Treinramp Schalkwijk

In de ochtend van 25 mei 1871 reed sneltrein 5 vanuit Utrecht naar het zuiden. Bij station Schalkwijk stond een wissel verkeerd, waardoor de trein in volle vaart tegen een muur van de losplaats van vee aanreed. Bij het ongeluk kwam één persoon om het leven en raakten drie personen gewond.

Door de aanrijding raakten de locomotief en de bagagewagen beschadigd. Ook een treinstel met passagiers ontspoorde en schaarde. De machinist en stoker (leerling-machinist) wisten voor de botsing van de locomotief af te springen. De stoker kwam echter onder de rest van de scharende trein terecht en overleed na tien minuten aan zijn verwondingen. Zoals hieronder te lezen is was bij het 18-jarige slachtoffer zijn arm afgerukt en staken de botten door zijn keel. Ook twee conducteurs liepen lichte verwondingen op (bron).

De machinist wist ondanks zijn ernstige verwondingen direct na het ongeluk de stoomklep te openen, waardoor het springen van de ketel werd voorkomen. Uit onderstaande bron blijkt dat het personeel van station Schalkwijk die dag zou zijn gearresteerd. Stationschef Cornelis Schooten verhuist volgens het bevolkingsregister op 1 juli 1871 met zijn gezin naar Nijeveen.

Het was het vijfde ernstige spoorwegongeval in Nederland ooit. De spoorlijn was op dat moment 2,5 jaar in gebruik.

De Tilburgse courant schreef op 28 mei 1871 het volgende over de treinramp Schalkwijk:

Donderdag trof den sneltrein der staatsspoorwegen die ten 9 u. 30 m. voormiddags van Utrecht vertrekt, een vreesselijk ongeluk. Te Schalkwijk waar de trein moest door stoomen, was een der wissels verkeerd geplaatst, zoodat de trein op rails te regt kwam, die ten einde loopen.

Hoewel stoker en machinist alles aanwendden om den trein te remmen, was natuurlijk de tijd te kort om hem tot staan te brengen, zoodat hij met vreesselijke vaart door den muur eener loods is geloopen, waarbij de locomotief en de daarop volgende bagagewagen werden verbrijzeld, terwijl de coupé eerste klasse die onmiddellijk op den bagagewagen volgde, mede door eenen muur werd geworpen.

De leerling-machinist, A. Rommelaar, een Tilburger van geboorte, sprong van de locomotief, doch schijnt onder den trein geraakt te zijn, althans een arm was geheel van het ligchaam gescheiden, verschillende beenen staken hem door de keel en iv het onderlijf was ook eene wonde; de ongelukkige een braaf oppassend jongeling van circa 18 jaren , heeft deze ramp omtrent 10 minuten overleefd; de conducteur die in den achtersten wagen den trein wilde remmen, werd door den schok van zijne plaats geworpen en heeft belangrijke verwondingen aan het aangezigt bekomen die in het eerst aan het behoud zijns levens deden twijfelen.

Overigens zijn alle passagiers met den schrik vrijgekomen, behalve eenige onbelangrijke kneuzingen door hen die zich in de coupé achter meergenoemde bagagewagen bevonden.

Zyn wij goed onderrigt, dan zijn de stationschef en wisselwachter op den dag van het onheil, reeds gearresteerd.

5 november 1946

Op 5 november 1946 gebeurde op dezelfde locatie opnieuw een treinongeluk. Tussen 4.00 en 4.30 uur reed een trein met een snelheid van 15 kilometer per uur op een stilstaande goederentrein. Er waren geen gewonden.

Op 8 november 1946 publiceert het Limburgsch Dagblad een foto van een treinongeluk bij Schalkwijk. Het fotobijschrijft geeft geen nadere informatie, behalve dat de auteur in een humoristische bui is geweest. Het Dagblad van het Noorden meldt dat op 5 november 1946 tussen Houten en Schalkwijk twee treinen achterop elkaar zijn gereden. De locomotief boorde zich in een goederenwagon.