Nieuwe Steentijd (-5300/-2000)

Steentijd

In de Nieuwe Steentijd wordt het landschap van Houten langzaam gevormd. Rivieren verplaatsen zich regelmatig en overstromingen zorgen voor hogere en lagere gedeelten. De Rijn ten zuiden van Houten verlegt zich rond -4500 voor Christus. Ze volgt een nieuwe route van de Werkhovense stroomrug. Onze regio ligt daarna ten zuiden van de Rijn.

Rond 4000 voor Christus is er vegetatie in Houten en Schalkwijk. Er is sprake van veenvorming en afzetting van klei door de Rijn en haar zijrivieren.

Jagers en verzamelaars trekken langs

Langs de rivier De Wiersch trekken opnieuw jagers en verzamelaars, op zoek naar voedsel. In Nieuwegein zijn op het terrein van Het Klooster sporen gevonden van menselijk handelen. Deze rivier liep ook door het huidige Tull en ‘t Waal.

Het Houtens landschap bestaat uit allerlei restgeulen en kleine riviertjes. Vanaf 2200 voor Chr. krijgt een zo’n geul steeds meer water te verwerken en wordt het een belangrijke zijtak van de Rijn. Het landschap wordt gevormd.

Eerste vaste bewoning

Op de grens van de Nieuwe Steentijd en de Bronstijd arriveren de eerste vaste bewoners in Houten. Daarnaast is er bij de aanleg van de Koppelingtunnel in de jaren tachtig een potbekerscherf uit de klokbekercultuur gevonden. Waarschijnlijk zijn de bewoners afkomstig van de Utrechtse Heuvelrug (Doorn, Leersum, Amerongen). Hier was in deze tijd al langere tijd bewoning.

Tip:

Een interessant boek is de Atlas van Nederland in het Holoceen. Dit boek toont verschillende kaarten van Nederland uit verschillende periodes. Het laat zien hoe Nederland zich ontwikkelde.

-6000
Veenvorming in Houten
-5000
Bewoning langs De Wiersch
-4500
Nieuwe route Rijn
-2200
Eerste bewoningsporen