Eerdere bewoning in De Tuinen

      Reacties uitgeschakeld voor Eerdere bewoning in De Tuinen

In de zomer van 2002 en in winter van 2003 is er archeologisch onderzoek verricht in de wijk De Tuinen, het zuidelijke deel. Hier op het land van fruitteler Van Wijk zijn diverse bijzonderheden naar boven gekomen.

Het betreft het gebied van Heidetuin, Bloesemtuin en Fresiatuin. Alhoewel het hele gebied hier archeologisch interessant is, is de opgraving beperkt gebleven tot het rode gedeelte. Bewoning vond plaats in de Midden-IJzertijd, Vroege Middeleeuwen en Late Middeleeuwen. De donkerblauwe lijn is een restgeul uit de ijzertijd.

Er is zo’n 175 kilo aardewerk gevonden, dat voornamelijk werd gebruikt voor  voedselproductie. Daarnaast is er 27 kilo steen gevonden dat afkomstig is van elders, zoals het Eifelgebied. Het steen werd gebruikt als maalsteen, kooksteen of slijpsteen.

IJzertijd

De eerste bewoning kwam tussen 356 en 286 voor Christus op gang. Het is dan de Midden IJzertijd. Kenmerkend voor die tijd zijn de zelfvoorzienende zwervende nederzettingen. Was de grond uitgeput, dan vertrokken de bewoners weer. Ook elders in de buurt zijn ijzertijd-nederzettingen aangetroffen uit deze periode.

De archeologen vinden ook een graf uit de Midden IJzertijd, waar een man van 25 tot 35 jaar oud is begraven. Later is dwars door het graf een sloot aangelegd (foto), waardoor de onderste helft van het skelet is vergraven. Uit nader botonderzoek blijkt dat het gaat om een man die zwaar werk heeft verricht. Hij moet pijn in de onderrug hebben gehad. Uit gebitsonderzoek blijkt dat de man een ontsteking bij een wortelpunt van zijn tand had en geen voedingsstoornissen in zijn jeugd heeft meegemaakt.

Romeinse tijd

In de Late IJzertijd en Romeinse tijd is er geen bewoning. Wel zijn er in tegenstelling tot sommige nederzettingen in de buurt, sporen van Romeinse soldaten. Het meest opvallende was de vondst van een zilveren ogenfibula (soort veiligheidsspeld voor kleding) die met zilverdraad was belegd. Dit voorwerp moet van een rijk en vooraanstaand persoon zijn geweest. Er zijn diverse munten gevonden, waaronder oud Romeins geld dat zelden buiten de militaire locaties was te vinden.

Vroege Middeleeuwen

Rond het jaar 475 komt er weer bewoning op dit terrein. Het is een van de weinige plekken waar in de 5e eeuw al bewoning was. Er is sprake van een open landschap en dat sluit mooi aan met andere opgravingen in de buurt. Kennelijk was het bos in en rond Loerik afwezig.

Late middeleeuwen

Rond de 10e eeuw ligt er ten noorden van het onderzochte gebied, op de plek waar nu een archeologisch park is een grote hereboerderij. Deze staat bekend onder de Loericker Hofstee, die bekend is uit schriftelijke bronnen. Ook zou hier kort de adellijke familie Van Loerik hebben gewoond. De landerijen van Loerik strekten zich meer dan een kilometer alle kanten uit.

Op het onderzochte terrein wordt in de 10e,  11e en 12e eeuw bewoning waargenomen. Kennelijk woonde de lokale smid er. Archeologen vinden sporen van ijzerproductie en ijzerbewerking. Ook worden er verschillende sleutels gevonden.

Interessant is te melden dat de bewoners in die tijd Eland aten. Deze is vlak erna uitgestorven in Nederland. Ook werd er karper gevangen. De karper komt sinds 1200 voor in Nederland en mogelijk gaat het om een van de vroegste vangsten in Nederland.

De onderzoeksrapporten  ARC-69 en ADC 264 bevatten samen 263 pagina’s vol met informatie over deze opgraving. Het is te uitgebreid om alle bijzonderheden te beschrijven.

Meer artikelen over Loerik