1869: Doodstraf voor meisje van 15 jaar uit ’t Goy

Op 26 juli 1869 veroordeelde het provinciaal gerechtshof van Utrecht de 15-jarige Dirkje Veldhuizen uit ’t Goy tot de doodstraf. Ze had eerder dat jaar de bedstee bij boer van Vliet in Kockengen in brand gestoken. Boer en boerin lagen op dat moment in de bedstee te slapen.

Dirkje (23 september 1853) was de tweede buitenechtelijke dochter van Mina van Kooy uit ’t Goy. Nadat moeder Mina trouwde met Gerrit Veldhuizen droeg Dirkje ook zijn achternaam. Het overlijden van Mina enkele jaren later, betekende dat Dirkje het huis uit moest. Ze werd dienstmeid. 

Boer van Vliet in Kockengen

In februari 1869 trad ze in dienst bij boer Van Vliet in Kockengen. Daar vertelde ze op aanraden van haar zus dat ze 22 was, terwijl ze in werkelijkheid 15 was. Hiermee hoopte ze meer loon te kunnen ontvangen.

Het leven op de boerderij van Van Vliet was slecht voor Dirkje. Boer en boerin van Vliet waren erg onaardig. Ze kon niets goeds doen en werd genegeerd. Ook de kinderen namen dit gedrag over, op één na. Weggaan kon ze niet, want pas na één jaar werken zou ze haar eerste loon krijgen. Dirkje moet radeloos zijn geweest.

’s Avonds laat op 14 mei 1869, kroop ze vanaf haar slaapplek naar de bedstee van de boer en boerin. Na wat pogingen lukte het om met lucifers stro aan te steken. Het brandende stro legde ze bij de bedstee. De boerin merkte dit en maakte haar man wakker. Die doofde het vuur en ging weer terug in bed. Tot opluchting van Dirkje zelf, die direct na haar daad besefte wat ze had gedaan.

De volgende ochtend zei boer van Vliet tegen Dirkje dat zij waarschijnlijk de brand had aangestoken en dat ze het beter kon vertellen. Dirkje zweeg maar vertelde het wel tegen een van de kinderen. Niet lang daarna werd ze door veldwachter van Veen opgehaald en naar Utrecht gebracht.

Gevangenis hele verbetering

Verblijf in de gevangenis betekende vooruitgang voor Dirkje. Ze had eindelijk een bed met lakens en een wasbak. Bovendien kreeg ze boeken en eten, zonder dat ze ervoor hoefde te werken. Als leeftijd gaf ze weer 22 jaar op, want ze wilde niet dat de rechter dacht dat ze een leugenaar was.

De rechtbank nam de brandstichting hoog op en veroordeelde Dirkje op 26 juli 1869 wegens poging tot meervoudige moord met voorbedachten rade tot de doodstraf.

De krant van 27 juli 1869

Toen de uitspraak in de krant kwam, liet haar stiefvader Gerrit Veldhuizen de rechtbank weten dat Dirkje helemaal geen 22 was, maar 15 jaar. Ook was ze niet in Schalkwijk geboren.

De gerechtelijke autoriteiten werden door de leeftijdsfout flink in verlegenheid gebracht. In het vooronderzoek was men vergeten in Dirkjes geboorteplaats haar burgerlijke-stand gegevens te controleren. Wanneer dit was gedaan, was zij voor de arrondissementsrechtbank gekomen en die mocht geen doodvonnissen uitspreken.

Een gratieverzoek aan koning Willem III had tot gevolg dat op 21 september 1869 het doodvonnis werd aangepast in tien jaar tuchthuis. 

Eerste ingreep door de Koning

Deze straf wordt op 10 november 1869 door een tweede ingreep van de Koning omgezet in tien jaar gevangenis. Op 1 april 1870 wordt de gerechtelijke dwaling besproken in de Tweede Kamer. Een meerderheid besluit de minister te adviseren de straf van Dirkje ongedaan te maken. 

Kennelijk is dit ook gebeurd, want 4,5 jaar later, op 29 oktober 1874, trouwt ze in Houten met Cornelis den Oudsten. Ze krijgen tien kinderen. Dirkje overlijdt in juni 1917. 

Bron: Historische Kring Breukelen (1997) en Het Provinciaal Geregtshof van Utrecht en Dirkje Veldhuizen door Wilhelm Henric IJssel de Schepper (1870), bevolkingsregister Houten.

Abonneer je nu

Voer je e-mailadres in en bij elk nieuw bericht op oudhouten.nl ontvang je een e-mail.

Geef een reactie