De Midden Bronstijd bij De Grassen

      Geen reacties op De Midden Bronstijd bij De Grassen

Het gebied aan de oostzijde van de spoorlijn tussen het station Houten-Castellum en de Rondwegtunnel is een van de meest interessante archeologische gebieden van Houten. Uit onderzoek van archeologisch bedrijf BAAC, blijkt dat hier bij De Grassen in de Midden Bronstijd (1500-1100 voor Chr.) bewoning was en dat er aan bronsbewerking werd gedaan.

Het BAAC rapport A-08.0333 dat het onderzoek met proefsleuven beschrijft, heeft lang op zich laten wachten. De proefsleuven zijn tussen 22 september 2008 en 8 mei 2009 gegraven in het braakliggend terrein naast De Grassen. Vorig jaar is het onderzoek uitgekomen en dit voorjaar is het op internet verschenen.

Het gebied staat bekend als terrein 16 en is sinds 2000 braakliggend. Wij kennen het als het terrein waar de noodsupermarkt stond, de stadsverwarming staat en de Montessori Basisschool Houten Limes is gevestigd. Het terrein zit boordevol archeologie en is daardoor niet snel te bebouwen.

Wat weten we?

Eerdere en latere onderzoeken hebben al veel informatie gegeven over dit gebied tussen de wijk Castellum en de wijk De Grassen. Zo zijn direct naast het terrein sporen gevonden uit 2200 t/m 1800 voor Chr. In Castellum is in 2011 een boomstamkano uit de Midden IJzertijd gelicht en bij De Bouw zijn sporen uit de Midden Bronstijd aangetroffen. In het dit voorjaar gepubliceerde onderzoek blijkt nieuwe informatie uit de Midden Bronstijd (1500-1100 voor Chr.) voor terrein 16 erbij te komen.

Locaties waar archeologen sporen uit de Midden Bronstijd vinden zijn in het Utrechts/Gelders rivierengebied niet bijzonder. Maar voor Houten wel. Immers in de Midden Bronstijd stroomde de Rijn dwars door Houten en zijn veel sporen weggevaagd. Alleen aan de rand van de stroomrug van die rivier zijn oude sporen terug te vinden. Zoals hier op terrein 16.

Bronstijd

Over het gehele terrein 16 liep rond het jaar 1800 voor Christus de hoofdgeul van de Rijn (fase 1). Deze kwam uit ’t Goy en maakte ter hoogte van de wijk Het Gras een bocht naar het noorden. Hier woonden mensen tussen ongeveer 2200 en 1800 voor Christus. Maar ook in de Midden Bronstijd.

Groen is terrein 16. Fase 1 was de rivier in de Vroege en Midden Bronstijd. In de Late Bronstijd verplaatste de rivier zich naar fase 4.

De auteurs van het BAAC-rapport constateren dat er op een vrij klein oppervlak zich mogelijk vier afzonderlijke boerderijplaatsen bevinden. Twee lagen aan de rivier en hebben waarschijnlijk een ovaalvormig erf van 50 bij 70 meter gehad. Vier locaties zo dicht bij elkaar wordt beschouwd als een uitzonderlijke situatie voor de Bronstijd, schrijven de auteurs.

Op terrein 16 gaat het om een plek die langere tijd is gebruikt in de Bronstijd. Je moet dan denken aan de periode -1500 en -1200 voor Chr. Bijzonder is dat het erop lijkt dat er op deze locatie aan metaalbewerking werd gedaan. Dit blijkt uit een bronzen smeltstuk. Metaalbewerking in de Midden Bronstijd in Nederland is zeldzaam, melden de auteurs. Daarnaast werd een bronzen armband gevonden, een sikkel (om te maaien) en een paar priemen.

Rivierverplaatsing

Tijdens de late bronstijd (1000 voor Chr.) is ergens in ’t Goy sprake geweest van verplaatsing van de hoofdstroom. De rivier volgde toen de Oosterlaak, de huidige locatie van de Rietplas en het Strandmeer (fase 4). Een nevengeul volgde de Kromme Sloot (fase 2 en 3). Deze geulen verklaren de breedte van de Houtense stroomrug hier in Houten-Zuidoost.

De verschillende kleilagen in de ondergrond bij De Grassen

Midden IJzertijd
In de Midden IJzertijd zien de archeologen weer bewoning langs de restgeul. Het gebied tussen Castellum en de Rondweg is vanwege de watervoerende restgeul ideaal om te wonen. Op terrein 16 worden vier slingerkogels uit de Midden IJzertijd aangetroffen, waarvan twee compleet zijn. Deze complete exemplaren zijn eivormig en 45 mm bij 30 millimeter. Ze werden gebruikt voor de jacht, maar ook voor oorlogsvoering.

Romeinse tijd
Die bewoning langs de restgeul duurt voort tot ongeveer 200 na Christus. Archeologen vinden zelfs 25 fragmenten Romeinse dakpan. Uit eerder onderzoek weten we dat elders langs deze restgeul (nabij de Tiendweg op terrein 14) vermoedelijk sprake is geweest van stenen bouw (villa). Dit is dus voor terrein 16 ook niet uit te sluiten.

De 17 munten die zijn gevonden in de proefsleuven, blijken te zijn geslagen in de periode tussen de jaren 10 voor Chr. en 76 na Chr. Er worden ook militaire materialen gevonden: een deel van een zwaardophanging, schoennagels van sandalen en een stuk van een speerpunt.

De conclusie van het onderzoek is dat de hoeveelheid vondsten aanzienlijk is. Zeker als je deze afzet tegen het totaal aan oppervlakte dat is opgegraven.

Geef een reactie