Gerecht Honswijk

Gerecht Honswijk

Honswijk omvatte het gebied ten noorden van de Lekdijk tussen de Scheidingsweg bij Pothuizen in het oosten en de veenrivier De Snel in het westen bij het gerecht Tull. Honswijk was gelegen op de Honswijkse stroomrug

Op het hoogtepunt bestond enkele huizen en een kerkje. Ook was er een kasteel Blommesteyn en een kapel. De bebouwing betrof voornamelijk boerenbedrijven op de ontgonnen gronden ten noorden van de Lek. De noordgrens liep ter hoogte van de huidige Achterdijk. 

Kerkelijk en bestuurlijk vormden in de 12e en 13e eeuw de dorpen ’t Waal, Tull en Honswijk samen met Hagestein één geheel. De kapittels van de Dom en Oud-Munster hadden hier tot halverwege de 13e eeuw belangen. Daarna gaan de lagere rechten over naar Ten Goye.

Op 29 maart 1338 wordt het gerecht Hagestein opgedeeld. Daarbij komt het gebied rond Honswijk toe aan de Heer van Culemborg en gaat dit verder onder het gerecht Honswijk. Het andere deel, de gerechten ’t Waal en Tull gaan verder onder het gerecht Tull en ’t Waal en vallen onder Otto van Asperen.

De ligging aan de noordzijde van de Lek tegenover Culemborg maakte Honswijk een aantrekkelijk bezit voor de heer van Culemborg, vanwege de veerverbinding naar Utrecht. Het bezit van Steenwaard, een eiland in de Lek, was voor Culemborg nog belangrijker.

In de 15e eeuw begint er een langdurige strijd met de bisschop van Het Sticht. Zo krijgt in 1492  Jasper van Culemborg de hogere rechtsmacht van het gerecht Honswijk toegewezen van de keizer. Hij richt een galg op in Honswijk, maar de bisschop van Utrecht vindt dat hij de hogere rechtsmacht heeft. Na enige onrust blijkt dat de hogere rechtsmacht in Utrecht ligt en de lagere en middelbare (??) rechtsmacht bij de Culemborgers.

In 1555 komt de discussies over de hogere rechtsmacht weer terug en in 1556 wordt deze door de heer van Culemborg verkocht aan Utrecht. In 1615 wordt het gehele gerecht verkocht aan de Staten van Utrecht, met uitzondering van het eiland Steenwaard.

Een eeuw later op 24 maart 1714 veilt de Staten van Utrecht het gerecht Honswijk. De nieuwe eigenaar is Van Wevelinkhoven. Daarna wisselt in de 18e eeuw Honswijk nog een paar keer van eigenaar, totdat in 1798 het heerlijk recht wordt afgeschaft. Steenwaard komt dan toe aan de mairie Tull en ’t Waal.

In 1748 staan er 21 huizen in het gerecht Honswijk, veelal verspreid langs de Lekdijk.

Honswijk kreeg ergens tussen 1420 en 1451 als eerste gerecht in de huidige gemeente Houten schepenrecht. In 1534 wordt de schepenbank samengevoegd met die in Everdingen-Zijderveld.

Honswijk zou ook een molen hebben gehad. Deze wordt vermeld in de periode 1632 – 1643, maar is in 1830 niet meer bekend. Mogelijk was het een voorloper van de molen in Molenbuurt. 

Eigenaren gerecht Honswijk

29-3-1338Huibert IV van Culemborg
1347Jan III van Culemborg
1377Gerrit I van Culemborg
1394Hubrecht III van Culemborg
1423Jan IV van Culemborg
1452Gerrit II van Culemborg
1480Jasper van Culemborg
1506Elizabeth van Culemborg
1527Gerrit van Pallant
1540Floris I van Pallant
1598Floris II van Pallant
1615Staten van Utrecht
1714Van Wevelinkhoven
1723Maria Ignatia van Santvoort
1724Reinier Uylenburg
1745Johanna Bakker
1756???
1791Jacobus van Baaren