese edelman sympathiek tegenover het christendom, maar de Friese koning Radboud moet er weinig van hebben. Wanneer hij in het jaar 689 in conflict komt met Radboud vlucht hij met zijn gezin naar het Frankische deel van het huidige Nederland.

Bijna 20 jaar later in 718 komt hij onder begeleiding van soldaten terug in Zwesen, het latere Zuilen. Hij wordt dan de eerste gouwgraaf van Niftarlake. Zijn huis is een plek waar Bonifatius op adem kan komen, van zijn bekeringswerk in het huidige Duitsland (bron).

Graaf Waldger wordt aan het begin van de tiende eeuw genoemd als gouwgraaf. Hij is dan ook graaf over Lek en IJssel, Opgooi en Teisterbant. Zijn zoon Radboud volgt hem na zijn dood op. Radboud raakt in het jaar 939 betrokken bij een opstand en verliest zijn rechten in Niftarlake.

Graafschap Utrecht

Het zuidelijke deel van het gouw rond de stad Utrecht gaat rond het jaar 1050 op in het graafschap Utrecht. Als graaf wordt dan Ten Goye genoemd, die ook actief is in Lek en IJssel en Opgooi.

In 1132 gaat het graafschap Utrecht over naar het geslacht Van Cuyk. Die verkoopt in 1220 het graafschap aan de bisschop van Utrecht. Er zijn dan gerechten ontstaan, waardoor van een graafschap eigenlijk geen sprake meer is.

Deze pagina is gewijzigd op 3 december 2025