De schout van Tull en ’t Waal

De meeste gerechten hadden een schout. In de middeleeuwen vervingen ze de Heer van het gerecht. Daarnaast hadden ze de leiding als er uitspraken werden gedaan in het kader van burenrecht. De schout organiseerde de bijeenkomst, waarbij diverse buren over de kwestie een uitspraak deden.
Dit kon gaan over een civiel geschil zoals een sloot of een stuk grond, maar ook over lichte vergrijpen.

Na de middeleeuwen werd de schepenbank ingevoerd. De schepenen werden regelmatig opnieuw gekozen. De schepenbank functioneerde steeds vaker als gemeente en waterschap. Uiteindelijk werd de schout in 1825 burgemeester en de eerste burger van de gemeenschap.

Tot de 16e eeuw zijn er veel wisselingen in het schoutambt. Een enkele keer zijn er meerdere tegelijk, soms wordt het ambt weggegeven aan een schuldeiser en is er op de achtergrond toch een schout actief. Pas vanaf de 17e eeuw zien we de schout langer functioneren. Ze worden dan ook voor bv 6 jaar benoemd. De functie krijgt meer aanzien en er worden vervangers aangewezen.

Naast de rechtspraak en bestuur, zorgde een schout voor toezicht op wegen en watergangen. Ook werden ekster- en kraaiennesten verwijderd om schade aan de oogst te voorkomen. Samen met weerbare mannen uit het dorp is de schout ook verantwoordelijk voor de veiligheid. Tevens functioneerde de schout als belastinginner.

Schouten in de middeleeuwen

1366 – 1384 Bertelmeeus van den Wale
1389 – 1391 Beernt Snoy
1393 – 1396 Evert Wouter Foeckxsoen
1434 – 1435 Jacob Spruyt
1455 Jacob Spronksz van Rossum
1461 Alard Jacobsz van Rossum
<1470 – 1473 Jacob van Rossum
1473 – 1477 Alard Jacobsz van Rossum
1490 Herman Jacobsz
<1494 Gherit Aelbertsz van der Lair
1497 Albert van Rossum
1521 Jacob van Rossum
1525 Peter Claesz
<1531 – ???? Egbert Petersz van Ginckel

Schepenrechtspraak in Tull en ’t Waal

In het jaar 1534 wordt schepenrechtspraak ingevoerd in het gerecht Tull en ’t Waal. 

1534 Henric Henricks van Leerdam
1536 Peter Wouterss
<1541 – 1541 Reynault bastert van Brederode
1542 – >1546 Henrick van Leerdam Henrickx
1565 Henric van Dam
<1563 – 1586 Ysbrant Wesselsz de Moelder
1586 – >1587 Jan Cornelisz van Praet
<1613 Anthonis van Nykercken
<1656 – >1666 Otto van Vyffhuysen
<1672 – >1672 P(i)eter van Wijck
1677 – 1684 Pieter Leechburg
1684 – 1706 Jacob Steenwijck
1707 – 1724 Gerard Steenwijck
1724 – 1754 Cornelis Leonard van der Pant
1755 – 1756 Pieter Sceperus van Eybergen
1757 – 1758 G. van Beest
1759 – 1793 Jacobus van Baaren