Midden Steentijd (-8800/-5300)

In de Midden Steentijd steeg de zeespiegel verder. Grote delen van het huidige Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Holland kwamen onder water te staan. De huidige kust veranderde in een soort waddengebied. Rond 6200 voor Christus was de zeespiegelstijging heel sterk en staat bekend als het 8.2 event.

De kustlijn kwam in de Midden Steentijd ergens in de buurt van Gouda te liggen. Met storm kwam de zee verder landinwaarts. In de gebieden die net buiten het bereik van de zee lagen, steeg het grondwater tot op maaiveldniveau. Hierdoor ontstond er vegetatie, moerassen en bomen. Gedacht moet worden aan Elzen, een boomsoort die goed tegen natte ondergrond is bestand en tot in de Middeleeuwen veelvuldig aanwezig zou zijn.

Rivieren

Volgens de Atlas van het Holoceen stroomde in jaar 5500 voor Christus, de Rijn ten zuiden van Houten naar de zee bij Gouda. Tussen het huidige Tull en ‘t Waal en IJsselstein stroomde een paralleltak van de Rijn die we De Wiersch noemen.

Houten lag iets hoger waar rivier (10%) en zee (90%) afzettingen hadden achtergelaten. Het uiterste noorden van Houten was een dekzandgebied. De zeespiegel was in die tijd 6 tot 8 meter lager dan tegenwoordig. Rond 5300 voor Chr. gaan we de Nieuwe Steentijd in.

Tip:

Een interessant boek is de Atlas van Nederland in het Holoceen. Dit boek toont kaarten van Nederland uit verschillende periodes. Het laat zien hoe Nederland zich ontwikkelde.