Plundering Fransen in 1673

      Reacties uitgeschakeld voor Plundering Fransen in 1673

In 1672 krijgt Nederland maar liefst vier oorlogsverklaringen te verwerken. Op 7 april van Engeland, op 10 april van de Fransen die op dat moment het sterkste leger van Europa hadden en iets later van de bisschoppen van Münster en Keulen. Voor Nederland betekent dit een rampjaar.

Van 13 juni 1672 tot 13 november 1673 (Gregoriaanse kalender) werd onze regio door de Fransen bezet, die in hun opmars naar het westen waren vastgelopen op de Hollandse Waterlinie ten westen van Woerden.

In Houten waren 250 Franse soldaten gevestigd. Het zal duidelijk zijn dat dit voor de lokale inwoners een zware aderlating was. Constant moest de Franse bezetter van alles worden voorzien en als het koud was, zoals in oktober 1672, sloopten ze huizen voor brandhout.

Aanval op Holland

In december 1672 moeten de dorpsbewoners enige rust hebben gehad. De Fransen hadden toen het plan opgevat om de Hollandse Waterlinie ten westen van Woerden over te steken. Erg handig waren ze niet geweest, want begin oktober 1672 hadden ze de Lekdijk bij Vreeswijk en Klaphek (Nieuwegein-Zuid) doorgestoken. Hierdoor wilde het Franse leger Holland raken, maar liep vooral de stad Utrecht onder water en alles wat nog niet onder water was gezet door de Hollanders. De aanval mislukte en de Franse legers bleven in Utrecht en omgeving.

Rooftocht

Tegen het eind van de bezettingsperiode gingen in september 1673 soldaten op rooftocht. Voor de soldaten was dit een soort ontspanning. Ook Houten werd daarbij geplunderd en boerderijen werden leeggeroofd. Bekend is dat het huis van de schout van Waijen werd verwoest en de kerk van Honswijk werd geplunderd.

Probleem uit die tijd is dat er weinig geschiedschrijvers in Houten of Schalkwijk woonden, zodat we afhankelijk zijn van bronnen uit de steden. Ik heb wat kranten uit die tijd nageplozen (Amsterdamse en Haarlemse kranten), maar over de plundering van Houten heb ik niet veel kunnen vinden. Ook al omdat het vermoedelijk aan de andere kant van de frontlinie lag voor de auteur.

Moord en doodslag

Maar uit gedocumenteerde verhalen van elders (Eemnes) blijkt dat bij een dergelijke plundering de helft van de bevolking werd gedood en dat de helft van de huizen werd vernield.

Op schilderijen uit die tijd die in bijvoorbeeld het Rijksmuseum zijn te zien, blijkt dat het inderdaad niet altijd zachtzinnig aan toeging. Op beelden uit 1633 van de Franse schilder Jacques Callot zien we dat bij een plundering mannen worden vermoord, omgekeerd boven het vuur worden gehangen en vrouwen worden verkracht.

Het ligt voor de hand dat ook de gewone man of vrouw in Houten 341 jaar geleden een vreselijke ervaring heeft meegemaakt, met verkrachting, roof, plundering, moord en brandstichting.