De frauderende kassier van de Schalkwijkse bank

Op donderdagavond 29 juni 1933 meldt een Schalkwijkse inwoner zich bij de politie Utrecht. Hij vertelt dat hij kassier is bij de coöperatieve Boerenleenbank in Schalkwijk en dat hij 41.000 gulden heeft verduisterd. De man wordt aangehouden.

Het gaat om Lucas van H. (39). Direct wordt burgemeester Ten Holder geïnformeerd, waarna de fraudeur wordt overgebracht naar het gemeentehuis in Schalkwijk. Burgemeester en veldwachter nemen het onderzoek over.

Lucas van H. is een bekend en vertrouwd persoon in het dorp. Zijn opa was smid in het dorp en zijn vader in Soest, waar hij dan ook werd geboren. Zijn oom en neef werkten in de smederij in Schalkwijk. Ergens rond 1915/1920 komt Lucas naar Schalkwijk, waar hij bij de smederij van zijn neef op De Brink een rijwielhandel begint.

Lucas van Hengstum vermoedelijk met fiets.
De smederij aan de Brink (RHC Utrecht Zuidoost)

Het gaat hem voor de wind. Naast het beroep rijwielhandelaar/smid wordt hij vanaf 1925 kassier bij de bank. Ook krijgt hij een functie als secretaris van de Onderlinge Brandassurantie Maatschappij. In 1922 trouwt hij met een vrouw uit Soest en sticht hij in Schalkwijk een gezin met vijf kinderen.

De verduistering

Na het bekend worden van het nieuws over de verduistering, zijn de dorpelingen verbaasd hoe een fraude van deze omvang onopgemerkt kon blijven. Maar uit het verhoor blijkt hoe het in elkaar zit.

Van H. begon met het verduisteren in 1929, wat voortduurde tot 28 juni 1933. Als kassier maakte hij valse kwitanties op. Zogenaamd was er geld uitbetaald aan een andere dorpeling, maar stak hij het in zijn eigen zak. Ook werd er geknoeid met het spaarbankboekje van de brandverzekering en omdat hij secretaris was van deze verzekering, wist hij ook hier de boekhouding aan te passen. De administratie van bank en brandverzekering waren daarmee op elkaar afgestemd. De Onderlinge werd hierdoor voor 17.000 gulden opgelicht.

Ondertussen was bekend dat Van H. behulpzaam was bij dorpelingen die in geldnood zaten. Tegelijkertijd beweerde hij zelf ook in geldnood te zitten. Of dit de waarheid was, daar werd aan getwijfeld. Wel is er in 1931 door de gemeente Schalkwijk een vergunning afgegeven om zijn woning te mogen verbouwen.

Eind juni 1933 krijgt Van H. last van gevoelens en is hij bang dat zijn bedrog begint te lekken. Zijn daad opbiechten bij de politie in Utrecht is het gevolg.

Rechter

In augustus 1933 komt Van H. voor bij de rechter. Hij bekent de verduistering volledig. Ondanks zijn drie banen beweert hij geldnood te hebben. Wel verweert hij zich door te zeggen dat hij tot zijn daad is gekomen, omdat de controle niet orde was.

Een inspecteur van de Raiffeisenbank waar de coöperatieve boerenleenbank onder valt, zegt dat de controles inderdaad onvoldoende waren, maar direct zijn verscherpt. Twee weken later op 22 augustus 1933 doet de rechter uitspraak. Van H. krijgt een gevangenisstraf van één jaar, waarvan zes maanden voorwaardelijk.

Uitspraak Lucas van Hengstum
Gooi- en Eemlander 22 augustus 1933

Over het leven na de gevangenisstraf van Van H. en zijn gezin is niet zoveel meer bekend. Wel is hij waarschijnlijk uit het dorp vertrokken, want in 1930 staat hij nog in het telefoonboek vermeld en in 1935 niet meer.

Op 8 maart 1966 overlijdt hij op 71-jarige leeftijd in Voorburg . Zijn vrouw overlijdt in 1976 in Haarlem.

Abonneer je nu

Voer je e-mailadres in en bij elk nieuw bericht op oudhouten.nl ontvang je een e-mail.

1 thought on “De frauderende kassier van de Schalkwijkse bank

Geef een reactie