Pastoor dwarsboomt NSB-bijeenkomst (1934)

Op 13 december 1934 belegt de Nationale Socialistische Beweging (NSB) een vergadering in Houten. De partij was bezig met een opmars en had volgens eigen zeggen ook in Houten groeiende aanhang. Pastor Alfrink grijpt persoonlijk in en weet de bijeenkomst te voorkomen.

In enkele jaren tijd was de in Utrecht opgerichte NSB gegroeid tot 33.000 leden. De snelle groei was versterkt door de onvrede onder de bevolking, die vanwege de economische crisis het niet best had. De partij had veel aanhang onder middenstanders, ambtenaren en kleine boeren. De stad Utrecht was een van de bolwerken van de partij.

Volgens het NSB-weekblad ‘Volk en Vaderland’ was er in ‘het plaatsje Houten’ veel belangstelling voor de NSB. Daarom werd er een besloten vergadering georganiseerd. Hiervoor werden veertig introductiekaarten uitgegeven.

Verbod van Alfrink

Maar het huren van een zaal bleek in Houten niet mogelijk. Pastoor Alfrink van de katholieke kerk had het de zaaleigenaren verboden ruimte te verhuren aan de NSB. Daarop werd besloten om de vergadering te beleggen in het huis van een van de ‘NSB-kameraden’. Maar bij het afhalen van de stoelen die waren gehuurd, kreeg de organisatie deze niet mee. Ook hier had de pastoor lucht van gekregen en het verboden.

De stoelen bleken niet nodig. Bij aanvang van de vergadering was er niemand gekomen. De organisatie besloot met auto’s de mensen thuis op te halen. Maar kreeg bij elk huis waar ze langsreden te horen, dat de man des huizes vertrokken was naar de NSB-bijeenkomst.

Wachtposten

De NSB-ers ontdekten vervolgens dat er op diverse wegen in Houten wachtposten stonden. Zo’n 4 a 5 mannen hielden de geïnteresseerden voor de bijeenkomst tegen. Bij het huis waar de bijeenkomst werd gehouden stonden zo’n 10 mannen te posten. De organisatie was in handen van katholieke gemeenteraadsleden. Slechts een persoon had zich niet laten tegenhouden door de wachtposten en wist de bijeenkomst te bereiken.

In een boos commentaar schrijft de NSB-krant Volk en Vaderland dat ‘de kameraden’ vastberaden zijn om de parochie in Houten te veroveren. Er volgt in de weken erna tussen hun krant en het katholieke Centrum enkele ruzie-achtige berichtjes, waarna er niets meer over het voorval wordt vernomen.

Meer artikelen over het dorp van Houten (1850-1940)

Geef een reactie