Eerste grote brand voor Brandweer Houten

Het is laat in de middag van 15 juni 1928 als een 6-jarig kind met lucifers aan het spelen is bij een hooiberg aan de Houtensewetering. Het kind is aan het uitzoeken of hooi kan branden. Het zou de eerste grote brand worden voor de net opgerichte Houtense brandweer.

De commandant van de brandweer Houten, waarschijnlijk de heer Roelofsen, wordt deze dag gewaarschuwd dat er brand is. Sinds de oprichting van de brandweer in de tweede helft van 1926 is er vooral geoefend met de 17 vrijwilligers. Maar nu is er echt iets aan de hand.

De commandant spoedt zich naar het gemeentehuis op De Brink en breekt in bij een vergaderende burgemeester Scholtens en wethouders. Direct wordt de kerkklok geluid, waarmee de vrijwillige brandweer van Houten wordt opgeroepen naar het brandspuithuis te komen. De commandant rijdt zelf per motor naar de brandende boerderij.

Grote brand

De situatie is al snel duidelijk. De boerderij en de twee hooibergen zijn niet meer te redden. De brandweer richt zich dan ook op het voorkomen van brandoverslag naar het zomerhuis en de schuur met rieten dak. Maar de eerste tegenslag is er al snel. De pas aangekochte motorspuit ook wel bekend onder de naam ‘de kleine vuurvreter’, begeeft het rond half 7 door het vastlopen van de pomp.

Terwijl de brand verder woekert wordt de oude handbrandspuit van stal gehaald. Het duurt drie kwartier voordat de brandweermannen de eerste straal op het vuur kunnen richten. De brandweer wordt gehinderd door de toestroom van het publiek op de smalle Houtensewetering.

Burgemeester pompt mee

Wanneer de brandweercommandant aan het publiek oproept om mee te helpen met het zware pompen, heeft geen van de kijkers er zin in. Burgemeester Scholtens geeft vervolgens de politie opdracht mensen aan te wijzen die mee moeten helpen, zodat de vermoeide brandweermensen kunnen worden afgelost. Ook de burgemeester zelf helpt mee met pompen.

Om 12 uur middernacht wordt er afgeschaald en ’s nachts om 3 uur begeeft ook de handbrandspuit het. De boerderij is ingestort, muren zijn omver getrokken en overslag naar een ander gebouw is voorkomen. Alleen smeulende resten blijven achter. Een zestal brandweermannen blijft achter als brandwacht, alsmede de burgemeester. Om 7 uur neemt vervolgens de politie de bewaking over.

Zaterdagochtend lukte het de motordrijver van de brandweer Houten met veel moeite om ‘de kleine vuurvreter’ aan de praat te krijgen. Hierdoor kon zaterdagavond met drie stralen de smeulende resten van de boerderij alsnog worden gedoofd.

De boerderij is datzelfde jaar herbouwd. Op de gevel prijkt het bouwjaar. De kelder is nog van de oude boerderij.

> Verslag Utrechts Nieuwsblad 18 juni 1928

Geef een reactie