Plundering Oostrum (‘t Goysedorp)

In het jaar 1396 wordt Oostrum geplunderd door roofridder Jan van Rhijnestein en zijn manschappen uit Cothen. Zo’n 300 mannen nemen alles mee wat ze tegenkomen in het dorp en van de omliggende boerderijen. Wat niet mee kan worden genomen, wordt in brand gestoken.

De bisschop van Utrecht is op dat moment Frederik van Blankenheim. Die had een jaar eerder nog strijd gevoerd met Jan van Rhijnestein en ontsteekt in woede. Hendrik II van Vianen is Burggraaf van Utrecht (soort legeraanvoerder) en wordt naar Cothen gestuurd om van Rhijnestein tot de orde te roepen.

Donderkruit

De soldaten van de bisschop en de stad Utrecht gebruiken bussen met donderkruit om het kasteel te beschieten. Jan van Rhijnestein en zijn manschappen houden dagenlang stand, maar uiteindelijk raakt het kruit en voedsel op. Tijdens de belegering wordt een groot deel van het kasteel verwoest. Alleen een vierkante toren en een voorburcht blijft staan.

Na overgave worden de driehonderd manschappen inclusief Jan van Rhijnestein naar Utrecht afgevoerd en gevangen gezet. Na het betalen van losgeld komen de meesten in 1397 vrij. Ook Jan van Rhijnestein komt vrij.