Het geslacht Ten Goye

Ten Goye
Gefotografeerd in Vianen door Sander van Scherpenzeel

Het geslacht Ten Goye was een machtige familie uit de periode 10e tot en met de 14e eeuw. De familie is het nageslacht van de Hollandse graaf Gerulf, waarvan zijn zoon Waldger eigenaar was van deze regio. Waldger wordt de eerste Graaf van Goye genoemd (bron), die waarschijnlijk dan ook het mottekasteel Ten Goye bouwde.

De strijd tegen koning Otto

In het jaar 939 brak er opstand uit. Radboud, de zoon van Waldger, koos voor de kant van de opstandelingen. Nadat de opstand was neergeslagen, kreeg in het jaar 944 de Utrechtse kerk diverse bezittingen van Radboud (bron).

Daardoor was de macht van de Fries/Hollandse rijksgraven gebroken. Bij het vormen van de graafschappen rond 1027 is Rodbert (Robertus, Rutbert) van Goye wel burggraaf. Op deze manier is de bisschop van Utrecht verzekerd van militaire steun.

De strijd tegen de keizer

In het jaar 1122 gaat het weer fout. De soldaten van Willem III van Goye raken slaags met de soldaten van Keizer Hendrik V die op bezoek is in Utrecht. Willem III van Goye wordt in de gevangenis gezet en ontheven uit zijn grafelijke macht. Na de dood van Keizer Hendrik V wordt in 1126 Willem IV van Goye graaf van Lek-en-IJssel, Opgooi en Utrecht.

Het vertrouwen in de Utrechtse edelen zoals in Ten Goye is bij de Utrechtse bisschop gedaald. Vanaf 1132 neemt het geslacht Van Cuyk het graafschap Utrecht over (bron).

Ook in delen van het graafschap Opgooi heeft de Heer van Goye niet veel meer te vertellen. Veel domeinen in Wijk, Odijk en Werkhoven waren aan de Keulse kerk geschonken (bron).

Daarna lijkt het een tijdje rustig, maar de machtsstrijd tussen de bisschop in Utrecht en de familie Ten Goye blijft aanwezig. In 1227 ontstaat een geschil tussen het kapittel van St. Marie te Utrecht en Walter van Goye. Die had te weinig tienden afgedragen. Ook zijn zoon en kleinkind blijven onenigheid houden met het kapittel.

Landcommandeur

Zoon Dominicus Ghiselbertus Uten Goye staat bekend onder zijn openlijke stille strijd tegen de bisschop. Hij kiest de kant van de Hollandse koning en dat blijkt een verkeerde keuze. Toch wordt hij in 1265 op hogere leeftijd de eerste maarschalk van Het Nedersticht. Lang blijft hij dit niet, want drie jaar later wordt hij broeder frater Ghiselbertus quondam Dominus de Goye. Hij is tussen 1283 en 1286 de vierde in de rij van landcommandeurs van de ridderlijke Duitse orde Balije van Utrecht.

De rest van de familie huist dan in kasteel Ten Goye en slot Hagestein. In 1277 wordt het graafschap Lek en IJssel verkocht en wordt alleen nog maar macht uitgeoefend over het gerecht Houten, ’t Goy en Hagestein.

In 1305 verliest de Heer van Goye de hogere rechtsmacht aan de bisschop van Utrecht.

Het einde van Ten Goye

Ghisebrecht (Giselbertus) Utengoye was sinds 1315 tweede burggraaf van Utrecht. Toen de bisschop Gwijde van Avesnes buiten Het Sticht was, ondernam Ghisebrecht rooftochten door Het Sticht. Mogelijke aanleiding is de grote hongersnood die deze jaren heerste in delen van Europa. Bovendien had Ghisebrecht de onafhankelijkheid uitgeroepen over het graafschap Opgooi en de omgeving. Nadat de bisschop was teruggekeerd, mocht Ghisebrecht  een verklaring afleggen en werd hij onthoofd.

De bisschop wilde vervolgens ook het kasteel tot zijn bezit nemen en in 1317 vond belegering plaats. Maar de voogd (Heer van Culemborg) van de minderjarige zoon van Ghisebrecht bood weerstand. Met de zwaarste wapens van die tijd werd het kasteel overwonnen. Lang profiteerde de bisschop er niet van.

’s Nachts na de overwinning stierf hij. De Culemborgers wisten het kasteel terug te bemachtigen. De zoon Ghisebrecht krijgt de rechten van Houten en ’t Goy en overlijdt kinderloos rond 1340. Het geslacht Ten Goye sterft daarmee uit.

In 1322 krijgt Margriet van Goye de macht in een aantal gerechten. Via haar komt de rest van het rechtsgebied rond 1340 terecht bij het geslacht Van Vianen.