De Wiersch

In de Midden-Steentijd, rond 6000 voor Christus stroomt de Rijn ten zuiden van Houten. Vanaf waar nu Culemborg ligt, beginnen rivieren zich dieper in het landschap in te snijden.

Een zijtak van het Benschopper rivierstelsel ontspringt vanaf -5700 voor Christus ter hoogte van Vianen en stroomt via Tull en ‘t Waal naar het noordoosten. Deze tak noemen we De Wiersch.

Deze rivier stroomde vervolgens in noordelijke richting en kronkelde daarna richting Nieuwegein (Het Klooster). Vanaf Het Klooster stroomde de rivier naar Fokkesteeg, Zuidstedeweg, Doorslag en IJsselstein, om ergens daar weer op de Rijn aan te sluiten. Dit is terug te zien op een van de kaarten van het Atlas van het Holoceen.

De Wiersch is een stroomgordel waarvan aan het aardoppervlak niets meer van terug is te zien. De rivierresten zijn alleen nog in de bodem aanwezig. De diepte varieert van 1,2 tot 4 meter onder NAP.

Tijdens de Nieuwe Steentijd, rond 4660 voor Christus, valt de Wiersch droog. Dit lijkt samen te vallen met een andere nieuwe route van de Rijn, via Werkhoven. In Nieuwegein blijkt rond 4000 voor Christus bewoning te zijn op de stroomrug van De Wiersch. Hier is in de winter van 2016/2017 de Swifterbantcultuur waargenomen.

Tip: Een boek dat goed inzicht geeft in het landschap van deze tijd is de Atlas van het Holoceen. Bekijk op bol.com.