Herberg Tull en ’t Waal

Tull en ’t Waal lag op de route van Utrecht naar Culemborg/DenBosch. Het dorp kende voornamelijk herbergen bij de veerdiensten en in de buurtkernen. Een herberg was doorgaans een boerderij, waar het voorhuis was veranderd in een drinkgelag. Een onvolledig overzicht van de herbergen en tapperijen in de gerechten Honswijk en Tull en ’t Waal:

Herberg Landlust (Culemborg)

Landlust was een boerderij/veerhuis/herberg in de uiterwaard van De Lek. Het gebied Steenwaard viel om strategische redenen tot de Franse tijd onder Culemborg. Landlust lag iets hoger dan de omgeving, maar wel buitendijks. Voordat het huidige huis er stond, was er in 1575 al een voorganger. De fundamenten zijn gebruikt voor het huidige gebouw.

De oudste schriftelijke vermelding van de herberg Landlust is een reisverslag uit 1725. Maar ongetwijfeld was het gebouw langer in gebruik als herberg. Vooral reizigers uit het noorden die te laat bij de stadspoort aankwamen moesten hier overnachten. Pas na zonsopkomst konden ze de stad weer in.

Landlust had een interne ruimte die functioneerde als doorrijschuur. Hierdoor konden reizigers hun paard met koets binnen stallen (bron).

Herberg Het Vosje (Honswijk)

Deze herberg lag buitendijks bij de Uitweg. Bij deze herberg was een voetveer naar de andere kant van de Lek. In de 18e eeuw droeg de herberg de naam Het Vosje. In 1808 heet deze ‘Het Groene Woud’, naar de naburige boerderij en in 1858 draagt deze de naam De Gouden Leeuw . (bron).

Tapperij Oud Slikkerveer

Het veerhuis bij het Oud-Slijkerveer had eveneens een tapperij. Het lijkt er niet op dat overnachten hier mogelijk was.

Overige namen

  • Herberg van Van Velthuijz (<1860 – >1886)
  • Café weduwe de Bruijn (1930)
  • Café de Biesboschermolen (1931)
  • Café A. van Wijngaarden (1940)
  • Café de Ooievaar (1943)
  • De Prins – Honswijk (1727)
  • In de Eyckelboom (1637)