Cholera in de 19e eeuw

      Reacties uitgeschakeld voor Cholera in de 19e eeuw

In het bestaan van de mensheid zijn ziektes door bacteriën en virussen een terugkerend verschijnsel. Tussen 1832 en 1866 kreeg de bevolking van het Kromme Rijngebied vier keer met cholera te maken. Daar cholera vooral een probleem was van de stad en minder van het platteland, viel de hoeveelheid slachtoffers in het Houtense mee. Minder dan 1 procent van de bevolking in het Kromme Rijngebied stierf en dan vooral nog in Wijk bij Duurstede. De schrik zat er daartegen wel goed in.

1832

De Aziatisch braakloop zoals cholera ook wel werd genoemd, bereikte onze regio in 1832. De gemeenten hadden op voorhand verschillende maatregelen genomen. Zo was in de gemeente Schalkwijk een school ingericht als ziekenhuis en in Tull en ’t Waal was het gemeentehuis ingericht voor opvang.

In het najaar van 1832 sloeg de ziekte toe en in de hele provincie werden 1147 mensen ziek, waarvan er 503 stierven. In het Kromme Rijngebied was het aantal zieken op één hand te tellen.

1849

16 jaar later sloeg de ziekte weer toe in de stad Utrecht. Hetzelfde jaar bereikte de ziekte het Kromme Rijngebied. Ook nu werden patiënten geïsoleerd. In Wijk bij Duurstede gaf men de oppassers van de patiënten krachtige soep en twee glazen rode wijn per dag op kosten van de gemeente. Hierdoor zouden ze een betere weerstand opbouwen. In Houten was er uiteindelijk één dode, in Tull en ’t Waal ging het om zes doden. Schalkwijk ontsprong de ellende.

1855

In 1855 sloeg cholera weer toe. Ook dit keer ging het om de allerarmsten die werden getroffen. Wijk bij Duurstede telde zeven doden. Daar bleef het bij in het Kromme Rijngebied.

1866

In 1866 werd vooral Wijk bij Duurstede getroffen. Deze stad was twee keer zo groot dan het dorp Houten en had 86 zieken, waarvan 40 doden. Houten had twee zieken en nul doden. In Schalkwijk waren er drie doden en in Tull en ’t Waal twee doden.

Al met al lijkt de plattelandsbevolking van Houten, Schalkwijk en Tull en ’t Waal redelijk te zijn ontsnapt aan cholera. Waarschijnlijk vanwege de afstand met ziektebronnen en vanwege het redelijk schone drinkwater. Pas toen men ontdekte dat vervuild water de oorzaak was van cholera, verdween de ziekte.

Bron van dit verhaal is een uitgebreid artikel van Piet ’t Hart “Cholera in het Kromme Rijngebied” uit Tussen Rijn en Lek (1998)