Schalkwijk, Tull en ‘t Waal en Houten onder water

Onder water

De Nieuwe Hollandse Waterlinie was sinds 1870 ingericht op een Duitse aanval vanuit het oosten. In 1940 was het zover.

April 1940

Tussen 8 en 19 april 1940 werd geoefend met het onder water zetten door het waterschap ‘De Gemeene Boezem van de Hoonwetering’, of te wel de polder Schonauwen. Het waterpeil in de Hoonwetering werd verhoogd van -0,19 NAP tot +0.39 NAP (Bron).

Mei 1940

Op Eerste Pinksterdag, 12 mei 1940, werd de inundatie gestart. Via Fort Honswijk liep het water uit de Lek het inundatiekanaal in en steeg het water in de polder. Ook waren de sluizen bij Wijk bij Duurstede geopend. Wulven en het Vechter- en Oudwulverbroek werden onder water gezet via de Vaartse Rijn. In de polders zoals Blokhoven, Hoonpolder en de Vuijlcoppolder kwam zo’n 30 tot 40 centimeter water te staan.

Evacuatie
Ongeveer 2500 inwoners uit de lagere delen van Schalkwijk, Tull en ‘t Waal, Houten en ‘t Goy werden geëvacueerd. Met paard en wagen of te voet vertrokken de inwoners uit Schalkwijk, Tull en ‘t Waal, ‘t Goy en Houten naar Vreeswijk of Utrecht. Bejaarden en zieken werden met auto en boot vervoerd. De boerenjongens bleven achter voor het vee.

De evacuees die naar Vreeswijk gingen, stapten over in Rijnaken waarmee normaal kolen werden vervoerd. De reis zou via Rotterdam naar Schipluiden gaan, een ander deel zou naar Monster reizen. Bij Schoonhoven keerden de schepen terug na een beschieting en werd naar Utrecht gevaren. Hier kwamen de vluchtende inwoners in de ochtend van de 14e aan. Evacuees die te voet of met paard en wagen waren, strandden in Boskoop.

Omdat Utrecht ook niet veilig was, vertrok op 14 mei een deel van de evacuees met de trein naar Voorburg. De reis via Gouda mislukte, maar via Leiden lukte het wel. Een ander deel stond op het punt te vertrekken met de trein, maar hoorde dat Nederland zich had overgegeven.

Daarop keerden ze een dag later terug naar huis. De rest volgde op 16 mei. Thuis gekomen bleken verschillende huizen te zijn geplunderd. Mogelijk door terugtrekkende Nederlandse soldaten. Nadat de Duitsers zich in de regio hadden gevestigd, daalde het water in de overstroomde gebieden snel.

Op 20 mei 1940 werd het uitmalen gestart en op 29 mei werd het normale peil weer gehaald (Bron).

Meer over de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog

Februari t/m mei 1945

Eind december begonnen de Duitsers zich terug te trekken uit de Betuwe. Nadat dit was voltooid werd in februari 1945 opnieuw het landschap onder water gezet. Hiermee wilden de Duitsers voorkomen dat de geallieerden in de polder Blokhoven zouden landen. Het betrof toen alleen het zuidelijk deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in Houten.

Gedurende de eerste periode was het ondergelopen land bevroren. De waterstand had een wisselende hoogte. Het was ook lager dan in 1940. Mogelijk heeft dit te maken met sabotage door lokale inwoners. In Schalkwijk stonden de Jhr Ramweg en de Provinciale weg grotendeels droog. Pas na de bevrijding verdween het water weer.

Tip

De evacuatie van Tull en ‘t Waal