Tweede Wereldoorlog Tull en ’t Waal

Tweede Wereldoorlog Tull en 't Waal

Op 28 augustus 1939 wordt het Nederlandse leger gemobiliseerd. Omdat Tull en ’t Waal in de Nieuwe Hollandse Waterlinie ligt, krijgt het dorp te maken met de komst van militairen, die het normale leven beïnvloeden.

Net als in Schalkwijk en delen van Houten werd ook de gemeente Tull en ’t Waal tijdens het begin van de Tweede Wereldoorlog onder water gezet. Alleen de hogere delen langs de Lekdijk en in het dorp zelf was het droger, vanwege de hogere ligging.

In de namiddag van 13 mei werd een pontonbrug (autobrug) over de Lek naar Culemborg afgebroken. Op 14 mei hadden de Duitsers de noordzijde van de spoorbrug over de Lek ingenomen. Nadat Fort Honswijk was gevallen, zette op 17 mei de Duitsers hun opmars voort richting Vreeswijk. Het water in de overstroomde gebieden liep daarna snel weg.

De Schalkwijkse burgemeester Ten Holder, was ook de burgemeester van Tull en ’t Waal. De burgemeester stond bekend als anti-Duits. Ten Holder werd in september 1943 vervangen door de Houtense NSB-burgemeester Bosschaart.

De Lekbrug was strategisch een belangrijke brug. Dag en nacht was er bewaking. Vanuit Culemborg en vanaf de Lekdijk werd de brug verdedigd met zware kanonnen. Onder de brug in het huidige Steenwaard lagen landmijnen. De brug was vanaf het begin van de Duitse bezetting voorzien van een springlading, voor het geval dat deze in vijandelijke handen zou vallen. Tot twee keer toe is er een poging tot aanslag geweest. Burgemeester Ten Holder zou ooit de Duitsers met succes een som geld aangeboden, zodat verzetstrijders die de Lekbrug wilden opblazen niet werden gefusilleerd.

Dumpen van munitie

Het inundatiekanaal en de fortgrachten hadden een speciale rol als munitiedumpplaats. Na de overgave gooiden veel Nederlandse soldaten hun wapens, munitie en uitrustingen in het inundatiekanaal en in de fortgrachten van Honswijk, Lunet aan de Snel en het Werk aan de Korte Uitweg.

Tijdens de oorlog moesten inwoners van Tull en ’t Waal met paard en wagen munitie voor de Duitsers vervoeren. Zodra toezicht ontbrak, kiepten ze zoveel mogelijk munitie het water in. Aan het einde van de oorlog dumpten ook Duitsers hun munitie in het inundatiekanaal.

Oorlogsgraf

In Tull en ’t Waal liggen drie militairen begraven. Het ging om soldaten die sneuvelden bij de Slag bij Arnhem en met de rivier meedreven. Het gaat om sergeant Alfred Bell (32), aangespoeld op 25 februari 1945 en Thomas Laurence Becket (23), aangespoeld op 29 april 1945. Verder vermeldt het kerkhof een onbekende drenkeling op 23 november 1944.

Met kerst 1944 vond er een ramp plaats bij het veer naar Culemborg. Op 31 december 1944 werd de Lekbrug deels vernield door een bombardement. Vooral de bovenkant raakte beschadigd en de oostelijke rails eveneens. Op de plek van de oostelijke rails werd een tijdelijke autobrug gemaakt.

Enkele dagen later werd Tull en ’t Waal zelf getroffen door een bombardement. Er was alleen materiële schade. Op 23 maart stortte een V1 in de Lek ten zuiden van Fort Honswijk. In februari 1945 werd opnieuw het landschap onder water gezet. Het water stond tot na de bevrijding op de landerijen van Tull en ’t Waal. Op 7 mei 1945 reden de eerste Canadese tanks het dorp binnen.

Na de oorlog

Na vijf dagen trokken de Canadezen verder. De ondergrondse van Tull en ’t Waal nam toen de controle over het dorp over. Nadat de orde was hersteld kwamen in de loop van de zomer 200 Duitse gevangenen naar Fort Honswijk.

De 23 jarige Swerus (Joep) Copier was na de oorlog tewerkgesteld bij Fort Honswijk. Hij bewaakte Duitse gevangenen, die munitie uit elkaar moesten halen. Copier om het leven kwam toen Jacobus Ammerdorffer (de beul van Amersfoort) op 25 augustus 1945 zelfmoord pleegde met een landmijn. Copier staat vermeld op het oorlogsmonument in Schalkwijk en ligt begraven op de RK begraafplaats in Schalkwijk.

Boswachter Tjibbe Hof werd op 14 mei 1945 doodgeschoten tijdens zijn arrestatie.