Sporen vroege ijzertijd bij windpark Goyerbrug

Het archeologisch bureau Laagland Archeologie heeft op 28 augustus 2017 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd op de plek waar twee windturbines van het windpark Goyerbrug staan gepland. Daarbij is aardewerk uit de vroege ijzertijd aangetroffen.

Het onderzoek had tot doel vast te stellen of de funderingen van de windturbines archeologische sporen zouden raken. Bij één windturbine is dat daadwerkelijk het geval. Uit het rapport blijkt dat er bewoning is geweest. Op basis van het aangetroffen aardewerk wordt dit waarschijnlijk in de vroege ijzertijd gedateerd.

In de proefsleuf werden geen sporen van paalkuilen of greppels gevonden en daardoor wordt er geen huis of een ander gebouw op die locatie verwacht. Deze zou wel in de omgeving gestaan kunnen hebben.

Sporen uit de vroege ijzertijd zijn bijzonder voor dit gebied van Den Oord. In de omgeving zijn eerder wel sporen/vindplaatsen uit de late ijzertijd aangetroffen. In de vroege ijzertijd was de rivier die daar liep net tot rust gekomen, en kennelijk was er al vrij snel bewoning.

Archeologisch gezien is het dus zeker interessant om daar meer onderzoek te doen. Maar onderzoek is alleen interessant als het meer oplevert over de bouw van huizen en gebruiken uit die tijd. Omdat dit op de plek van de windturbine niet wordt verwacht, schrijven de archeologen dat verder onderzoek weinig archeologische meerwaarde zal bieden en wordt geadviseerd geen verder onderzoek te laten uitvoeren.

Geef een reactie