Smidsgezel van Utrecht, een roman over de regio in 1566

      Reacties uitgeschakeld voor Smidsgezel van Utrecht, een roman over de regio in 1566
Hendrik Jan van Lummel, auteur van Smidsgezel van Utrecht

De in Amersfoort geboren Hendrik Jan van Lummel werd op 27 juli 1840 benoemd tot hoofdonderwijzer aan de openbare school in Houten. Hij zou dat tot 1848 blijven (bron).

Van Lummel was zijn tijd ver vooruit en raakte vooral bekend door het maken van 150 schoolplaten en het schrijven van 11 boeken. De boeken die hij schreef waren romans, vaak jeugdliteratuur, maar wel met een educatief doel.

De Smidsgezel van Utrecht

In 1865 kwam het boek “De Smidsgezel van Utrecht” uit. Het verhaal speelt zich af in het jaar 1566 in de regio Utrecht/Houten/Culemborg, rond het moment dat de Beeldenstorm door Nederland trekt.

Met dit boek wilde hij een bijdrage leveren aan de kennis van de kerkelijke geschiedenis onder de jeugd. Hierdoor worden de geschiedkundige feiten zo nauwkeurig mogelijk weergegeven, aldus Van Lummel in het voorwoord.

Verhaal

Het verhaal begint als de hoofdrolspelers uit Utrecht naar een preek in Culemborg willen, waar protestantse preken zijn toegestaan. De reis via het katholieke Houten en Schalkwijk, wordt als gevaarlijk ervaren. Een doortocht via het dorp Houten wordt vermeden en gewapende mannen gaan voorop. Ik neem u mee in enkele passages uit het boek ‘De Smidsgezel van Utrecht’:

’t Was nu den 29en Julij 1566. – Reeds vroeg in den morgen waren op het Houtensche pad, ongeveer een kwartier uurs van de Tolsteegpoort, eene menigte menschen verzameld, en toen Aart ten 6 ure aankwam, was hij een van de laatsten.

Naauwelijks was hij aangekomen of de man, die de oproeping gedaan had, Dirk Cater, begon met eene zachte stem te verhalen, dat heden morgen ten 10 ure in Kuilenburg eene predikatie zou gehouden worden.

Hij voegde er bij, dat hij niet zonder vreeze was of men zou op dezen weg stoornis ondervinden, dewijl hij bemerkt had, dat er iets van het voornemen om ter prediking te gaan, was uitgelekt, waarom hij wel dacht, dat die van het ‘Geestelijk gerecht’ mannen uitzenden zouden om den togt te verhinderen.

Daarom zou men den gewonen weg verlaten en langs bijwegen het doel zoeken te bereiken. Voorzigtigheidshalve zouden eenige van de vergadering, die gewapend waren, als eene voorhoede voorop gaan, om voor onraad te waarschuwen.……..

Zij gingen zoo, al pratende, een pad in door de golvende korenakkers heen en kwamen na een half uur wandelens achter de ridderhofstad Wulven aan. Een fraaije laan van oude opgaande eikenboomen bood eene geschikte rustplaats aan. De voorhoede, uit vijf mannen bestaande, zette zich op het gras neder en werd daarin al spoedig door de overige leden van het reisgezelschap gevolgd.

De heer van Wulven

Vervolgens voert de auteur Jan van Renesse, heer van Wulven op. Hij is samen met de heer van Vianen en een aantal ruiters op het gezang van het gezelschap afgekomen. De heer van Wulven biedt het gezelschap aan om hun te begeleiden en beschermen tot aan Kasteel Schonauwen.

Niet lang duurde het, of de toren van het kasteel van Schonauwen, een oud eerwaardig gebouw, dat reeds in 1240 bestond, was in het gezigt. Nu zijt ge in behouden haven, zeide van Renesse tot Aart en Cater, want Schonauwen behoort onder het gebied van Heer Floris van Kuilenburg en daarom zou ik u raden, nu den heerweg te nemen, die op Kuilenburg gaat.

………

In Schalkwijk toch zal men u geen leed doen; daar staan de huizen zoo verwijderd van elkander, dat niemand met zijne buren raadplegen kan en uw gezelschap is te talrijk om door een enkel gezin aangevallen te worden. 

……

Zonder eenige ontmoeting van aanbelang kwamen zij het dorp Schalkwijk door. Enkele nieuwsgierigen kwamen buiten de huizen om het gezelschap te zien; eene enkele keer hoorde men het; daar gaan de ketters! Dat zijn Lutheranen! maar daarmede liep het ook af.

Het boek ‘De Smidsgezel van Utrecht’ is volledig te lezen en downloaden bij de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren. Jeugdliteratuur uit 1865 over deze regio in 1566.