Gerecht Tull en ’t Waal

Gerecht Tull en 't WaalOp 29 maart 1338 doet Jan, heer van Arkel, uitspraak tussen heer Otto, heer van Asperen en Hagestein, en heer Hubert de Schenk, heer van Culemborg, over de grenzen van het gerecht van Hagestein aan beide zijden van de Lek.

Daarbij komt het gebied rond Honswijk toe aan de Heer van Culemborg en gaat dit verder onder het gerecht Honswijk. Het andere deel, Tull en ’t Waal komt terecht bij Otto I van Heukelom van Asperen.

In het jaar 1534 wordt schepenrechtspraak ingevoerd in het gerecht Tull en ’t Waal.

Halverwege de 17e eeuw krijgt Adriaen Ram het gerecht in zijn bezit. Zijn familie moet het in 1684 wegens geldproblemen verkopen aan de Utrechtse regent Gaspar Cornelis Schade. Zijn familie blijft tot 1795 de rechten van ambachtsheer uitoefenen. In 1798 wordt het heerlijk recht afgeschaft.

Eigenaren gerecht (Tull) en ’t Waal
2-10-1322
Margriet Uten Goye
29-3-1338
Otto I van Heukelom van Asperen
22-4-1344
Otto II van Asperen en Hagestein
1345
Gerard (Gerrit) van Asperen
10-1-1390
Otto van Asperen
11-1-1407
Otto van Asperen
1-6-1436
Frederik van Rechteren
29-9-1438
Zweder van Rechteren
13-6-1476
Arnout van Zuilen van Blasenburg
14-4-1486
Johan van Voorst
8-8-1538
Johan van Palland
< 1577
Christoffel van Montfoort
<1634
Albert Pruijs
1634
Adriaen Ram
1651
Alard Ram (aanvang onbekend)
2-3-1684
Gaspar Cornelis Schade
25-10-1692
Matthijs van Lugtenburgh
24-10-1698
Caspar Cornelis Schade
8-12-1701
Antonia (van Lugtenburgh)-Schade
1735
Alpheda Jacoba van Bronckhorst-van Lugtenburg
1779
Matthijs van Bronkhorst
?
Jasper Cornelis van Bronkhorst