Gerecht Honswijk

Gerecht Honswijk

Honswijk maakte in de middeleeuwen deel uit van het gerecht Hagestein, een Hollands leen. Op 29 maart 1338 wordt het gerecht Hagestein opgedeeld. Daarbij komt het gebied rond Honswijk toe aan de Heer van Culemborg en gaat dit verder onder het gerecht Honswijk. Het andere deel, het gerecht ’t Waal komt terecht bij Otto I van Heukelom van Asperen.

De ligging aan de noordzijde van de Lek tegenover Culemborg maakte Honswijk een aantrekkelijk bezit voor de heer van Culemborg, vanwege de veerverbinding naar Utrecht. Het bezit van Steenwaard, een eiland in de Lek, was voor Culemborg nog belangrijker.

In de 15e eeuw begint er een langdurige strijd met de bisschop van Het Sticht. Zo krijgt in 1492  Jasper van Culemborg de hogere rechtsmacht van het gerecht Honswijk toegewezen van de keizer. Hij richt een galg op in Honswijk, maar de bisschop van Utrecht vindt dat hij de hogere rechtsmacht heeft. Na enige onrust blijkt dat de hogere rechtsmacht in Utrecht ligt en de lagere en middelbare (??) rechtsmacht bij de Culemborgers.

In 1555 komt de discussies over de hogere rechtsmacht weer terug en in 1556 wordt deze door de heer van Culemborg verkocht aan Utrecht. In 1615 wordt het gehele gerecht verkocht aan de Staten van Utrecht, met uitzondering van het eiland Steenwaard.

Een eeuw later op 24 maart 1714 veilt de Staten van Utrecht het gerecht Honswijk. De nieuwe eigenaar is Van Wevelinkhoven. Daarna wisselt in de 18e eeuw Honswijk nog een paar keer van eigenaar, totdat in 1798 het heerlijk recht wordt afgeschaft. Steenwaard komt dan toe aan de mairie Tull en ’t Waal.

Honswijk kreeg ergens tussen 1420 en 1451 als eerste gerecht in de huidige gemeente Houten schepenrecht. In 1534 wordt de schepenbank samengevoegd met die in Everdingen-Zijderveld.

Eigenaren gerecht Honswijk

29-3-1338
Huibert IV van Culemborg
1347
Jan III van Culemborg
1377
Gerrit I van Culemborg
1394
Hubrecht III van Culemborg
1423
Jan IV van Culemborg
1452
Gerrit II van Culemborg
1480
Jasper van Culemborg
1506
Elizabeth van Culemborg
1527
Gerrit van Pallant
1540
Floris I van Pallant
1598
Floris II van Pallant
1615
Staten van Utrecht
1714
Van Wevelinkhoven
1723
Maria Ignatia van Santvoort
1724
Reinier Uylenburg
1745
Johanna Bakker
1756
???
1791
Jacobus van Baaren