De Houtense ondergrond

Houtense ondergrond

Wie in de Houtense ondergrond gaat graven komt ergens op 4 tot 7 meter diepte zand tegen. Deze laag bestaat uit grof zand en grind en is zo’n 7 tot 8 meter dik. Deze zandlaag is ontstaan tijdens o.a. de laatste ijstijd. Het landijs was tot aan de Elbe gekomen en in onze omgeving heerste een zeer koud klimaat. Het zand stoof alle kanten op. Daarbij zorgde vlechtende riviermassa’s tussen Utrecht en ’s Hertogenbosch voor het achterlaten van zand en grind, die tot de Formatie van Kreftenheye wordt gerekend.

Veenvorming

Daarna warmde het snel op. Met de vorming van vegetatie zo’n 7000 voor Christus snijden de waterstromen zich in het landschap en vormen ze rivieren.

En dan ontstaan er twee soorten bodems. Op de plek waar een rivier stroomde ontstaat een zandbaan met riviergrind. Dit is bijvoorbeeld in ’t Goy en in delen van Houten het geval. Het landschap is hoger en uitermate geschikt voor bewoning.

Klei op veen

Een tweede bodem ontstaat door overstromingen van die Houtense rivieren. Op flinke afstand van de rivier klei wordt afgezet. Deze kleivorming vindt plaats op het veen dat al eerder was ontstaan. Schalkwijk is een klei op veengebied. In de polder Vuylcop ligt het pleistocene zand op een diepte van vijf meter. Daarop ligt een veenpakket met een dikte van drie meter, en de bovenste twee meter van de bodem bestaat uit zware rivierklei.