Tweede Wereldoorlog Houten

Tweede Wereldoorlog Houten

De oorlog begon op 10 mei 1940 met luchtaanvallen op de spoorbrug van Culemborg. Op 12 mei werd de Nieuwe Hollandse waterlinie aangezet. Delen van Houten liepen onder water. Terugtrekkende Nederlandse legereenheden zorgden op 13 en 14 mei voor enorme drukte in Houten. Ook richtten ze een flinke ravage aan, zodat de Duitsers weinig waardevols zouden vinden in Houten.

De eerste jaren van de bezetting verliepen rustig. Het gemeentebestuur functioneerde tot 28 augustus 1941. Vanaf die datum werd de gemeenteraad opgeheven. In de jaren erna gebeurde er weinig speciaals in Houten. Nederlanders die moesten onderduiken liepen weinig gevaar en vertoonden zich gewoon op straat. Bovendien wist de NSB-burgemeester Bosschaart regelmatig een razzia door te geven aan de bevolking.

Generaal Reinhard

Vanaf 1944 werden de omstandigheden slechter. De geallieerden bereikten in het najaar de Maas en de Duitsers trokken zich terug. De Duitse generaal Reinhard betrok met zijn staf en inlichtingendienst Houten. Hij was gehuisvest aan de Herenweg en nog enkele andere panden. De Houtenaren zagen deze generaal nooit. Wel was de Herenweg afgezet door Russische soldaten. Dit waren zogenaamde ‘hilfswillige’, soldaten die aan het oostfront gevangen waren genomen en daarna overliepen naar de Duitsers. Op de Brink waren in een school zo’n 50 soldaten gehuisvest.

Vliegtuigen kwamen gemiddeld twee keer per week over. Meestal vlogen ze richting Duitsland, maar soms voerden ze bombardementen op de spoorlijn uit. Het luchtafweer bij Fort het Hemeltje reageerde daarop. Veel granaten van het luchtafweer kwamen in de wijde omgeving neer. Deze zijn niet altijd ontploft. Eenmaal werd boerderij De Klomp vlakbij geraakt. Op 18 september 1944 werd een Duitse vrachtwagen ter hoogte van kasteel Schonauwen met fosfor bestookt.

Het verzet kwam samen in een pand op Het Plein waar nu de Albert Heijn is gehuisvest. Hier werden ook de plannen voor een bombardement voorbereid. Halverwege november 1944 werden er lichtkogels afgevuurd. Het dorp stond in het licht en de inwoners wisten dat er iets zou gebeuren. Eenmaal moesten op bevel van de burgemeester de inwoners van Houten ’s nachts vertrekken naar een school in Utrecht, omdat er een bombardement werd verwacht.

Bombardement

Op 28 november 1944 werd de Herenweg en de Brink rond elf uur gebombardeerd door de geallieerden. Maar liefst 17 vliegtuigen namen deel aan de aanval. De eerste aanvalsgolf richtte zich op witte huizen aan de Herenweg en de tweede voornamelijk op de school op de Brink. De Duitse generaal Reinhard werd gemist. In totaal kwamen 16 mensen bij dit bombardement om het leven.

Vanaf 29 december 1944 verlieten de Duitsers de Betuwe. Vele legertransporten passeerden Houten. In februari 1945 werden delen van Schalkwijk en dus ook de Houtense Vuijlcoppolder en Hoonpolder onder water gezet. Dit keer door de Duitsers. Het water bleef hier tot na de bevrijding staan, maar daalde wel langzaam.

Bevrijding

Houten werd op 7 mei bevrijd door de Engelsen die waren ingedeeld onder een Canadese legerkorps. De NSB-ers in Houten werden na de oorlog verzameld bij het gemeentehuis aan De Grund en opgesloten in Beverweerd (Werkhoven). De burgemeester is niet meer gezien. De drie joodse gezinnen die Houten telde, zijn afgevoerd.

Op 28 juni 1945 om 11.45 uur kwamen in een bunker op Fort bij t Hemeltje drie mensen om het leven als gevolg van het ontploffen van munitie. Het ging om een man van 21, 52 en een kind van 15.

Ooggetuigen

Henk van Bentum (pdf)
Johan Sturkenboom (pdf)
Riek van de Wielen (pdf)