Gerecht De Vrije Hoeve

Gerecht De Vrije Hoeve

Het gerecht De Vrije Hoeve was een minigerecht van 20 morgen (18 hectare) langs de Lange Uitweg, tussen het Neereind en de Waalseweg. Het gerecht was eigendom van het Kapittel van Oudmunster, een orde die onder de Utrechtse bisschop viel.

De eerste vermelding van het gerecht is uit het jaar 944 (bron) toen er sprake was van een Koninklijke schenking. De Kapittels van Dom en Oudmunster kregen daarbij dit land in gezamenlijk bezit.

Het gerecht is vermoedelijk ontgonnen gelijk met de ontginning van het huidige Tull en ’t Waal langs de Lekdijk. De Uitweg was daarbij een doorgaande route naar ’t Goy en Loerik. Langs deze weg werd aan landwinning gedaan.

Toen vanaf 1139 de lagere rechten aan het ontgonnen Schonauwen werden uitgedeeld en nog iets later aan Schalkwijk, bleef de Vrije Hoeve onder het Kapittel van Oudmunster vallen. Het verdeelde het gerecht Schalkwijk in twee stukken. De Vrije Hoeve was daarmee een stuk land dat buiten het omliggende bestuur en rechtspraak viel.