Lekbrug

De Lekbrug tussen de gemeenten Tull en ’t Waal en Culemborg maakte onderdeel uit van de drie grote bruggen op de spoorlijn tussen Utrecht en ’s Hertogenbosch. De brug had geruime tijd de grootste overspanning van Europa en gaf de ingenieurs het vertrouwen om meer van dit soort bruggen te bouwen. Dankzij deze brug kon het afgelegen Culemborg zich ontwikkelen.

Bouw Lekbrug

De bouw van de vakwerkbrug is een technische uitdaging. De scheepvaart mocht niet worden gehinderd en ijs in de rivier mocht niet worden opgehouden, waardoor overstromingen een gevolg zouden zijn. Er wordt gekozen om geen pijlers onder de brug te leggen, maar een overspanning van 154 meter te maken Dat kan dankzij een nieuw bouwmateriaal: staal.

De bruglengte van begin tot eind is 667 meter. Het wordt de brug met de grootste overspanning van Europa. Aan de Utrechtse kant komen meerdere brugpijlers in de Steenwaard. Verder komt hier een stenen poort, zodat het verkeer over de Lekdijk niet wordt gehinderd. Om de weg haaks onder de spoorlijn te krijgen, wordt de Lekdijk verlegd. Aan de Culemborgse zijde komt één brugpijler en een aardbaan.

In de lente van 1868 is de brug gereed. Op 25 en 28 mei 1868 wordt de brug getest door twee locomotieven en dertien goederenwagons. Uiteraard wordt gekeken of de brug het hield, maar ook gebruiken ingenieurs de test om te controleren of hun berekeningen klopten.De opening van de brug wordt verricht op 11 augustus 1868 door koning Willem III en zijn echtgenote koningin Sophie. Het bouwwerk is technisch zo’n succes, dat de ingenieurs het aandurven om de Moerdijkbrug te bouwen.

De bouw begint in 1862/1863. Er wordt zo’n vijf jaar gewerkt aan de bouw. De kosten bedragen 3,3 miljoen gulden. In de gehele overbrugging is 5100 ton welijzer en bessemerstaal verwerkt. Dit soort staal was enkele jaren ervoor uitgevonden en wordt voor 12 procent in de brug verwerkt.

De brugdelen worden in de omgeving van Duisburg gemaakt en in Culemborg samengevoegd. De aannemer van de metalen bovenbouw, de firma Friedrich Harkort te Duisburg, bouwde vanwege de enorme afmetingen van de brug zelfs een speciale fabriekshal.Er worden 2,5 miljoen gaten geboord en 800.000 bouten zijn er nodig om het ijzer en staal bij elkaar te houden. De bouw van de brug kost zeven arbeiders het leven.

In eerste instantie is er sprake van een enkelvoudige spoorlijn, maar er wordt al rekening gehouden met een dubbelspoor. De eerste foto van de bouw van de brug is van 18 oktober 1866. Tegen het eind van de bouw komen honderden, soms wel duizend mensen per dag het ijzeren gevaarte bewonderen.

Lekbrug Culemborg in aanbouw
18 oktober 1866, de Lekbrug in aanbouw. Bron: Het Utrechts Archief

In de winter van 1867 – 1868 zijn er tegenslagen. De aardenwal van de spoorbaan bij Tull en ’t Waal heeft te maken met afschuivingen. Het kost enige moeite om de aardbaan stabiel te krijgen. De grote steiger op de brug wordt begin november 1867 afgebroken. Terwijl dit gaande is stort door een storm in de nacht van 1 op 2 december 1867 een deel van de steiger in.

Spoorverdubbeling

Eind juli 1884 vangen de werkzaamheden aan om de enkele spoorlijn over de brug te verdubbelen. Alleen de aardbaan bij de Lekbrug is zorgelijk, omdat deze te smal is. Ook de dwarsdragers van de brug over de Lek worden versterkt, waardoor de steeds zwaardere locomotieven veilig de brug kunnen passeren.

Ander staalsoort

Het op de Lekbrug toegepaste Bessemerstaal blijkt na bijna 50 jaar gebreken te vertonen. In 1913 wordt de gehele rijvloer van de brug vervangen en wordt gebruik gemaakt van het zogenaamde Thomasstaal.

Tweede Wereldoorlog

Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is de spoorbrug over de Lek onderdeel van het strijdtoneel. Hierbij sneuvelen rond de brug tussen 11 en 14 mei 1940 acht Nederlandse dienstplichtigen, vooral aan Culemborgse zijde.

Onder de brug in het huidige Steenwaard lagen gedurende de Tweede Wereldoorlog landmijnen en de brug zelf was voorzien van een springlading, voor het geval dat deze in vijandelijke handen zou vallen. Toch overleeft de Lekbrug als een van de weinige bruggen in Nederland de Tweede Wereldoorlog.

Lekbrug Culemborg als autobrug
De spoorbrug in 1945 in gebruik voor autoverkeer. Bron Het Utrechts Archief.

De eerste aanval op de Lekbrug is op 17 september 1944. Doel van het bombardement is te voorkomen dat de Duitsers versterking kunnen aanvoeren voor de operatie Market Garden. De brug kan na zijn bombardement nog maar net zijn eigen gewicht dragen. Ook de Waalbrug bij Waardenburg en de Maasbrug bij Hedel worden gebombardeerd. Treinverkeer is nauwelijks mogelijk en heeft de bestemming Betuwe of Dordrecht.

Op 27 december is in Engeland bekend dat de brug berijdbaar is geworden voor wegverkeer.
Langs de oostkant reden auto’s over neergelegde platen. Op 31 december 1944 om 10.30 wordt de brug aangevallen door 16 Typhoons. Hierbij zijn 32 bommen van 454 kilo afgeworpen. Twee bommen raakten de brug. De brug wordt dusdanig beschadigd dat deze gestut moest worden.

Op 4 januari 1945 kan er weer met een locomotief worden gereden over de brug. Op 5 januari 1945 volgt om 15.20 uur een nieuw bombardement. Op zondag 14 januari 1945 is de brug weer beschikbaar voor autoverkeer. Vanaf maart rijden er ook geen treinen meer over de brug. De wagons worden de brug op gedrukt en met een touw aan de andere kant eraf getrokken.

Vernieuwing

Tussen 26 juni 1982 en najaar 1983 wordt de Lekbrug in fases vervangen. De 115 jaar oude brug was te licht voor de moderne goederentreinen. De nieuwe brug wordt gebouwd bovenop de oude negentiende-eeuwse pijlers, maar is zeven keer zwaarder. Het gedeelte in de uiterwaarde bij Steenwaard wordt van beton gemaakt.  Op 7 november 1982 wordt de overspanning over de Lek vervangen. Deze is 2470 ton zwaar.

Lekbrug Culemborg vervangen door moderne brug
De oude brug wordt afgevoerd. Het Utrechts Archief E. Tappen

Bij het Werk aan de Korte Uitweg worden door Defensie planken opgeslagen die konden worden gebruikt om op de Lekbrug te leggen. Hierdoor kon in geval van een calamiteit de brug door autoverkeer worden gebruikt. Voor het Werk aan de Korte Uitweg is nog steeds een stuk rails te zien, waarmee werd geoefend.