Mogelijk 9000 jaar geleden al bewoning in Het Klooster

Enkele jaren terug werd er tijdens archeologisch onderzoek in Het Klooster (Nieuwegein) t.b.v. de plaatsing van de Nieuwegeinse windmolens enkele fragmentarische sporen gevonden van menselijke aanwezigheid. Het betroffen hele kleine stukjes verbrand bot (ARCHIS-vondstmeldingsnummer 420045).

Volgens onderzoeksbureau RAAP gaat het om sporen uit de periode Mesolithicum – Neolithicum (5000 voor Christus).
“Mogelijk 9000 jaar geleden al bewoning in Het Klooster” verder lezen

Waarom de ene tuin wel en de andere tuin niet verzakt

In delen van Nieuwegein, maar ook in Schalkwijk kunnen eigenaren van tuinen, regelmatig hun straatwerk rechtleggen. De bodem zakt daar ten opzichte van hun woning. Wat is er aan de hand en waarom gingen torens (Schonauwen, Kerktoren Brinkkerk) scheef staan en in Houten niet?

Alles heeft te maken met de bodemgesteldheid. Wie in de Houtense ondergrond gaat graven komt ergens op 4 tot 7 meter diepte zand tegen. Dit pleistocene zand bestaat uit grof zand en grind en is zo’n 7 tot 8 meter dik.

Deze zandlaag is ontstaan tijdens o.a. de laatste ijstijd. Zo’n 14.000 jaar geleden was Houten een woestijnvlakte. Het landijs was tot aan de Elbe gekomen en in onze omgeving heerste een zeer koud klimaat. Het zand stoof alle kanten op.

Doorsnede van de bodem

Veenvorming
Daarna warmde het snel op. Tussen Houten en Kerkdriel zijn er vlechtende watermassa’s die vanuit Duitsland en Limburg naar zee stromen. Met de vorming van vegetatie zo’n 6000 voor Chr. snijden de waterstromen zich in het landschap en vormen ze rivieren.

En dan ontstaan er twee soorten bodems. Op de plek waar een rivier liep, ontstaat een zandbaan met riviergrind. Dit is bijvoorbeeld in ’t Goy en in delen van Houten het geval. Het landschap is hoger geworden en uitermate geschikt voor bewoning.

Klei op veen
Door overstromingen van die Houtense rivieren (De Rijn vooral) wordt er op flinke afstand van de rivier klei afgezet. Deze kleivorming vindt plaats op het veen dat al eerder was ontstaan. Schalkwijk is dus een klei op veengebied.

In de polder Vuylcop ligt het pleistocene zand op een diepte van vijf meter. Daarop ligt een veenpakket met een dikte van drie meter, en de bovenste twee meter van de bodem bestaat uit zware rivierklei.

Het probleem is dit veenpakket. Deze blijkt inklinken, waardoor wegen hobbelpaden worden (de weg van Houten naar Schalkwijk is dat momenteel), waardoor tuinen verzakken en de bestrating telkens opnieuw moet worden rechtgelegd en waardoor historische gebouwen zoals de kasteeltoren van Schonauwen en de kerktoren van de Brinkkerk schreef gingen staan. Die van Schonauwen is een paar jaar geleden onderheid en staat stevig.

Ik verwacht dat deze verzakking ook zichtbaar is of wordt in de tuinen van de nieuwbouw in het zuidwesten van Houten (Polders, Stenen, Muren en Waters). Immers ook dit gebied is klei op veen.

Waarneming klokbekercultuur in Houten

Groot nieuws eigenlijk best wel van de Archeologische Werkgroep in Houten. Naar nu blijkt is halverwege de jaren tachtig een potbekerscherf uit de klokbekercultuur gevonden.

Daarmee is de vondst te dateren in de periode -2200 tot – 2000 voor Christus, de overgang van de Steentijd naar de Bronstijd. Het is gevonden op vier meter diepte door een kraanmachinist. De vindplaats is helaas niet helemaal duidelijk, maar is waarschijnlijk de spoortunnel onder de Koppeling (gereed in 1987).

Daarmee is er ineens een tweede derde locatie bekend met vondsten uit deze tijd. Eerder zijn er sporen uit deze tijd waargenomen bij de Raaigras. Ook nu blijkt dit opnieuw aan de rand van een stroomrug te zijn (midden op de stroomrug is alles uit die periode weggespoeld.) Helaas weten we verder niets over de context waarin deze waarneming is gedaan.

Lees hier het verslag van de Archeologische Werkgroep (pdf)

Eerste inwoners Houten al in 3000 voor Chr?

Het Houtens landschap is gevormd door rivieren. Dat ging vooral om de Rijn of een zijrivier ervan. Deze rivieren verlegden zo af en toe hun loop, waardoor een complexe situatie van rivierstelsels in onze bodem is te vinden.

Wanneer welke rivier waar door Houten stroomde is deze eeuw redelijk nauwkeurig in kaart gebracht. Dit onderzoek is uitgevoerd door de onderzoekers Berendsen & Stouthamer (2001) en is een standaardwerk voor archeologen. Het gaat in Houten om zo’n 12 grote en kleine rivieren.

Lastig is echter de datering van de rivierenlopen in ons landschap. De onderzoekers Berendsen & Stouthamer hebben zoals gebruikelijk met C14-datering de ouderdom van hun monsters opgegeven in de tijdseenheid BP (Before Present). Daarbij is ‘present’ het jaar 1950.

Voorbeeld
De activering van de Rijn door Houten kwam in 3795 BP volgens hun onderzoek op gang. Omgerekend is dit 1845 voor Chr. Daarnaast melden de onderzoekers dat er al een eerdere fase van deze rivier door Houten was. Zeg maar een zijrivier van de Rijn die kennelijk later de hoofdstroom werd. Deze zijrivier ontstond rond 4130 BP, dus rond 2180 voor Chr met een foutmarge van 40 jaar.

Toch fout?
De C14-methode om dit te bepalen is in 1949 ontdekt. Maar tientallen jaren later ontdekte men dat het simpelweg 1950 aftrekken van BP niet werkt. De C14-datering moest worden gekalibreerd. Archeologen gebruiken daarvoor bijvoorbeeld het programma WinCal25 van de Universiteit in Groningen. Een ijklijn is ook terug te vinden op Wikipedia.

IJklijn C14 datering

Op deze ijklijn is de zien dat vanaf -1000 voor Chr. een correctie van toepassing is. Dat betekent dat 4130 BP ook 3000 voor Chr. zou kunnen zijn. En dat betekent weer dat in theorie de eerste bewoners van Houten al in 3000 voor Chr zich hier hebben gemeld. Immers voor bewoning heb je water nodig.

Tot nog toe gaan we uit van de periode 2000 – 2200 voor Chr voor het verschijnen van de eerste bewoners. Maar indien het 3000 voor Chr is, dan zijn waarschijnlijk al deze sporen in de 2500 jaren erna door het riviergeweld weggespoeld.

Bewoning Schalkwijk gaat 7000 jaar terug

Aan de oostelijke zijde van Nieuwegein vinden momenteel veel werkzaamheden plaats of zijn gepland; uitbreiding van het Lekkanaal, uitbreiding van de Pr. Beatrixsluis, aanleg bedrijventerrein Het Klooster en de bouw van het Streektransferium. Hiervoor is archeologisch onderzoek uitgevoerd.

Bij eerdere boringen in de Wierschstroomgordel werd er houtskool gevonden en was dit een mogelijke indicator voor bewoning. Maar zekerheid gaf dit niet.

“Bewoning Schalkwijk gaat 7000 jaar terug” verder lezen

Booronderzoek bij Recreatief Transferium (A27)

Langs de A27 bij de afslag Nieuwegein, wordt op het grondgebied van de gemeente Nieuwegein een ‘recreatief transferium’ aangelegd. Afgelopen jaar is er archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Daarbij is niets gevonden.

Archeologisch onderzoek waarbij niets wordt gevonden, is voor Houten bijzonder. Er worden altijd wel sporen van Romeinen of Middeleeuwers omhoog gehaald. Ook bij booronderzoek. Maar ja, dit onderzoek gaat over de gemeente Nieuwegein, net over de gemeentegrens heen, en dat is archeologisch gezien een stuk armer dan Houten.

Toch geeft het onderzoek in deze komgrond een aantal leuke feiten weer. Wanneer ik de 66 pagina’s van het rapport scan en door de repeterende teksten heen lees, dan kom ik de volgende zaken tegen:

  • De Lek heeft hier in de kom voordat deze werd bedijkt 110 centimeter klei afgezet. Het hele moerasgebied van Schalkwijk/Tull en ’t Waal heeft kennelijk regelmatig behoorlijk onder water gestaan tussen het jaar -200 en +1080.
  • In het uiterste westen van Schalkwijk en Tull en ’t Waal zijn terpen in de middeleeuwen gebruikt, om boerderijen droog te houden. Het rapport verwijst naar andere onderzoeken die dit vermelden.
  • In Nieuwegein worden langs de Wiersch-stroomgordel op meerdere plaatsen sporen uit 4500 voor Chr. verwacht. Daarbij gaat het om kampen van rondtrekkende jagers, die langs de rivier tijdelijk werden gebouwd. Het rapport verwijst naar andere onderzoeken die dit vermelden.

De Lage Dijk-stroomgordel

Het Houtens landschap bestaat uit een complexiteit van de stroomruggen. Naast de bekende Houtense en Jutphase stroomrug, kent onze gemeente ook een stuk of tien andere stroomruggen/gordels.

De stroomruggen zijn ontstaan door rivieren en beekjes die buiten hun oevers traden. Het zijn gebieden die van belang waren voor de geschiedenis van Houten, omdat ze hoger in het landschap lagen en vaker watervoerende geulen kenden.

Ten noorden van het Amsterdam-Rijnkanaal zijn deze stroomruggen in het landschap zichtbaar als verhogingen tot enkele meters boven NAP. In Schalkwijk gaat het om verhogingen van 30 cm tot 40 cm in het landschap en in Tull en ’t Waal zijn ze zo oud, dat ze alleen in de ondergrond aantoonbaar zijn.

De Lage Dijk-stroomgordel
Nu had ik na een aantal weken onderzoek wel in beeld hoe het zat met de stroomruggen in Houten, dacht ik. Maar dan duikt ineens de Lage Dijk-stroomgordel op ten noorden van Tull en ’t Waal (gebied voormalig gemeente Schalkwijk). Menig Houtense historicus of archeoloog zal zeggen: “die Lage Dijk-stroomrug ken ik niet. Waar moet die dan lopen?”. Een niet uit Houten afkomstige archeoloog zal zeggen: “Maar die loopt toch in IJsselstein. Op deze stroomrug is bewoning uit de Bronstijd aangetroffen?”

En zo is het. Deze stroomgordel zit in de ondergrond en werd gevoed door de rivier die de Vuijlkoop-stroomrug veroorzaakte. Vervolgens stroomde het water via een restgeul van de Wiersch naar IJsselstein, om daar een volwaardige rivier te worden.

Maar tussen de Vuijlkoop-stroomrug en de Wiersch is enkele honderden meters Lage Dijk-stroomrug in de ondergrond terug te vinden. En dus is deze ook in de gemeente Houten aanwezig.

In het RAAP-rapport 2039, “Plangebied Ruimte voor de Lek” dat in opdracht van de Provincie Utrecht is gemaakt, is deze Lage Dijkstroomgordel terug te vinden. Dit rapport toont een kaart van de stroomruggen/gordels rond Tull en ’t Waal. En daar staat warempel de Lage Dijk stroomgordel op. Hooguit aanwezig op enkele percelen van een boer of speculerende projectontwikkelaar.

Het toont maar aan hoe nauwkeurig en gedetailleerd en degelijk de archeologische analyses van tegenwoordig zijn. Mijn complimenten voor RAAP.