Aanval kasteel Schalkwijk in 1651

      Reacties uitgeschakeld voor Aanval kasteel Schalkwijk in 1651

Het is zondagochtend 1 juni 1651. Het is druk in het dorp Schalkwijk. Uit de omgeving trekken bewoners naar de kerk. De officiële protestantse kerk heeft die ochtend zo’n 20 bezoekers. De rest van de dorpelingen en boeren gaan naar de schuilkerk in Kasteel Schalkwijk.

Naar schatting verblijven hier meer dan 100 katholieken, die zich niets aantrekken van het verbod op het samenkomen voor de katholieke eredienst. Het vormt de basis voor de laatste aanval op een kasteel ooit in de huidige gemeente Houten.

De schuilkerk wordt gefaciliteerd door jonkheer Adriaen Ram, de ambachtsheer van het gerecht Schalkwijk. In tegenstelling tot de meeste ambachtsheren in die tijd is Adriaen Ram katholiek. Omdat hij de schout en schepenen heeft benoemd, treden deze niet op tegen hun eigen ambachtsheer. Sterker nog, een deel is katholiek en aanwezig in de schuilkerk.

In de middeleeuwse torenzaal is een aantal banken opgesteld. Ook is er een draagbaar altaar en is de doopvont van de Brinkkerk hier gevestigd. Dirk van de Horst is rondtrekkende priester. Door de week geeft hij kinderen van rijke ouders les en in het weekend houdt hij de mis.

Dominee van Eck ziet dit met lede ogen gebeuren. Weinig mensen komen naar zijn kerk, die bovendien verwaarloosd is. Hij klaagt dan ook steen en been in Utrecht. Op 1 juni 1651 wordt zijn aanhoudend geklaag verhoord.

Aanval kasteel Schalkwijk

Terwijl beide kerkdiensten gaande zijn, meldt voor de poort van kasteel Schalkwijk Johan Strick heer van Linschoten zich. Hij is maarschalk en daardoor zo’n beetje de belangrijkste militaire man van de Staten van Utrecht. Hij heeft een aantal gerechtsdienaars en de schout van Schalkwijk meegenomen.

Bij het kasteel is de valbrug opgehaald en eist hij meer dan vijf keer dat hij naar binnen mag om een eind te maken aan de schuilkerk. In het kasteel wordt direct de mis gestaakt en deelt Adriaen Ram spiesen, lansen en andere wapens uit, die aan de muur hangen.

De maarschalk en zijn mannen proberen vervolgens het kasteel binnen te komen door planken over de steunen van de brug te leggen en met ladders de muur te beklimmen.

De aanval wordt beantwoord met stenen die worden gegooid vanaf de muur. Een gerechtsdienaar krijgt een spies door zijn hoofd en raakt zwaargewond.

Bestormingen en uitvallen

Er volgen in de uren erna diverse bestormingen van het kasteel en ook zijn er uitvallen vanuit het kasteel. Een gerechtsdienaar wordt tot drie keer toe met knuppels afgetuigd. Bij een uitval worden de schout van Schalkwijk en een andere hoge aanwezige onder de voet gelopen.

Tijdens een zo’n uitval verdwijnt de priester razendsnel via Honswijk naar de andere zijde van de Lek, waar in Vianen en Culemborg een veilige haven is te vinden. Uiteindelijk trekt de maarschalk zich terug.

In de avond keert de Maarschalk met soldaten terug naar Schalkwijk. De boze katholieke bevolking die primitief bewapend is, moet snel het onderspit delven. Het kasteel wordt veroverd en Adriaen Ram verbannen. Diverse betrokkenen krijgen ook verbanning, twee personen werden veroordeeld tot tepronkstelling, een persoon kreeg een publiekelijke geseling en een moest toekijken. De priester kreeg bij verstek eeuwige verbanning.  De toren waar de schuilkerk in was gelegen wordt gesloopt en de ophaalbrug moet een vaste brug worden.

Uitspraak Hof van Utrecht 29 juli 1651

Abonneer je nu

Voer je e-mailadres in en bij elk nieuw bericht op oudhouten.nl ontvang je een e-mail.