Waterschap Biester

In het jaar 1761 kreeg de polder De Biester een poldermolen. Het betrof een zogenaamde spinnekopmolen. Een schouwbrief is op 25 september 1761 opgesteld. Om de waterhuishouding te organiseren, ontstond er een polderbestuur.

Gebied

In de polder De Biester regelden de inwoners de waterhuishouding tussen nabij de Goyerwetering en de Schalkwijksewetering. Later werd het Amsterdam-Rijnkanaal de noordgrens. De oostgrens lag bij De Brink, de westgrens iets ten westen van het gebouw van De Wiese. De polder is in 1868 doorsneden door de spoorlijn Utrecht – ’s Hertogenbosch.

Aan de Biesterlaan is een achtertuin te vinden op een eilandje. Hier heeft deze molen gestaan. Ook de molenvliet is nog terug te zien tussen de bebouwing (blauwe lijn).

De molenaars na 1863 waren:

  • wed. J. de Kruijff  (1864 – 1874)
  • J. v.d. Berg  (1875 – 1878)
  • J.A. de Kruijff  (1879)
  • C. v.d. Kleij  (1879)
  • C. Lappee  (1880 – 1881)
  • A. Groen  (1881 – 1883)
  • J. Oostrom  (1884 – 1889)

Stoomgemaal

In 1888 kreeg de Biesterpolder met wateroverlast te maken en besloten werd dat de molen niet opgewassen bleek voor haar taak. In 1889 is de molen gesloopt en vervangen door een stoomgemaal. In 1927 werd het stoomgemaal verkocht en kwam een elektrisch gemaal terug op een andere locatie dichtbij de Jhr Ramweg.

De machinisten waren:

  • J. Oostrom  (1890 – 1897)
  • A. v. Rossum  (1898 – 1924)
  • G.C. v. Amerongen  (1924 – 1954)
  • L.J. Kooijman  (1954 – 1969)

Bestuur

Tot en met 1863 had de polder een eigen bestuur. Daarna werd het bestuur van het Waterschap Schalkwijk, samengevoegd met het bestuur van polder Biester en Blokhoven. Twee heemraden uit de polder Biester zaten in het bestuur. Zie voor de namen van de voorzitters (schout) een overzicht bij het Waterschap Schalkwijk.

In 1959 werd het Waterschap Biester opgeheven en definitief toegevoegd aan het Waterschap Schalkwijk.

Bron: Inventaris van de archieven van de Waterschappen Schalkwijk, Blokhoven en Biester (RHC Rijnstreek)