De moord op Jan Hendrik van Reenen (1878)

Op zondagavond 19 mei 1878 reist de 34-jarige Jan Hendrik van Reenen van Maarssen naar zijn huis in Houten. Onderweg krijgt hij ruzie met polderwerkers en wordt hij vermoord.

Van Reenen is die dag op familiebezoek in Maarssen. Aan het eind van de dag brengt zijn familie hem naar Utrecht, waar hij de trein naar Houten wil pakken. Van Reenen is van beroep vrachtrijder, maar volgens het bevolkingsregister ook veehouder en woonde vermoedelijk ergens op de Vlierweg.

In Utrecht aangekomen blijkt hij de trein te hebben gemist. Hij gaat de stad in en komt aan bij de herberg van Verwoerd, waar hij vervoer regelt richting Houten. Met een paard wordt hij naar het Houtensepad gebracht tot het tolhuis (omgeving Gansstraat Utrecht). De begeleider zegt geen tijd te hebben om hem verder te brengen en zet hem daar af.   

Tolhuisje Houtenspad. CC BY 4.0 (L.H. Hofland – Het Utrechtse Archief)

Van Reenen volgt lopend het Houtensepad en komt aan bij een herberg ter hoogte van de overweg met de spoorlijn. In de herberg zitten de polderwerkers Brouwer en Winkel te eten. Polderwerkers waren ruwe mannen die zwaar arbeid uitvoerden. Ze werkten in groepen, hadden weinig contact met boeren en burgers en werden met de nek aangekeken.

Ruzie in de herberg

Van Reenen bestelt die avond drie bier en 1 glas water. Van Reenen staat bekend om zijn opvallende uitspraken. Het duurt dan ook niet lang voordat hij met de polderwerkers woorden krijgt. Zo zegt hij: “Ik ben Mozes zoon”. Polderwerker Brouwer voelt zich gekrenkt in zijn katholieke geloof en slaat hem in het gezicht.

De andere aanwezigen komen tussenbeide en er volgt een woordenwisseling. Daarna drinkt men samen de ruzie af. Aan het eind van de avond verlaten alle drie de personen de herberg en vertrekken ze lopend richting Houten. 

Sintcadeaus 2018

Onderweg naar Houten

Niet veel later treft een andere polderwerker Van Reenen in mishandelde toestand aan langs de kant van de weg. De polderwerker nodigt hem uit mee te gaan, maar van Reenen wil zijn pet zoeken, die hij tijdens het gevecht is kwijtgeraakt.

Even later ontmoet de polderwerker zowel Brouwer als Winkel ter hoogte van boerderij De Koppel (Tegenwoordig gelegen in de wijk Lunetten). Winkel is ondertussen jarig geworden, maar is niet in een feeststemming. Ze vragen aan de passerende polderwerker of Van Reenen ‘nog niet kapot is’. 

Lichaam in sloot

De volgende dag krijgt de stationschef van het nabij gelegen Station Lunetten te horen dat er een man in een sloot ligt op 7 minuten loopafstand. Met een spoorbeambte gaat hij kijken en treft daar het lichaam van Van Reenen aan. Hij roept de hulp in van twee onbekenden, die het lichaam uit de sloot halen. Die twee zijn Brouwer en Winkel. Ze zeggen de dode niet te kennen.

Al snel volgt de arrestatie van Winkel. Naar Brouwer wordt de hele week nog gezocht, maar die wordt zaterdagnacht gearresteerd. 

  1. Tolpost. Van Reenen gaat lopend verder
  2. Herberg. Ruzie tussen Van Reenen en de polderwerkers
  3. Vermoedelijke locatie moord
  4. Boerderij Ten Koppel
  5. Locatie oude station Lunetten

Abonneer je nu

Voer je e-mailadres in en bij elk nieuw bericht op oudhouten.nl ontvang je een e-mail.

Geef een reactie